Geen vergoeding voor affectieschade toegekend aan tweelingzus slachtoffer

Sinds anderhalf jaar bestaat de mogelijkheid om een vergoeding te krijgen voor affectieschade. Een vergoeding voor affectieschade is vooral een symbolisch gebaar, vertelt prof. mr. Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan Erasmus School of Law, in het NRC.

Prof. Lindenbergh benoemt dat er in 1998 – het jaar dat hij promoveerde op het onderwerp smartengeld – nog verdeeldheid heerste over affectieschade, maar dat het rechtssysteem de afgelopen twintig jaar veranderd is. Dit heeft onder meer te maken met de toegenomen aandacht voor slachtoffers en nabestaanden. Zij hebben een plek gekregen in het strafrecht en kunnen zich sinds 2011 ook makkelijk voegen in het strafproces met civielrechtelijke eisen om zo een vergoeding te ontvangen. Volgens prof. Lindenbergh hoeft de vergoeding niet in de miljoenen te lopen. De hoogte is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de oorzaak van de schade, de relatie tot het slachtoffer en de diepte van de relatie.

In deze zaak ontvangen zowel de man als dochter van het slachtoffer een vergoeding van affectieschade, maar de rechtbank heeft het verzoek van haar tweelingzus afgewezen met de toelichting dat er geen wettelijke mogelijkheden zijn tot het verplichten van de veroordeelde tot betaling van de schadevergoeding.

Het huidige rechtssysteem maakt het nog niet mogelijk om te bepalen wie buiten partners, kinderen en ouders op grond van een diepe band nog meer in aanmerking zouden kunnen komen voor een vergoeding voor affectieschade. Volgens prof. Lindenbergh moet de wet nog wat tijd krijgen, omdat hij relatief jong is. Op den duur vormt zich dan vanzelf jurisprudentie die meer duidelijkheid geeft over de reikwijdte en grensgevallen, aldus prof. Lindenbergh.