Kunnen we onze verschillen omarmen door tolerantie als een persoonlijke deugd te beschouwen?

We leven in samenlevingen die diverser en gepolariseerder zijn dan ooit tevoren. Ongeacht cultuur, religie of politieke overtuiging worden mensen dagelijks geconfronteerd met opvattingen en waarden die sterk afwijken van die van henzelf. Hoe moeten individuen met die realiteit omgaan? Volgens Lester Chen, promovendus aan Erasmus School of Law, ligt het antwoord in een concept dat al zo oud is als de filosofie zelf: tolerantie. Maar Chen benadert het op een manier die allesbehalve conventioneel is. Hij stelt dat tolerantie niet louter als een politiek principe moet worden opgevat, maar als een individuele deugd die ieder van ons in het dagelijks leven kan ontwikkelen en beoefenen.

Op 18 juni 2026 verdedigt Chen zijn proefschrift: ‘'Tolerantie: een morele deugd’', onder begeleiding van Wibren van der Burg, emeritus hoogleraar Theorie en Methodologie aan Erasmus School of Law, en Machteld Geuskens, universitair docent Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Tolerantie als deugd, niet alleen als beleid

De centrale vraag van Chens proefschrift is ogenschijnlijk eenvoudig: moeten we tolerantie opvatten als een individuele deugd? Zijn antwoord is ja. Op basis van Aristoteles' deugdethiek betoogt hij dat tolerantie aan alle criteria van een echte deugd voldoet: ze kan door oefening worden ontwikkeld, vereist praktische wijsheid en draagt bij aan menselijke bloei. “Tolerantie is geen aangeboren eigenschap,” legt Chen uit, “maar een deugd die door oefening kan worden ontwikkeld, net als andere deugden.”

Deze invalshoek onderscheidt zijn werk van een groot deel van de bestaande literatuur, waarin tolerantie doorgaans vooral als een politiek of juridisch principe wordt beschouwd; iets dat wetgevers en instituties moeten handhaven. In filosofische en juridische discussies wordt tolerantie vaak gereduceerd tot een binaire keuze: iets verbieden of toestaan, alsof het niet verbieden van een handeling automatisch neerkomt op het tolereren ervan. Chen verwerpt die invalshoek niet, maar benadrukt dat deze onvolledig is. Een regering of instituut dat werkelijk de deugd van tolerantie bezit, zo stelt hij, zou zich richten op het overlegproces achter dergelijke beslissingen: hebben we voldoende gecommuniceerd met diverse groepen? Hebben we geprobeerd de wereld vanuit hun perspectief te bekijken? Tolerantie moet met andere woorden ook een persoonlijke deugd zijn, een continu proces van zelfreflectie en begrip, en niet slechts een definitieve beslissing.

Chen verruimt ook de definitie van tolerantie zelf. In filosofische discussies verwijst tolerantie doorgaans naar het op morele gronden bezwaar maken tegen een culturele praktijk of overtuiging, maar daarbij afzien van inmenging in de vrijheid van mensen om daarnaar te handelen. Chen stelt dat de drempel lager kan liggen. Zelfs als ons ongemak met een andere groep voortkomt uit persoonlijke voorkeur in plaats van morele bezwaren, ‘’blijven we tolerantie praktiseren zolang we de neiging tot inmenging bedwingen en anderen toestaan hun manier van leven te behouden. ”

Neem het voorbeeld van vrouwen die een burkini dragen in openbare zwembaden. Of iemand nu bezwaar heeft op culturele gronden, een andere kijk heeft op vrouwenrechten, of simpelweg een hekel heeft aan de esthetiek, zolang men zich niet bemoeit met de vrijheid van anderen om deze te dragen, kan men als tolerant worden beschouwd. Dit betekent dat tolerant zijn geen volledige acceptatie vereist. Het vereist simpelweg terughoudendheid en de bereidheid om anderen toe te staan anders te leven. 

Hoe kunnen mensen leren toleranter te zijn? 

De term ‘tolerantie’ wordt veel gebruikt, maar zelden nauwkeurig onderzocht. Een van de onderscheidende bijdragen van het proefschrift is een vergelijking tussen verschillende kaders. Chen analyseert hoe de Kantiaanse deontologie, het utilitarisme en de deugdethiek elk omgaan met morele diversiteit, en stelt dat de deugdethiek het beste kader biedt om tolerantie te begrijpen. Maar hij blijft niet bij theorie. Hij duikt ook in een zeer praktische vraag: hoe kunnen mensen daadwerkelijk leren toleranter te zijn?

Enneagram diagram with nine numbered types and arrows linking them

Om dit te onderzoeken, maakt hij gebruik van de Enneagram, een psychologisch model als een heuristiek dat negen persoonlijkheidstypes identificeert en beschrijft hoe elk type de neiging heeft de wereld te zien en met anderen om te gaan. Door filosofie en psychologie te combineren, onderzoekt Chen hoe mensen met verschillende karakters tolerantie kunnen ontwikkelen als een oprechte gewoonte, door middel van dieper zelfinzicht en oprechte empathie. Het is een benadering die zeldzaam is in de bestaande literatuur.

 

We kunnen ernaar streven om individuen te zijn die verschillen tolereren 

De maatschappelijke relevantie van Chens onderzoek reikt veel verder dan de academische filosofie. De vraag hoe individuen ondanks hun verschillen oprecht met elkaar kunnen omgaan, in plaats van die verschillen te onderdrukken of te negeren, is urgent.

Chen waakt ervoor om in naïef idealisme te vervallen. Hij erkent dat een diepgaande dialoog niet altijd mogelijk is: "We hebben misschien niet altijd de energie en de tijd voor een diepgaande dialoog. We moeten echter op zijn minst ernaar streven onze eigen waarden hoog te houden, terwijl we flexibiliteit en ruimte laten voor anderen.“ Zijn advies aan lezers is praktisch: begin klein. ”Voordat we besluiten of we vrouwen moeten verbieden om burkini's te dragen in openbare wateren, moeten we ons eerst in hun schoenen verplaatsen en ons afvragen of er legitieme redenen zijn waarom ze dat willen doen. Om toleranter te worden, kunnen we beginnen met bereid te zijn het lichte ongemak te verdragen dat gepaard gaat met het verschuiven van ons perspectief."

Tolerantie is in zijn kader een realistisch en aan te leren uitgangspunt, een fundamentele morele praktijk waaruit meer begrip en medeleven kunnen groeien. “Hoewel het misschien moeilijk is om liefde en acceptatie te tonen voor mensen die fundamenteel van ons verschillen,” legt hij uit, “kunnen we op zijn minst ernaar streven om individuen te zijn die verschillen tolereren.”

De maatstaf voor succes 

Voor Chen wordt het succes van zijn onderzoek niet afgemeten aan het aantal citaten, maar aan het gedrag. Iedereen die ervoor kiest om verschillen te omarmen in plaats van zich ervan af te keren, belichaamt precies de impact die hij met zijn werk hoopt te bewerkstelligen.

Chen is open over het feit dat het tijd en aanmoediging kostte om in zijn eigen ideeën te geloven. Wat hem het meest verraste, was de vrijheid die zijn begeleiders hem gaven. “Ze lieten me beseffen dat ik inderdaad in staat ben om deel te nemen aan het gesprek onder filosofen en mijn eigen originele ideeën in te brengen”, blikt hij terug. Even belangrijk was een verschuiving in perspectief: het besef dat het doel van een proefschrift niet is om iedereen te overtuigen, maar om je denken voortdurend te verfijnen totdat het overtuigend en verdedigbaar is. Dat inzicht, zegt hij, verlichtte de druk aanzienlijk en stelde hem in staat om geleidelijk aan echt academisch zelfvertrouwen op te bouwen.

Hij is openhartig over de moeilijkheid van het proces zelf. “Het is niet gemakkelijk om je passie en motivatie vast te houden tijdens lange periodes van repetitief, diepgaand schrijven.” Maar hij is even lovend over de steun die hij vond aan Erasmus School of Law. De school, zegt hij, deed meer dan alleen theorie onderwijzen: “Ze boden praktische begeleiding en hielpen me mentale veerkracht op te bouwen.” Zijn advies aan degenen die net beginnen is eenvoudig: “Koester het curriculum van de school en de begeleiding van je promotoren, en gebruik deze kansen om je eigen veerkracht en competentie te ontwikkelen.”

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen