Mag je menselijke embryo’s speciaal creëren voor wetenschappelijk onderzoek? Die vraag staat centraal nu een initiatiefwetsvoorstel beoogt het verbod op embryokweek voor onderzoek uit de Embryowet te schrappen. Het onderwerp roept felle maatschappelijke discussies op, maar volgens Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, verhult die felheid dat het voorstel juridisch weinig schokkend is. In zijn bijdrage in het juridische tijdschrift Ars Aequi benadrukt hij dat de kern van het debat vooral moreel is.
Wat is embryokweek voor onderzoek?
Embryokweek voor onderzoek houdt in dat menselijke embryo’s speciaal tot stand worden gebracht om onderzoek te doen naar de allervroegste stadia van menselijke ontwikkeling. Het gaat om embryo’s die buiten het lichaam ontstaan en nooit bedoeld zijn om uit te groeien tot een zwangerschap. Volgens Buijsen is het doel helder: “Embryokweek ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek heeft tot doel te begrijpen wat er gebeurt tijdens de eerste celdelingen na de bevruchting.” De kennis die dit oplevert kan worden benut in de voortplantingsgeneeskunde en bij de behandeling en preventie van erfelijke aandoeningen.
Wat staat de wet nu toe?
De huidige Embryowet staat onderzoek met embryo’s toe, maar alleen met zogenoemde restembryo’s: embryo’s die zijn overgebleven na een ivf-behandeling. Dit onderzoek mag uitsluitend plaatsvinden met toestemming van de betrokken donoren en na goedkeuring door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Het speciaal creëren van embryo’s voor onderzoek is nu verboden. Dat verbod was bij de invoering van de Embryowet bedoeld als tijdelijk, maar is nooit opgeheven. Het initiatiefwetsvoorstel wil dit verbod schrappen, zonder het overige beschermingskader van de wet aan te passen. Ook bij onderzoeksembryo’s zou de grens blijven gelden dat embryo’s niet langer dan veertien dagen buiten het lichaam mogen worden ontwikkeld. “Die termijn geldt als een compromis tussen het belang van wetenschappelijk onderzoek enerzijds en respect voor (beginnend) menselijk leven anderzijds,” legt Buijsen uit. “Internationaal wordt dat gezien als het moment waarop de beschermwaardigheid van een embryo een aanvang neemt.”
Juridisch weinig op het spel
Hoewel het debat vaak juridisch wordt ingestoken, ziet Buijsen daar weinig reden toe. “Juridisch gezien is hier de vraag relevant naar de verenigbaarheid met hoger recht,” zegt hij. “Maar aan dat hogere recht, neergelegd in mensenrechtenverdragen waarbij Nederland partij is, zijn geen doorslaggevende argumenten te ontlenen voor dan wel tegen opheffing van het verbod.” Mensenrechtenverdragen laten staten op dit terrein een ruime beoordelingsmarge. Zowel het handhaven als het opheffen van het verbod past binnen die juridische kaders. Juridisch gezien staat er dus weinig op het spel.
Waarom is het debat dan zo fel?
De discussie over embryokweek voor onderzoek heeft vooral een morele achtergrond. Sommige tegenstanders beschouwen een embryo vanaf de conceptie als volwaardig menselijk leven dat volledige bescherming verdient. Anderen vinden het moreel relevant dat restembryo’s oorspronkelijk zijn bedoeld voor zwangerschap, terwijl onderzoeksembryo’s vanaf het begin uitsluitend als onderzoeksobject dienen. Buijsen plaatst daar kanttekeningen bij en wijst erop dat de maatschappelijke verontwaardiging vaak berust op een onvolledig beeld van de huidige wetgeving. “Veel mensen zijn zich onbewust van het feit dat wetenschappelijk onderzoek met restembryo’s onder de huidige Embryowet ook al kan,” zegt hij. “Ook die embryo’s worden vernietigd. Waarom zou het kweken van embryo’s voor datzelfde doel dan wel verboden moeten worden?”
Medische betekenis
De afschaffing van het verbod kan concrete gevolgen hebben voor medisch onderzoek. Buijsen verwacht dat vooral onderzoek naar mitochondriale aandoeningen op korte termijn baat zal hebben bij de wetswijziging. Dat zijn ernstige, vaak progressieve stofwisselingsziekten die bij ongeveer één op de vijfduizend levendgeborenen voorkomen. Daarnaast kan embryokweek bijdragen aan veiliger en effectiever onderzoek in de voortplantingsgeneeskunde. Omdat onderzoek naar de allereerste ontwikkelingsstadia in Nederland nu niet is toegestaan, is men grotendeels aangewezen op buitenlandse kennis en toepassingen.
Ruimte voor verschil
Of beleid op dit terrein ooit recht kan doen aan alle levensbeschouwelijke overtuigingen, betwijfelt Buijsen. “Nee,” stelt hij, “maar goed functionerende liberale democratieën kunnen met dergelijke verschillen overweg.” Daarbij verwijst hij naar het idee van public reason. “Dat houdt in dat politieke besluiten (wetten, beleid) voor alle leden van de samenleving gerechtvaardigd moeten zijn, hetgeen wil zeggen dat ze gebaseerd moeten zijn op redenen die elke redelijke persoon zou kunnen aanvaarden.”
Inmiddels heeft de Tweede Kamer ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel om het verbod op embryokweek voor onderzoek op te heffen. Daarmee is een belangrijke politieke stap gezet in een debat dat jarenlang vastzat. Dat de wet nu is aangenomen, betekent volgens Buijsen niet dat de morele vragen zijn verdwenen. Wel verwacht hij dat de maatschappelijke weerstand in de praktijk zal afnemen zodra de medische meerwaarde zichtbaar wordt. “Als de opheffing van het verbod leidt tot concrete vooruitgang in de voortplantingsgeneeskunde en in de behandeling van erfelijke aandoeningen, zullen de bezwaren tegen deze verruiming waarschijnlijk minder scherp worden,” aldus Buijsen. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer, waar de verdere afweging zal plaatsvinden.
- Professor
- Meer informatie
Dit artikel is mede gebaseerd op een uitgebreide juridische en ethische analyse van Martin Buijsen in het tijdschrift Ars Aequi. In die bijdrage staat Buijsen stil bij de vraag of het opheffen van het verbod op embryokweek voor wetenschappelijk onderzoek verenigbaar is met hoger recht, waaronder mensenrechtenverdragen. Daarnaast weegt hij de belangrijkste morele argumenten voor en tegen de wetswijziging zorgvuldig tegen elkaar af. Buijsen laat zien dat de Embryowet geen absolute bescherming van beginnend menselijk leven beoogt, maar een balans zoekt tussen bescherming en wetenschappelijke vooruitgang. Ook gaat hij in op internationale ontwikkelingen en vergelijkingen met andere landen. Wie zich verder wil verdiepen in de juridische en morele achtergronden van dit debat, kan het volledige artikel raadplegen via deze link.
- Gerelateerde content
