Hoogleraren ondernemingsrecht bepleiten de versterking van de maatschappelijke inbedding van ondernemingen

Een waar unicum: 25 hoogleraren ondernemingsrecht doen gezamenlijk een voorstel om het vennootschapsrecht te wijzigen. Zij pleiten ervoor om in de wet vast leggen dat bedrijven en hun bestuurders zich niet alleen richten op het belang van de vennootschap, maar dat zij ook als een ‘verantwoordelijke burger’ in de samenleving opereert. Het initiatief is genomen door prof. mr. Jaap Winter (UvA en VU, alsmede voorzitter van de Raad van Toezicht van de Erasmus Universiteit Rotterdam) en prof. mr. Matthijs de Jongh (Erasmus School of Law). Dit initiatief is vervolgens gesteund door 23 andere hoogleraren ondernemingsrecht, onder wie prof. mr. Kid Schwartz, prof. mr. Vino Timmerman, prof. mr. Maarten Verbrugh en prof. mr. Hélène Vletter-van Dort van Erasmus School of Law.

Het is de wettelijke norm voor bestuurders en commissarissen om zich te focussen op het belang van de vennootschap en haar onderneming. Deze norm suggereert een brede afweging van belangen. In de praktijk blijkt het echter goed mogelijk om vooral te sturen op financiële doelstellingen ten behoeve van aandeelhouders. Of het nu gaat om moedwillige milieuschade, beloningsdiscussies of excessieve medicijnprijzen, telkens doen zich incidenten voor waaruit blijkt dat het schuurt tussen ondernemingen en de samenleving. Tegelijkertijd betaalt de belastingbetaler in de huidige crisis mee aan de ondersteuning van het bedrijfsleven. Daarmee komt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen wederom in de schijnwerpers te staan.

Een nieuw sociaal contract
De hoogleraren bepleiten het streven naar winst in te bedden in een kader van verantwoord handelen en stellen het volgende voor:  

  • Responsible corporate citizenship: Bestuurders dienen ervoor te zorgen dat de vennootschap zich in de samenleving gedraagt als een verantwoordelijke vennootschap. Met deze nieuwe taakopdracht wordt beoogd dat bestuurders vaker de dialoog aangaan over de verantwoordelijke deelname aan het maatschappelijk verkeer. Binnen de onderneming, en daarbuiten. De hoogleraren hopen daarmee bij te dragen aan het versterken van het vertrouwen tussen ondernemingen en de samenleving;
  • Raison d’être: Ondernemingen worden uitgenodigd een bestaansgrond te formuleren en in hun statuten op te nemen: het uiteindelijke doel dat de onderneming in de samenleving nastreeft;
  • Verantwoording: In het jaarverslag moet betere verantwoording worden afgelegd over de invloed van de vennootschap op werknemers, de gemeenschappen waarin zij opereert, het milieu en het klimaat.

Bestuurders, commissarissen en aandeelhouders genieten het voorrecht dat in beginsel alleen de vennootschap aansprakelijk is voor haar schulden. Ook voor schade aan derden, maatschappij of milieu. Als tegenprestatie mag de samenleving verlangen dat bestuurders en commissarissen ervoor zorgen, en aandeelhouders aanvaarden, dat de vennootschap zich verantwoordelijk gedraagt.