Spotlight Interview | Prof. mr. Siewert Lindenbergh

Het vergoeden van tranen met duiten
Prof. mr. Siewert Lindenbergh
Hoogleraar Privaatrecht

‘Na de middelbare school was ik van plan om Internationaal recht te doen. Ik was een echte gamma en wij hebben juristen in de familie, dus zo kwam ik al snel bij rechten uit. Maar eerst ben ik een jaar naar Amerika gegaan, waar ik liberal arts aan een kleine universiteit studeerde. Denk daarbij aan vakken als filosofie, sociologie, religie en zelfs een stukje muziekhistorie. Vervolgens ben ik in Leiden gaan studeren, maar al snel stortte ik me in het studentenleven. Toen ik mijn studie na een tijdje weer oppakte, raakte ik geïnteresseerd in privaatrecht. Daar was namelijk geen sprake van eenrichtingsverkeer vanuit de docenten en hoogleraren, maar werd juist de nadruk gelegd op schrijven en met de stof werken.’

‘Het leukste aan privaatrecht vind ik de combinatie van techniek en moraal. Aan de ene kant gaat het om wetsartikelen, een bepaalde structuur en een bepaalde ordening. Dat is de technische kant. Die techniek is er echter niet omwille van de techniek: we willen er op een bepaalde manier een maatschappelijk relevant onderwerp mee regelen. Je kunt er ook iets van vinden, een idee bij hebben. Dat vind ik zo leuk: het gaat vaak om maatschappelijke veranderingen die je al puzzelend in het recht wilt inpassen. En de dilemma’s die daaruit ontstaan, hoe moet je die vormgeven? Dáár komt de moraal dus om de hoek kijken.’

Van Smart naar geld

‘In 1998 ben ik gepromoveerd op een proefschrift over smartengeld. Dat noem ik soms ‘het vergoeden van tranen met duiten’. Aan de ene kant kan dat natuurlijk niet, want je kunt leed niet wegnemen of goedmaken met geld. Maar je kunt leed wél erkennen en je kunt het ook compenseren. Dat vind ik het intrigerende aan dit onderwerp: het past eigenlijk niet, maar we doen het toch.’

 ‘Als ik eenvoudig moet omschrijven wat ik doe, zeg ik dat ik me bij voorkeur bezig houd met alles wat met compensatie van schade te maken heeft. Het gaat mij daarbij niet alleen om de juridisch-technische kant, maar ook om de uitwerking daarvan in de realiteit. Over dat laatste schreef ik Van Smart naar Geld. In dit boekje staan tien interviews met mensen die met compensatie van letselschade te maken hebben gehad en daarover tot de hoogste rechter hebben geprocedeerd. Met die realiteit houd ik mij ook op andere manieren bezig. Zo mocht ik de commissie voorzitten die het compensatiemodel voor de misbruikslachtoffers in de Rooms-katholieke kerk heeft ontworpen en ben ik nu lid van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dat zijn voor mij geweldige ervaringen, omdat ik er mijn expertise in kwijt kan en er tegelijkertijd heel veel van leer. Eigenlijk houd ik me vroeg of laat bezig met alle grote rampen in Nederland. Als er een vliegtuig uit de lucht valt, er een grote schietpartij of een misbruikschandaal plaatsvindt, dan valt dat op enig moment op mijn bureau.’

‘Een misvatting rondom mijn vakgebied is dat veel mensen denken dat leed niet met geld kan worden vergoed. Dat is in zekere zin waar, maar je kunt wel veel doen met geld, want het is een betekenisvol middel, als je het tenminste goed inbedt. Dan is het namelijk ook een teken van erkenning voor het geleden leed of de berokkende schade en kan het bijdragen aan een nieuwe toekomst.’

Astronomische bedragen

‘Ik krijg vaak de vraag of we ook in Nederland Amerikaanse toestanden kunnen verwachten, waarbij astronomische bedragen aan slachtoffers worden uitgekeerd. Mijn antwoord is dan: nee, die hebben we al lang. Dan heb ik het niet zozeer over de omvang van de bedragen, maar over de ontwikkeling dat vergoedingen met geld steeds belangrijker worden. Vroeger hadden we in Nederland een goed sociaal zekerheidsstelsel, maar dat is er niet meer. Hierdoor wordt de rol van het aansprakelijkheidsrecht om schade te verhalen steeds groter. Als je geen sociaal vangnet meer hebt, gaan mensen immers geld zoeken bij degene die verantwoordelijk is voor het leed wat ze hebben opgelopen.

De gigantische bedragen die we in Amerika zien zullen hier niet zo snel verschijnen. Dat zijn namelijk zogenoemde punitive damages, die bovenop het ‘echte’ schadebedrag komen. Die zijn vooral bedoeld om iemand een lesje te leren. Maar in Nederland zeggen wij dan: Ja, daar hebben we het strafrecht voor, of het bestuursrecht voor. Dat doen we niet via het privaatrecht.

Zelf sta ik nogal ambivalent tegenover die ontwikkeling. Het goede eraan is dat individuele mensen met het recht in de hand stappen kunnen nemen. Het zorgelijke ervan is dat het dus een reactie is op de afbouw van sociale zekerheid. Uiteindelijk is sociale zekerheid een veel eerlijker systeem en vaak ook efficiënter. Als je wilt dat slachtoffers geld krijgen en dat daders betalen, dan gaan we dat bijvoorbeeld als juristen op individuele basis in het strafproces inbedden. We weten nu eigenlijk al dat dit niets gaat worden. In de eerste plaats moet je dan namelijk de dader hebben, en in driekwart van de gevallen ligt die op het spreekwoordelijke kerkhof. En als je al een dader hebt, dan blijkt die meestal niet te kunnen betalen. In dat geval gaat de overheid dus inspringen, die moet de schade dan gaan verhalen. In de praktijk komt daar echter niet veel van terecht. Dat leidt uiteindelijk tot een hele selectieve overheidssubsidie, die veel oneerlijker is dan het sociaal zekerheidsstelsel.’

Doelmatigheid

'Wat ik bij Erasmus School of Law heb geleerd, is om empirischer naar mijn vak te kijken. In Leiden heb ik een vrij dogmatisch proefschrift geschreven over hoe je smartengeld in het Nederlandse recht moet inbedden. Ik ben ook nog steeds een dogmatische jurist, maar dankzij ESL ben ik ook veel meer gaan kijken naar hoe het recht eigenlijk werkt. Zo heb ik in 2009 bijvoorbeeld een onderzoek gedaan naar hoe mensen het recht ervaren. Dat heeft mij veel geleerd over de rol van het recht, over hoe het recht nu precies in elkaar zit.’

‘Dat geeft wat mij betreft precies die doelmatigheid weer waar stad en universiteit om bekend staan. Als je bij andere universiteiten een vernieuwend idee hebt, dan kijken ze je een beetje raar aan. ‘We doen het hier al jaren op deze manier, waarom zouden we het anders doen?’ Dat is dan vaak de reactie. Maar als je hier zo’n idee hebt, wordt er gezegd: ‘Prima, ga het eens uitproberen.’ En als het blijkt te werken, zijn er fondsen beschikbaar.’

Onze slogan, Where Law meets Business, hebben we wat mij betreft ook echt omarmd. Bij de master Aansprakelijkheid & Verzekering zijn bijvoorbeeld belangrijke partners uit de advocatuur en de verzekeringswereld betrokken. Dat zijn echt goede ontwikkelingen.’

Gedoseerd

‘In hoeverre een wetenschapper deel wil nemen aan het publieke debat is wat mij betreft een persoonlijke keuze. Als ik naar mezelf kijk, vind ik dat ik het vooral gedoseerd moet doen. Op welke gebeurtenis reageer ik wel en op welke niet? Ook moet je je afvragen met welke media je praat. Dat vind ik zelf wel een lastige, want er zijn er heel veel. En je moet je natuurlijk ook afvragen hoe je met media wilt praten. Je kunt op voorlichtend gebied van alles doen, maar het kan je natuurlijk ook in je staart bijten.’

‘Ik denk dat ESL inzake contacten met de media de volgende vuistregel zou moeten hanteren: what’s in it for the wetenschap?’ Hoe kan de faculteit de reputatie van onze wetenschapper verder opstuwen? Hoe zorg je ervoor dat die persoon het beste tot zijn of haar recht komt? Hoe kunnen wij deze persoon verder helpen? Dat is volgens mij een goed uitgangspunt.’

Duik in je vak

Aan jonge academici die een carrière in de wetenschap overwegen, zou ik het volgende advies willen geven: duik in je vak, er is niets mooiers dan dat. Houd tegelijkertijd je ogen naar de buitenwereld open, zeker bij een vak als rechten. Dat is een vak dat gevormd wordt in de maatschappij. Probeer daarom een dag in de week te kijken naar hoe het recht functioneert in de realiteit.

Personalia

Naam: Siewert Lindenbergh
Functie: hoogleraar Privaatrecht
Proefschrift: Smartengeld
Expertise: aansprakelijkheidsrecht / schadevergoedingsrecht / personenschade
Huidig onderzoek: informele en effectieve compensatie en genoegdoening