De ‘vrije’ handel onder het EU-UK-handelsverdrag

Mr. Martijn Schippers, universitair docent douanerecht bij Erasmus School of Law, heeft een opiniërende blog geschreven over handel onder het EU-UK-handelsverdrag. De blog is hieronder te lezen:

Op kerstavond werd door prime minister Johnson en EC-voorzitter Van Leyen jubelend medegedeeld dat een handelsdeal was gesloten. Kort daarop, op 30 december 2020, lichtte Boris Johnson in het Britse Lagerhuis toe wat dat voor de handel tussen de EU en het VK zou betekenen:

In less than 48 hours, we will leave the EU single market and the customs union, as we promised and yet British exporters will not face a sudden thicket of trade barriers, but rather, for the first time in the history of EU agreements, zero tariffs and zero quotas.”

Johnson lijkt in zijn speech te suggereren dat het vrije verkeer van goederen tussen de EU en het VK met de sluiting van het handelsverdrag wordt voortgezet. Dit is echter pertinent niet waar. Het handelsverdrag voorziet daar namelijk niet in. Wat het wel doet is het elimineren van invoerheffingen en -quota’s, mits er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het welbekende addertje onder het gras is namelijk dat voldaan moet zijn aan oorsprongsregels om goederen tegen 0% in te voeren. Dat betekent simpel gezegd dat onder dit verdrag alleen goederen met de ‘Britse’ nationaliteit’ tegen 0% in de EU kunnen worden ingevoerd en omgekeerd. Een fles Amerikaanse Bourbon die vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland wordt verscheept kan dus niet van dit 0%-tarief gebruikmaken. Als je eenmaal op basis van de weerbarstige productspecifieke oorsprongsregels hebt vastgesteld dat de goederen van oorsprong zijn (lees: de ‘Europese’ of ‘Britse nationaliteit’ hebben), heb je slechts een eerste stap gezet voor het toepassen van het EU-UK-handelsverdrag. Voor het claimen van ‘tariefbegunstiging’ moet namelijk ook een oorsprongsbewijs bij de goederen worden gevoegd. Daarmee wordt bij invoer aangetoond dat de goederen vrij van rechten ingevoerd mogen worden. Het afgeven van een oorsprongsbewijs – het paspoort van de goederen – kan echter niet zomaar. Er moet allerlei documentatie in de administratie worden opgeslagen en in bepaalde gevallen mag een oorsprongsbewijs alleen worden afgegeven als de exporteur zich op voorhand bij de douaneautoriteiten heeft geregistreerd. De ‘vrije’ handel ziet kortom alleen op de eliminering van invoerrechten en -quota’s en komt met de nodige mitsen en maren.

Universitair Docent