Spotlight Interview | Prof. mr. Paul Mevis

Wij zijn op aarde om uit te leggen hoe het recht volgens ons in elkaar zit
Prof. mr. Paul Mevis
Hoogleraar Straf(proces)recht

‘Mijn interesse voor het recht heeft enigszins met mijn familie te maken. Zowel mijn vader als mijn grootvader werkten bij de politie. Mijn vader was actief bij de recherche, dus echt in de strafrechtelijke sfeer. Als scholier was ik geen bèta, en dan vallen sommige opties af. Maar ik had wel een vaag intuïtief gevoel dat ‘recht’ bij me zou passen. In Nijmegen, waar ik gestudeerd heb, kreeg ik een heel brede opleiding, waar alle hoofdterreinen van het positieve recht in hun onderling systematisch verband aan de orde kwamen. Dat is een goede grondslag voor de rechtenstudie. Ik vond verschillende vakken interessant, maar ik merkte al vrij snel dat strafrecht mij zowel fascineerde als mij (mede daarom) goed ‘lag’. Ik ben in 1993 in Rotterdam bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (zoals die toen nog heette) begonnen en werd hier in 1994 universitair hoofddocent. In 1997 volgde mijn benoeming tot hoogleraar.’

‘Ik heb altijd gezocht naar het randgebied tussen de formuleringen en de systematiek van grondrechten en grondrechtbeperkingen, en de wijze waarop deze beperkingen in het strafrecht zijn uitgewerkt. Daar ging mijn proefschrift over, daar hield ik mijn oratie over en daar gaat een deel van mijn onderzoek over.’

De digitale samenleving en Wilhelm II

‘Een aantal jaar geleden heb ik een heel mooi onderzoek mogen doen met de Commissie Strafvorderlijke Gegevensbescherming in de Informatiemaatschappij, waarvan ik voorzitter was. Ons werk betrof een eerste poging om adequate wetgeving op te zetten voor gegevensverkrijging ten behoeve van de strafvordering in de digitale samenleving. Wij hebben ons toen ten doel gesteld om een concreet wetsvoorstel te maken. Je kunt wel met allerlei ideeën en aanbevelingen komen, maar zeker als het om een advies aan de wetgever gaat, moet je proberen om echte wetgeving te presenteren. Ons voorstel is door de wetgever eigenlijk een-op-een overgenomen. Kennelijk was het een geslaagd model.’

‘Een ander interessant project had te maken met het Verdrag van Versailles, dat na afloop van de Eerste Wereldoorlog werd gesloten. Hier ligt namelijk een belangrijke oorsprong van internationaal strafrecht. In het Verdrag stond de bepaling dat Wilhelm II, de toen net afgezette Duitse keizer, door een internationaal tribunaal zou worden berecht wegens het beginnen van een (aanvals)oorlog en de schending daarbij van de neutraliteit van België en Luxemburg. Dat proces is er nooit gekomen, maar de vraag is altijd gebleven om het hier om Siegerjustiz ging, of dat het, naar de stand van het toenmalige recht, een serieuze poging was om internationale berechting van de grond te krijgen. Dat hebben we toen met een aantal mensen onderzocht. Onze conclusie luidde dat het in ieder geval deels een serieuze poging is geweest en dat deze poging goed aansloot op de internationale rechtsontwikkeling in de periode tot aan de Eerste Wereldoorlog.’

Europees Strafrecht

‘In Rotterdam doen wij weliswaar niet veel met het Internationale Strafhof, maar we houden ons wel stevig bezig met het Europese strafrecht. Het gaat hierbij vooral om de invloeden van Europa (de Raad van Europa en de EU) op de vorming van het commune, nationale straf- en strafprocesrecht. Wij denken en redeneren vanuit het strafrecht, maar Europa denkt vooral in thema’s, zoals rassendiscriminatie, mensenhandel en orgaanhandel. Daar wordt de politiek als het ware op ‘losgelaten’, waarbij een stuk strafrecht vaak om de hoek komt kijken. Dat is natuurlijk uiterst relevant en interessant, zeker om na te denken over de grote lijnen.’

Regeltjes en samenhang

‘Het mooie aan strafrecht is dat het vanaf de buitenkant een heel ingewikkeld systeem van regeltjes en moeilijke woorden lijkt. Dat is deels ook zo, maar het is zeker geen verzameling losse regeltjes. Het is een samenhangend systeem, en in die samenhang zit een voortdurend zoeken naar balans: strafrecht moet kunnen, maar wel binnen grenzen. Dan gaat het niet alleen om het belang van de verdachte, maar ook om het belang van de samenleving. Vaak vallen die overigens samen.’

‘Als een verdachte wordt vrijgesproken omdat er te weinig bewijs is, of omdat de overheid op onrechtmatige wijze bewijslast heeft vergaard, dan is dat in het belang van zowel de verdachte als van de samenleving. Een rechter straft immers alleen als er voldoende bewijs is. De overheid moet zich in strafzaken aan de wet houden. Wat mij soms stoort, is dat mensen soms onvoldoende lijken te beseffen dat deze elementen het algemeen belang dienen. Een goede verdediging door een advocaat gaat niet om het vrij krijgen van de verdachte, maar over de uitdaging van het systeem. De kwaliteit van het debat, het zoeken naar de balans en naar de waarheid en naar de persoon van de verdachte, dat moet centraal staan.’

De Buitenwereld

‘Wij worden uit gemeenschapsgeld betaald, dus wij hebben naar de buitenwereld toe de taak om het recht uit te leggen. Ik denk dat dit op heel veel gebieden al gebeurt. Als je naar Rotterdam kijkt, dan doen wij allerlei werk in commissies en op adviesgebied. Zo denken wij op creatieve wijze mee en bewaken we bepaalde grenzen als het om strafrecht gaat.’

‘Ook in relatie tot de media hebben wij de taak om het recht uit te leggen. Maar meer dan dat eigenlijk ook niet. Als een journalist vraagt om in een minuut een mening te geven, dan zie ik niet in waarom ik dat zou moeten doen. Vaak vraagt men immers niet om meer dan een goede ‘quote’ naar aanleiding van een incident. Maar als men serieus geïnteresseerd is in een bepaald onderwerp dan ben ik tot commentaar geven graag bereid. En natuurlijk kan dit ook in een korte en duidelijke vorm, daar kun je je in oefenen. Tegelijkertijd hebben wij onze eigen rol te vervullen. Zo zullen wij altijd een zekere academische distantie in acht moeten nemen. Wij zijn op aarde om uit te leggen hoe het recht volgens ons in elkaar zit.’

Personalia

Naam: Paul Mevis
Functie: Hoogleraar straf- en strafprocesrecht
Proefschrift (1989): ‘Binnen zonder kloppen?: het betreden van woningen in het kader van de strafvordering’
Oratie: Constitutioneel strafrecht (1998)
Expertise: straf- en strafprocesrecht in den brede, inclusief sanctierecht; grondrechten
Huidig onderzoek: in het bijzonder Modernisering Wetboek van Strafvordering