Abortus uit het strafrecht: hoe zou dat er dan uit kunnen zien?

De discussie over de plek van abortus in het Wetboek van Strafrecht is dit najaar opnieuw opgelaaid. In oktober 2025 liet Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, al zien hoe de huidige wetgeving historisch tot stand kwam en waarom hij terughoudend maar optimistisch was over (toekomstige) decriminalisering. Nu er meer bekend is over de drempel die de positie van abortus in het Wetboek van Strafrecht in praktijk opwerpt voor vrouwen om goede zorg te zoeken, wordt door experts ook nagedacht over alternatieven die deze drempel kunnen verlagen terwijl de bescherming van de vrouw het ongeboren leven behouden blijft. Buijsen schetst nu een concreet alternatief voor de huidige regeling, en laat zien hoe dat zich verhoudt tot een internationale verplichting die eerder als struikelblok gold.

Stigma mag vrouwen niet weerhouden van het zoeken van abortuszorg 

Buijsens uitgangspunt blijft juridisch overeind. Artikel 296 van het Wetboek van Strafrecht stelt niet de vrouw strafbaar, maar degene die de abortus uitvoert buiten de voorwaarden van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz), de wet die sinds 1984 regelt onder welke voorwaarden abortus mag plaatsvinden. "De vrouw wordt geen enkel strafrechtelijk verwijt gemaakt. Wie dus zegt dat vrouwen door deze wet gestigmatiseerd worden, baseert zich strikt genomen op een misverstand,” aldus Buijsen. 

Toch is dat voor Buijsen niet langer de enige overweging. Hij noemt zijn nieuwe perspectief "voortschrijdend inzicht" en stelt een andere vraag centraal. Is de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever uit 1984 nog wel het belangrijkste criterium? "Als het stigma feitelijk ervaren wordt en vrouwen worden daardoor inderdaad weerhouden van het zoeken van goede abortuszorg, is dat dan niet iets waar de wetgever wat mee moet?" Het gaat hem dus niet meer om de vraag of het stigma terecht is, maar om het effect ervan in de praktijk. 

De huisarts en de abortuspil 

Een actueel voorbeeld van dat effect ziet Buijsen bij de huisarts. Sinds 1 januari 2025 mag ook de huisarts de abortuspil voorschrijven, tot negen weken in de zwangerschap. Toch doet op dit moment slechts drie à vier procent van de huisartsen dat. Buijsen wijst erop dat de strafrechtelijke inkadering van deze zorg daaraan waarschijnlijk bijdraagt. Opvallend genoeg wordt dit voorbeeld zelden in verband gebracht met stigma, terwijl het wel raakt aan wat wetenschappers een "chilling effect" noemen: het verschijnsel dat een regel mensen ontmoedigt om iets te doen, ook als zij zelf geen risico lopen om gestraft te worden. "De strafrechtelijke inbedding van deze regeling draagt zeker bij aan de gebrekkige toegankelijkheid tot deze vorm van abortuszorg," aldus Buijsen. "Maar in dit verband spreekt niemand van stigmatisering en chilling effecten." 

Een alternatief: van strafrecht naar bestuursrecht 

Als artikel 296 zou verdwijnen, moet abortus ergens anders geregeld worden. Het initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks-PvdA uit 2023 stelde daarvoor de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) voor. Dit is de wet die in Nederland algemene regels stelt voor de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld hoe zorgverleners moeten omgaan met klachten van patiënten. Volgens Buijsen is deze wet daarmee te algemeen voor iets als abortuszorg, die niet alleen medisch maar ook maatschappelijk gevoelig ligt en dus meer specifieke regels vraagt dan de Wkkgz biedt. "Iedereen die deze wet een beetje kent, weet dat dat onzinnig is," aldus Buijsen. "De Wkkgz leent zich daar helemaal niet voor." 

Hij kijkt liever naar de mogelijkheden van de Wet bijzondere medische verrichtingen (Wbmv). Deze wet regelt via het bestuursrecht, dus via vergunningen van de overheid in plaats van via het strafrecht, medische ingrepen die bijzonder zijn omdat ze kostbaar, schaars of moreel gevoelig zijn. IVF, orgaantransplantatie en kinderhartchirurgie vallen er al onder. "Als men abortuszorg wil decriminaliseren maar wel wil vasthouden aan een vergunningenregime, is onderbrengen bij de Wbmv de meest logische oplossing," aldus Buijsen. Een puur privaatrechtelijke route, via de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo), de wet die de relatie tussen arts en patiënt regelt, sluit hij zelf uit. Die stap noemt hij "een brug te ver" voor de medische beroepsgroep. 

Wat maakt die route dan een brug te ver? Buijsen legt uit dat de Wgbo patiënten recht geeft op zorg volgens de "professionele standaard", oftewel de norm die de beroepsgroep zelf vaststelt in protocollen en richtlijnen. Bij een huisarts met een patiënt met griepverschijnselen werkt dat zo: als de beroepsnorm antibiotica voorschrijft, heeft de patiënt daar een afdwingbaar recht op, ook al zou de huisarts liever iets anders adviseren. Bij abortuszorg ligt dat anders. De regels gelden nu niet als beroepsnorm maar als rechtsnorm, vastgelegd in de Wafz. Die norm geeft een recht op abortuszorg, niet op abortus zelf. Zou abortuszorg onder de Wgbo vallen, dan moet de beroepsgroep zelf gaan bepalen wat de professionele standaard voor abortus inhoudt, en daarmee onvermijdelijk ook de vraag beantwoorden of een vrouw die om abortus vraagt daar dan een afdwingbaar recht op krijgt. Die keuze bij de beroepsgroep neerleggen gaat Buijsen te ver. 

De bescherming die overeind moet blijven  

Een belangrijk tegenargument tegen decriminalisering is dat artikel 296 Sr ook bescherming biedt, bijvoorbeeld tegen gedwongen abortus. Nederland is namelijk partij bij het Verdrag van Istanbul, dat verplicht om abortus zonder toestemming van de vrouw strafbaar te houden. Dat verdragspunt werd door Buijsen eerder benoemd als knelpunt, zonder dat er een oplossing voor werd geschetst. 

Nu heeft Buijsen die wel. Hij stelt voor om de huidige leden 1 en 3 van artikel 296 Sr te herformuleren tot een nieuwe, losstaande strafbepaling die uitsluitend gedwongen abortus strafbaar stelt. De rest van de regeling zou dan naar de Wbmv kunnen. Zo blijft Nederland aan de verdragsverplichting voldoen, terwijl abortuszorg zelf niet langer strafrechtelijk wordt ingekaderd. 

Politiek nog geen haalbare kaart 

Wetgevingstechnisch is deze stap volgens Buijsen relatief eenvoudig. Politiek ligt dat anders. Hij vergelijkt de Wafz met andere wetten die na een moeizaam compromis tot stand kwamen, zoals de Euthanasiewet, en waar politici huiverig voor zijn om aan te komen. Zijn advies aan voorstanders van decriminalisering is dan ook om te benadrukken dat het juridisch gezien om een kleine stap gaat, van een strafrechtelijk verbod naar een bestuursrechtelijk verbod, en om vooral niet te raken aan late zwangerschapsafbreking na 24 weken. Ook moeten zij erop wijzen dat bestuursrechtelijke in plaats van strafrechtelijke inkadering op geen enkele wijze afbreuk zal doen aan de huidige zorgvuldige abortuspraktijk. 

Wie de discussie kent als een simpel ja of nee tegen abortus in het strafrecht, mist volgens Buijsen de kern. “Het gaat uitsluitend over zwangerschapsafbreking tot 24 weken, niet over late abortus en niet over gedwongen abortus, die strafbaar zou blijven. En decriminalisering betekent evenmin dat abortus 'gewone' zorg wordt. Het blijft bijzondere zorg, alleen zou dat voortaan bestuursrechtelijk in plaats van strafrechtelijk kunnen worden ingekaderd.” 

Professor
Meer informatie

Wetsvoorstel Groen Links-Partij van de Arbeid over abortus (2023): https://groenlinkspvda.nl/nieuws/groenlinks-pvda-dient-wet-in-om-abortus-uit-strafrecht-te-schrappen/

Gerelateerde content
Martin Buijsen duidt waarom abortus strafrechtelijk is ingebed en hoe zorgvuldige wetgeving ook buiten het strafrecht mogelijk is.
Abortus
Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, legt uit hoe de strafbaarstelling van abortus vrouwen en ongeboren kinderen beschermt.
Martin Buijsen
Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht, vertelt over de mogelijke wijzigingen in de Nederlandse abortuswetgeving.
patiëntendata
Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht, geeft een juridische kijk op de wereldwijde veranderende abortuswetgevingen en de Nederlandse wetgeving.
patiëntendata
Gerelateerde opleiding
Wil jij met jouw kennis van zaken snel carrière maken? Heb jij interesse in de verhoudingen tussen patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen