Spotlight Interview | Martin de Jong

'De relatie tussen recht en beleid, dat blijft sowieso iets fascinerend.'
Prof. dr. Martin de Jong
Hoogleraar Dynamics of Inclusive Prosperity

‘Na mijn middelbare schooltijd heb ik in Rotterdam bestuurskunde gestudeerd. Dat was in die tijd nog een gecombineerde opleiding, verzorgd door de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden. Ik kom uit Vlaardingen, dus dat ik naar Erasmus zou gaan lag eigenlijk wel voor de hand. De keuze voor bestuurskunde was echter een compromis tussen waar mijn hart lag en waar mijn ouders mij naartoe wilden sturen. Ik dacht zelf namelijk aan Frans of Maatschappijgeschiedenis, terwijl zij mij liever Economie of iets dergelijks zouden zien studeren. Dat had natuurlijk ook met de kansen op de banenmarkt te maken. En bestuurskunde lag eigenlijk perfect in het midden.’

‘Tijdens mijn studieperiode heb ik onder andere deelgenomen aan een uitwisselingsprogramma in Louvain-la-Neuve en heb ik in Leiden nog een jaar Frans gestudeerd. De studie zelf begon ik na verloop van tijd echter wat flets te vinden. Het was in die tijd toch een studie waar veel typische ambtenaren op afkwamen. Toch heb ik er ontzettend veel van geleerd. Het heeft me vooral veel realisme opgeleverd over hoe organisaties functioneren. In dat opzicht is het toch een hele waardevolle studie geweest.’

Mieren en treinen

‘Achteraf bezien heeft een academische carrière er altijd wel ingezeten. Op de basisschool was ik bijvoorbeeld altijd bezig met het schrijven van werkstukken. Dat kon over mieren gaan, of over de functionaliteit van treinen, noem maar op. Die werkstukken gingen heel de school rond, vooral die over mieren vond gretig aftrek.’

‘Toen ik in 1993 afstudeerde, was ik eigenlijk nog een vrij bescheiden jochie. Ik vond het eng om presentaties te geven: een uitnodiging om een praatje te houden bij de Rijksplanologische Dienst heb ik destijds zelfs afgeslagen. Toch durfde ik Ernst ten Heuvelhof, mijn toenmalige scriptiebegeleider en latere promotor, te vragen om wat toen nog een AIO-plek heette. Gelukkig ben ik toen geselecteerd. Na een soort testperiode kon ik bij hem promoveren en ben ik met hem mee naar Delft vertrokken, waar hij tot hoogleraar was benoemd.’

‘Voor mijn promotie deed een ik vergelijkend onderzoek, waarbij ik de besluitvorming van zes landen omtrent transportinfrastructuur bestudeerde. Ik bekeek welke institutionele structuren en welke omgangspraktijken er bestonden, met name bij het verdelen van geld voor infrastructuurprojecten. Een deel van mijn taken voerde ik uit bij het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat. Hierdoor heb ik nog heel even overwogen om de ambtenarij in te gaan. Ik heb ook nog gesolliciteerd bij een consultancy-groep, en hoewel ik daar werd aangenomen, heb ik uiteindelijk toch besloten om voor een wetenschappelijke carrière te gaan.’

Beleid kopiëren

‘Ik ben als onderzoeker begonnen op het gebied van transportinfrastructuur. Daarna ben ik me meer gaan bezig houden met wat ik ‘institutionele transplantatie’ zou noemen. Hier gaat het om de wijzen waarop landen en instituties ideeën van elkaar lenen en elkaar beleid kopiëren. Dit onderzoek beperkte zich aanvankelijk tot Europa, maar heeft later een wereldwijd karakter gekregen. Ik heb hier in 2002 ook een boek over geschreven. Weer later heeft mijn toenmalige decaan, Hugo Priemus, mij naar China gestuurd om samenwerkingsverbanden met toonaangevende universiteiten in dat land te realiseren. Dat was in begin 2005. Dit was zo’n bijzondere ervaring dat dit de volgende vijftien jaar van mijn werk gekleurd heeft en ik me dus vooral met China heb beziggehouden. Hierbij kun je denken aan vraagstukken die betrekking hebben op stedelijke planning, infrastructuurontwikkeling en de vraag hoe organisatorische en besluitvormingsprocessen precies lopen.’

Interdisciplinair werk

‘Ik kende uit mijn tijd bij de TU Delft al een aantal mensen van Erasmus School of Law, zoals Suzan Stoter, de huidige decaan, en Helen Stout. Met Helen heb ik destijds ook een aantal artikelen en een boek geschreven. Het feit dat ik heel interdisciplinair werkte, want ik had in mijn onderzoek met juridische, economische, sociologische en geografische aspecten te maken, maakte dat ik goed pas bij het interdisciplinaire stigma dat Suzan de faculteit wil geven. Ze heeft me daarom voor een dag in de week naar Rotterdam gehaald. Dit heb ik twee, drie jaar gedaan, waarbij ik gastcolleges gaf en publicaties verzorgde.’

‘Toen de plannen rondom de Erasmus Initiatives vorm begonnen te krijgen, heb ik mijn naam op de groslijst van mogelijke betrokken wetenschappers gezet. Dat ik hier uiteindelijk hoogleraar Dynamics of Inclusive Prosperity zou worden, had ik toen natuurlijk niet kunnen dromen. Voor mij betekent mijn rol als hoogleraar die zich met een van de drie Erasmus Initiatives bezig houdt een nieuwe fase in mijn leven. Ik zie het vooral als een prachtige kans om nieuwe aspecten van mezelf te ontwikkelen. Voor zover ik ben ik een van de weinigen die een dergelijke gecombineerde leerstoel bekleedt, dus dat is wel bijzonder.’

Uitdagend en moeilijk

‘Met Inclusive Prosperity kunnen we natuurlijk heel veel kanten op. Dat schept kansen, maar dit is tegelijkertijd ook best uitdagend en moeilijk, juist omdat het zo’n breed speelveld is. Gelukkig heb ik enkele mensen bij het Initiative werken die stuk voor stuk toptalenten zijn. Aan hun inzet en kwaliteit hoef ik dus helemaal niets te doen. Het is vooral mijn rol om alles aaneen te smeden. De bedoeling is immers dat de betrokken mensen en onderzoeksgebieden een collectief gaan vormen dat meetelt in de wereld.’

‘Natuurlijk zijn we pas een aantal maanden bezig, maar iedereen heeft tijdens een bezoek van de rector magnificus en de decaan een pitch kunnen geven. Het geeft het team een behoorlijke boost wanneer je merkt dat er op het allerhoogste niveau belangstelling is voor ons werk. We hebben een internationaal congres achter de rug, waar een aantal toppers uit heel de wereld heeft gesproken. Vanaf begin 2019 organiseren we elke twee weken seminars, waar we bijzondere sprekers voor uitnodigen, en natuurlijk wordt er gewerkt aan een concrete onderzoeksagenda. Ik wil de leden van ons team niet in een mal duwen, want daar wordt niemand gelukkig van.’

‘Zelf ben ik contacten aan het maken met een aantal ‘knopen’ in de wereld, dat zijn de plekken waar men zich met dezelfde thema’s bezighoudt. Dit is ook een van de ambities uit het businessplan dat ik voor mijn aanstelling heb geschreven. Een van de absolute voorlopers op dit gebied is de National University of Singapore. Ik ben daar al een aantal keren geweest en heb er goede contacten bij de Lee Kuan Yew School of Public Policy. Ik wil dus banden smeden met allerlei plekken en steden die zich bezighouden met alles wat met inclusiviteit te maken heeft. Als we met elkaar verschillende podiums oprichten, kunnen we veel beter zien waar iedereen precies mee bezig is.’

De teloorgang tegengaan

‘Ik ben zelf natuurlijk geen jurist, maar ik heb wel de nodige juridische vakken gevolgd. Met name gebieden als rechtsfilosofie en rechtstheorie vind ik wel heel leuk, maar ook het systeem van het positieve recht. De relatie tussen recht en beleid, dat blijft sowieso iets fascinerends.’

‘En natuurlijk zie ook ik hoe ontzettend belangrijk het is om een functionele rechtsstaat te hebben. Zeker als je ziet wat voor rommeltje het op dit gebied in andere landen is, ook in onze regio. We zijn eigenlijk best een verwend volkje. Vergeleken met veel andere landen hebben we het hier nog steeds heel behoorlijk geregeld. Maar als je soms al het gezever hier hoort, dan denk ik: ‘Jullie weten niet half wat jullie allemaal hebben.’

‘Ik vind het enigszins moeilijk om Erasmus School of Law nu al goed te kunnen omschrijven. Zo heb ik onlangs pas mijn eerste hooglerarenberaad bijgewoond. Dingen die er wat mij betreft uitspringen zijn bijvoorbeeld ons tutorensysteem, maar ook de stappen die worden gezet om het juridische meer te verweven met andere disciplines. Al is het wat mij betreft soms wat behoudend. En ik vind dat er op het gebied van internationalisering in onderzoek en onderwijs nog een aantal stappen kunnen worden genomen. We mogen best nog wat ambitieuzer worden.’

‘Ik ben er sterk voor om onze expertise meer met de samenleving te delen. Niet alleen omdat dit de jurist verrijkt, maar ook omdat hij of zij dit nodig heeft bij de uitoefening van zijn of haar taak. De buitenwereld moet namelijk als het ware met jou mee kunnen redeneren. Dit levert onder andere meer empathie op en creëert een groter draagvlak. Als je de aard van jouw werk en de functie van de rechtsstaat kunt benoemen, draag je namelijk bij aan het tegengaan van de teloorgang van deze rechtsstaat.’