“Btw-verlaging kan een politicus nu niet maken tegenover de kiezers”

Op 10 juli verscheen in het Financieele Dagblad een expertbijdrage van prof. dr. Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan Erasmus School of Law. Hierin spreekt zij zich uit over de inefficiëntie van de door diverse Europese landen tijdelijk ingestelde btw-verlaging. Gezien de geringe voordelen en het feit dat consumenten na afloop van de maatregel duurder uit zijn, zal de maatregel weinig bijdragen aan armoedebestrijding en zijn de getroffenen beter geholpen met een specifieke subsidie.

De COVID-19 crisis heeft in diverse Europese landen geleid tot een tijdelijke btw-verlaging. Zo verlaagde Duisland het reguliere btw-tarief al van 19% naar 16% en het verlaagde tarief van 7% naar 5%. Andere landen zoals Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk volgden en ook Italië overweegt zich aan te sluiten. Middels deze verlaging hopen zij de consumptie te stimuleren. Voor grote uitgaven zoals een auto, televisie of verbouwing kan het immers zorgen voor een groot voordeel.

Inefficiënte maatregel
Volgens de Duitse denktank DIW zullen particulieren echter terughoudend zijn met de aankoop van grote consumptiegoederen vanwege de onzekere economische situatie. In Nederland wordt het steunen van lage inkomens als argument voor de btw-verlaging genoemd. De verlaging zal echter weinig invloed hebben op kleine uitgaven. Omdat het prijsverschil klein is, zal het weinig aanleiding geven tot grotere bestedingen. Bovendien verlaagt de maatregel niet enkel de kosten voor de lage inkomensgroep maar voor iedereen.

Daarnaast is ook nog niet zeker of de ondernemers de btw-verlaging gaan vertalen in een even grote prijsverlaging. Ondernemers zijn immers niet verplicht de verlaging ten gunste van hun klanten te laten komen en kunnen het prijsverschil ook in eigen zak steken. Hoewel dit onderdeel van het doel kan zijn is een generieke btw-verlaging ook geen efficiënt middel om de door corona getroffen ondernemers te steunen omdat zo ook de niet-getroffen bedrijven worden gesubsidieerd.

Tot slot gaat het om een crisismaatregel, die op termijn zal worden teruggedraaid. Uit het verleden blijkt dat een btw-verhoging vaak leidt tot een hogere prijsstijging dan de tariefsverhoging, daarmee zijn consumenten op termijn toch duurder uit.

Het alternatief  
Prof. Hemels bestempelt de maatregel als een kostbare en inefficiënte vorm van armoedebestrijding. In plaats van een generieke btw-verlaging kan volgens haar beter een gerichte subsidie worden gegeven, dat is voor de overheid goedkoper en levert de getroffenen meer op. Want hoewel btw-verlaging klinkt als een sympathieke en aantrekkelijke oplossing vanuit de politiek, blijkt uit de geschetste gevolgen dat politici dit feitelijk niet kunnen maken tegenover de kiezers. De maatregel kost de overheid – en dus de belastingbetaler – veel geld, is inefficiënt en komt ook terecht bij groepen die het niet nodig hebben. Prof. Hemels spreekt daarmee haar steun uit voor het kabinet dat momenteel niet voornemens is om de btw tijdelijk te verlagen en het als ondoelmatig bestempelt.