OESO biedt multinationals handvatten voor belastingontwijking

De OESO werkt aan maatregelen waarmee grote bedrijven wereldwijd eerlijker zouden moeten worden belast. De OESO presenteerde enige tijd geleden een blauwdruk daarvan. Maarten de Wilde, hoogleraar internationaal belastingrecht aan Erasmus School of Law, ontdekte daarin een weeffout en lichtte deze toe op NU.nl. Indien deze niet wordt verholpen zouden bedrijven door strategische spreiding van hun winsten nauwelijks meer belasting hoeven gaan betalen dan zonder deze maatregelen het geval zou zijn.

Race to the bottom
De OESO wil voor bedrijven een wereldwijd minimumniveau van winstbelasting per land invoeren. Op dit moment verlagen landen hun belastingtarieven voor de winstbelasting steeds verder. Met een gunstige (lage) winstbelasting proberen landen zo veel mogelijk bedrijvigheid aan te trekken. Het verlagen van deze tarieven lijdt tot belastingconcurrentie tussen landen en een zogeheten “race to the bottom”, met als gevolg mondiaal lagere opbrengsten van de winstbelastingen. Met een nieuwontwikkelde set maatregelen probeert de OESO in samenwerking met ongeveer 140 landen deze ontwikkeling tegen te gaan. “Vaststelling van een wereldwijd geldend minimumbelastingniveau en wereldwijde handhaving daarvan zou een ongebreidelde internationale belastingconcurrentie in de winstbelastingsfeer een halt moeten toeroepen.”, licht De Wilde toe in een opiniestuk voor NLFiscaal en Kluwer International Tax Blog.

Maas in de OESO-blauwdruk
Het plan van de OESO is een maatstaf, een minimumnorm, te ontwikkelen in de vorm van een wereldwijd overeen te komen minimumniveau van winstbelastingheffing voor het internationale bedrijfsleven. De winstbelastingstelsels van de individuele landen worden hier vervolgens tegen afgezet om te kijken of zij wel genoeg belasting heffen over de winsten die deze bedrijven binnen hun grondgebied behalen. Mocht het belastingniveau te laag uitpakken, dan mogen andere landen waar deze bedrijven actief zijn vervolgens tot het minimumniveau bijheffen. De ambitie bestaat hierover al deze zomer mondiaal politieke overeenstemming te bereiken.

In de blauwdruk van de maatregelen die de OESO hiertoe enige tijd geleden presenteerde, lijkt nu een maas te zitten die juist het tegenovergestelde zal bewerkstelligen. Deze maas zou individuele bedrijven en individuele landen de mogelijkheid kunnen bieden door gebruik te maken van verschillen tussen fiscale en boekhoudkundige regels het winstbelastingniveau op zo’n manier te manipuleren, dat bedrijven alleen op papier meer belasting betalen en zo aan het gestelde minimumniveau voldoen.

De maas ontstaat omdat de OESO voor de minimumnorm kijkt naar de winst volgens de reguliere boekhouding en niet naar de winst volgens de fiscale boekhouding. Dit verschil kan vervolgens door bedrijven worden benut door een concernonderdeel in een laagbelastend land een zogenoemde hybride lening te laten opnemen bij een concernonderdeel in een hoogbelastend buitenland. Het gaat dan om een lening waarover binnen het concern rente wordt betaald die voor de fiscale boekhouding niet tot aftrek of heffing leidt maar voor de reguliere boekhouding wel. Het gevolg daarvan zal zijn dat het concernonderdeel in het laagbelastende land voor de toepassing van de OESO-minimumnorm een lagere winst en met een gelijkblijvend bedrag aan te betalen belasting een hogere belastingdruk zal kunnen presenteren. In werkelijkheid is helemaal geen sprake van een lagere winst, aangezien het geld binnen het concern blijft en er geen echte vermogensverschuiving plaatsvindt. Met zo’n leenconstructie zou elk internationaal bedrijf in ieder land op strategische wijze een belastingdruk kunnen presenteren die aan de minimumnorm voldoet en op die manier kunnen voorkomen dat andere landen gaan bijheffen. Als dit niet wordt opgelost, dan zou je de werking van het systeem voor een belangrijk deel kunnen uitschakelen, aldus De Wilde.

Andere oplossing
De Wilde kan zich voorstellen dat de OESO wel degelijk op de hoogte is van deze problematiek en denkt dat de OESO deze met een specifieke maatregel zal proberen op te lossen. Het lastige daarvan is dat je dan nooit weet of je niet vervolgens een ander achterpoortje laat open staan, omdat je op deze manier de verschillende benadering in de basis in stand laat. De Wilde pleit daarom voor een ander systeem. In het opiniestuk stelt hij afsluitend de volgende vragen: “Mijn gevoel is dat we hier misschien toch nog eens zouden heroverwegen. Is dit nu werkelijk de oplossing? Zijn er niet wat meer creatieve en meer robuuste oplossingen te bedenken?” Deze vragen kunnen volgens hem bevestigend worden beantwoord, aangezien er al meerdere alternatieven zijn aangereikt waaronder door hemzelf in zijn inaugurele rede in 2019.

Maarten de Wilde

Meer informatie

Lees hier het hele opiniestuk voor NLFiscaal.