Europees hof maakt einde aan dubieuze koehandel tussen medicijnfabrikanten

Farmaceuten werken structureel samen om de marktprijs van nieuwe medicijnen kunstmatig hoog te houden. Door concurrentie te belemmeren met behulp van verboden afspraken, proberen farmaceuten zo veel mogelijk winst te maken. In een opiniestuk in het Nederlands Dagblad legt Andre den Exter, universitair hoofddocent Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, uit dat deze misstanden lange tijd moeilijk bij de rechter te bewijzen zijn geweest. Toch lijkt daar nu verandering in te komen.

Den Exter legt uit dat het regelmatig voorkomt binnen de farmaceutische industrie dat pay-for-delay-overeenkomsten aangegaan worden. Wanneer het octrooirecht op een nieuw geneesmiddel dreigt af te lopen en een andere generieke farmaceut hetzelfde middel aanzienlijk goedkoper op de markt wil brengen na het aflopen van het octrooirecht, kunnen de generieke farmaceut en de farmaceut met het octrooirecht deze ‘pay-for-delay’-overeenkomst aangaan. Dat houdt in dat de generieke farmaceut tegen betaling zijn goedkopere versie pas enige tijd later op de markt brengt. Door de concurrentie hiermee te belemmeren, blijven de marktprijzen langere tijd kunstmatig hoog.

De Europese Commissie heeft boetes ingevoerd voor het aangaan van dit soort overeenkomsten, maar deze werden vrijwel altijd met succes aangevochten bij het Europese Hof. Echter, in 2020 is er een gunstige uitspraak gedaan die wel eens voor verandering kan zorgen. De rechter heeft de onwenselijkheid van deze bedingen nogmaals benadrukt en na jaren eindelijk het toetsingskader voor pay-for-delay-afspraken van de Europese Commissie geaccepteerd.

Volgens Den Exter heeft deze uitspraak een precedent geschept, waardoor onderlinge buitensporige vergoedingen tussen farmaceuten in de toekomst vaker tot boetes zullen leiden. Farmaceuten zullen voortaan met goede argumenten moeten komen, wil de Europese rechter oordelen dat er geen sprake is van pay-for-delay.

Andre den Exter

Meer informatie

Lees het volledige artikel in het Nederlands Dagblad hier.