Is veertig het nieuwe dertig?

Een onderzoek van Erasmus School of Law naar verhoging van het strafmaximum van moord

Van de secties Strafrecht en Sociologie, Theorie en Methodologie (STeM) hebben mr. dr. Joost Nan, prof. mr. Sanne Struijk, prof. mr. Paul Mevis en mr. dr. Nina Holvast, met medewerking van prof. dr. Peter Mascini, in opdracht van het WODC onderzocht of het vanuit juridisch, wetssystematisch perspectief verantwoord is om de maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord te verhogen naar veertig jaren.

Op dit moment  is het namelijk zo dat op grond van art. 289 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), de rechter de keuze heeft om voor moord een levenslange gevangenisstraf op te leggen of (in plaats daarvan) een maximale tijdelijke gevangenisstraf van – sinds 2006 – dertig jaren. De conclusie van de onderzoekers is dat een verdere verhoging zonder gedegen onderbouwing van de noodzaak en een integrale beschouwing van de (wetssystematische) gevolgen, niet verantwoord is.

Zij zijn hiertoe gekomen op basis van de uitkomsten van wetssystematisch en empirisch onderzoek. Gelet op het huidige systeem zou een grotere wetgevingsoperatie nodig zijn dan enkel een aanpassing van art. 289 Sr. Voor het empirische onderzoek is een kwantitatieve en kwalitatieve analyse verricht van de rechtspraak inzake moord en doodslag sinds 2006 en zijn meer dan twintig interviews gehouden met strafrechters, leden van het openbaar ministerie, advocaten, vertegenwoordigers van slachtofferorganisaties en de instanties betrokken bij de tenuitvoerlegging van (lange) gevangenisstraffen. Uit de rechtspraak en de strafrechtspraktijk is de noodzaak voor een verdere verhoging niet of nauwelijks gebleken.

In een beleidsreactie op het rapport wijzen de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming op de conclusie van de onderzoekers. Een wetsvoorstel ter verhoging van de tijdelijke gevangenisstraf voor moord lijkt niet in de maak. Wel geven de bewindslieden aan verder te werken aan een wetsvoorstel om het maximum van de gevangenisstraf bedreigd tegen doodslag te verhogen. De Ministers vinden het ‘gat’ van het huidige maximum (vijftien jaren) met de straf bedreigd tegen moord, te groot.