Veld aan zet om verpleegkundig beroep vorm te geven

Jannine van Schothorst-Van Roekel, MSc en promovendus bij ESHPM

Minister Bruins heeft zijn plannen voor de functie van regieverpleegkundige en de overgangsregeling bekend gemaakt. Het is nu aan zorgorganisaties en de verpleegkundige beroepsgroep zelf om het beroep van verpleegkundige én regieverpleegkundige verder vorm te geven en te laten slagen.

De afgelopen 1,5 jaar experimenteerden onderzoekers van de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) samen met het Reinier de Graaf ziekenhuis op vier verschillende afdelingen (de proeftuinen) met de ontwikkeling en invoering van twee nieuwe verpleegkundige functieprofielen: de verpleegkundige (MBO niveau) en de regieverpleegkundige (HBO niveau). In het onderzoeksrapport beschrijven zij hoe deze rollen zich ontwikkelden en wat verpleegkundigen zelf, maar ook beleidsmakers, management en bestuur in zorgorganisaties kunnen doen om functiedifferentiatie succesvol te laten zijn.

Kansen voor verpleegkundigen en regieverpleegkundigen

Functiedifferentiatie biedt kansen voor verdere professionalisering van het verpleegkundig beroep. Het is een lang gekoesterde wens van verpleegkundigen en beleidsmakers om onderscheid te maken in functies voor mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen. Tot op heden lukte het niet om dit in het veld vorm te geven. Er is door de overheid een krachtig instrument gebruikt, namelijk aanpassing van de wet BIG om dit onderscheid tussen de regieverpleegkundige en verpleegkundige verder vorm te geven. In het advies van de commissie Meurs wordt een overgangsregeling voorgesteld, voor de verschillend opgeleide verpleegkundigen, in het bijzonder voor een grote groep gespecialiseerde verpleegkundigen. Deze differentiatie binnen het verpleegkundig beroep is bedoeld om de kwaliteit van de verpleegkundige zorg te vergroten, om meer uitdaging te bieden aan (hbo-opgeleide) verpleegkundigen en om antwoord te geven op de steeds complexer wordende cliëntvraag. Het voorstel voor de wet BIG II geeft de randvoorwaarden voor deze professionalisering. Daarmee is de klus echter nog niet geklaard.

Vormgeven van een nieuw beroep gaat niet vanzelf

Het ontwikkelen van onderscheiden functies in de praktijk is namelijk een ander verhaal dan het inrichten van een nieuw functiehuis. Tot nu toe deden mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen op de verpleegafdelingen in de ziekenhuizen over het algemeen hetzelfde werk. De zorg voor de patiënten was organisatorisch op dezelfde manier vormgegeven. In het onderzoek naar functiedifferentiatie in het Reinier de Graafziekenhuis experimenteerden verpleegkundigen met de ontwikkeling van deze nieuwe rollen. Tijdens het experimenteren werd de meerwaarde en het belang van MBO-opgeleide verpleegkundigen goed zichtbaar. Dit leidde tot de ontwikkeling van een ‘volwaardige’ rol van mbo-opgeleide verpleegkundigen in de directe patiëntenzorg. Zij bieden verpleegkundige zorg aan alle patiënten op de afdeling ongeacht de complexiteit, en doen bijvoorbeeld mee in kwaliteitsverbetering op afdeling.
Experimenteren met functiedifferentiatie liet ook de meerwaarde zien van hbo-opgeleiden verpleegkundigen. Dit leidde tot de ontwikkeling van de rol van regieverpleegkundige, met naast de dagelijkse patiëntenzorg, een initiërende rol in de organisatie van de verpleegkundige zorg, bijvoorbeeld in het coördineren van bedbezetting, dag coördinatie in het team bespreken en het initiëren en bijdragen aan kwaliteitsverbetering. In het onderzoek zagen we ontwikkelingen op het gebied van evidence based practice, organisatorische en logistieke verbetering, en vooral verbetering van de inhoudelijke zorgkwaliteit. Door aandacht te hebben voor de mbo- en de hbo-verpleegkundige is het mogelijk de hele beroepsgroep verder te ontwikkelen.

Rol voor zorgorganisaties & zorgmanagement

In eerste instantie leidde experimenteren met functiedifferentiatie tot onzekerheid en ook weerstand binnen de verpleegkundige teams. Er ontstaat een nieuwe dynamiek in teams, en het kost inspanning en moeite om het zorgproces anders in te richten. Daarbij komt dat er in de rol van regieverpleegkundige nieuwe taken en verantwoordelijkheden worden verwacht van de hbo-opgeleide verpleegkundige. Dat is een leerproces dat tijd en energie kost. Hier ligt dan ook een belangrijke taak voor bestuur, management en stafmedewerkers. Zij kunnen de verpleegkundige beroepsgroep strategisch positioneren en het ontwikkelproces faciliteren en begeleiden.
Binnen het Reinier de Graafziekenhuis waren de verpleegkundige teams in de lead, gecoacht door afdelingshoofden. De regieverpleegkundigen werden ondersteund met meetings op teamniveau, bijeenkomsten tussen teams georganiseerd vanuit een centrale projectgroep. Dit bleek behulpzaam te zijn om binnen de verpleegkundige teams te kunnen experimenteren met eigen ideeën die pasten bij de (organisatie van de) verpleegkundige zorg, om van elkaar te leren, maar ook om te reflecteren: ‘Vinden we de ontwikkeling de goede kant opgaan?’. Hoewel de functieprofielen in grote lijnen bekend zijn, bleek het finetunen op elke afdeling nodig te zijn: passend bij de zorgvragers, afdelingsroutines en vakinhoudelijke thema’s die moesten worden opgepakt.

Rol voor verpleegkundige beroepsgroep zelf

Het verder vormgeven van twee verpleegkundige beroepen vraagt ook iets van de beroepsgroep zelf. Mbo-opgeleide verpleegkundigen zijn bang voor verschraling van hun beroep en hbo-verpleegkundigen zullen de lat niet te laag moeten leggen. Een beroepsorganisatie, zoals de V&VN, kan een belangrijke rol spelen om de verpleegkundigen te stimuleren deze uitdaging aan te gaan. In het onderzoek zagen we hoe verpleegkundigen binnen de teams op zoek gaan naar elkaars kwaliteiten en hoe ze elkaar daarin aanvullen. Maar ook dat onderscheidende rollen de samenwerking en teamgeest niet in de weg hoeven te staan. Erkenning van elkaars kwaliteiten schept ruimte voor complementaire samenwerking. Als verpleegkundigen, managers en bestuurder met elkaar kritisch reflecteren op de ontwikkeling van het verpleegkundig beroep, komt dat zowel de verpleegkundige als regieverpleegkundige ten goede.

Meer informatie

Jannine van Schothorst-Van Roekel, MSc en promovendus bij ESHPM. In samenwerking met: dr. Iris Wallenburg, dr. Anne Marie Weggelaar – Jansen MCM, prof. dr. Carina Hilders, prof. dr. Antoinette de Bont allen werkzaam bij ESHPM, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Deze blog staat ook op de website van Zorgvisie.