Maatwerk interventies voor cyberdaders nodig

Criminologen dr. Wytske van der Wagen, dr. Tamar Fischer en Sifra Matthijsse MSc van Erasmus School of Law hebben samen met dr. Elina van ’t Zand-Kurtovic van de Universiteit Leiden onderzoek uitgevoerd naar cyberdaders in opdracht van het WODC. Uit het onderzoek, waarover is gepubliceerd in het Friesch Dagblad, is gebleken dat er een grote verscheidenheid bestaat in de persoonlijke kenmerken en drijfveren van cyberdaders, waardoor op maat gesneden interventies nodig zijn.

Een onherkenbare nerd die zich schuilhoudt achter een computerscherm. Dat is het stereotype beeld van een cyberdader. Bij cybercriminaliteit is zowel het gebruikte middel als het beoogde doelwit digitaal. Voorbeelden zijn hacken, DDoS-aanvallen en verspreiding van ransomware. Er zijn verschillende indicaties dat cybercriminaliteit toeneemt, maar de wetenschappelijke kennis over cybercriminaliteit is beperkt. Hierdoor zijn interventies veelal te algemeen en onvoldoende doeltreffend.    

Persoonlijke kenmerken en drijfveren
Uit het onderzoek is onder meer gebleken dat cyberdaders allesbehalve in een homogene groep te vatten zijn. Enerzijds is sprake van overlappende persoonlijkheids- en psychologische kenmerken met de traditionele criminaliteit, zoals gezinsproblematiek en bagatellisering van ernst en schade van het gepleegde delict. Anderzijds zijn er ook meer unieke kenmerken en drijfveren voor dit soort crimineel, zoals perfectionisme, leergierigheid, behoefte aan erkenning en bewijsdrang maar denk ook aan introversie, sociale onhandigheid en autistische kenmerken. Deze kenmerken komen in verschillende samenstellingen en mate voor waardoor het aanpakken van cyberdaders bemoeilijkt wordt.

Interventies
De onderzoekers adviseren om de bestaande interventies aan te passen op de responsiviteit van cyberdaders en rekening te houden met de grote heterogeniteit bij deze groep. Zo kan worden geconcludeerd dat niet één simpele aanpak doeltreffend is, maar dat maatwerk nodig is om deze sterk diverse dadergroep aan te pakken. Hiervoor is meer verdiepingsdiagnostiek vereist bij de beslissing over mogelijke (strafrechtelijke) interventies. Uit het onderzoek is tevens gebleken dat jonge daders gebaat kunnen zijn bij interventies waarin bewustwording, inleven in een ander, moreel redeneren en het aanbieden van kansen een prominente rol spelen.

Meer informatie

Meer weten? Lees het volledige onderzoeksrapport hier.

Lees het artikel in het Friesch Dagblad hier.