Presentatie onderzoek naar inzet baatbelasting warmtenet Drechtsteden

Het ESBL (Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden) heeft in opdracht van de regio Drechtsteden onderzoek gedaan naar het inzetten van baatbelasting bij een warmtenet. Op 1 november jl. overhandigden de onderzoekers hun rapport aan wethouder Jacqueline van Dongen van de gemeente Zwijndrecht, tevens portefeuillehouder Energiestrategie Drechtsteden. Het rapport beschrijft de mogelijkheid om een deel van het geld voor de aanleg van een warmtenet bij elkaar te brengen via een gemeentelijke belasting.

De regio Drechtsteden (Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht) wil in 2050 energieneutraal zijn. Belangrijk voor de verduurzaming is een andere warmtevoorziening voor woningen. Geen verwarming meer op fossiel gas, maar bijvoorbeeld via een warmtenet. In Dordrecht ligt al een goed werkend warmtenet dat warmte uit afvalverbranding hergebruikt. De woningcorporaties, de gemeenten en het warmtebedrijf HVC verkennen de mogelijkheid van een warmtenet in meer woonwijken.

Hoge kosten

De aanleg van een warmtenet vraagt hoge investeringen. Woningcorporaties, die gelden als belangrijke eerste klant van het warmtenet, kunnen waarschijnlijk de hiermee voor hen gemoeide kosten niet in een keer zelf betalen. Het ESBL (Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden) heeft met oog hierop onderzocht of een gemeentelijke belasting een oplossing kan bieden. Met belasting haal je immers geld binnen, dat je voor een publieke voorziening kunt inzetten.

Baatbelasting

Uit het onderzoek blijkt, dat een gemeentelijke baatbelasting een oplossing kan zijn. De gemeente financiert daarbij een deel van de aanleg van het warmtenet in één keer vooraf. Het voorgeschoten bedrag kan de gemeente vervolgens over een periode van maximaal 30 jaar terugvorderen via het innen van een baatbelasting. Voordeel is, dat de kosten hiermee voor corporaties over een langere periode worden uitgesmeerd, waardoor het betaalbaarder wordt. Uit aanvullend onderzoek van VBTM Advocaten blijkt bovendien dat een baatbelasting niet in strijd is met de financieringsregels die voor woningcorporaties gelden.

Uitvoering

Baatbelasting lijkt hiermee een mogelijke oplossing, maar er zitten nog verschillende haken en ogen aan.

Punt van aandacht is bijvoorbeeld dat iedere woning die baat heeft van het warmtenet, via de baatbelasting móet bijdragen. Dat wil zeggen dat iedere woning die mogelijk aangesloten kan worden op het warmtenet, een aanslag baatbelasting krijgt.

Bij een wijk die alleen uit huurwoningen bestaat, die allemaal op het warmtenet worden aangesloten, is dat geen probleem. Indien er ook particuliere woningen in de wijk staan, wordt het echter een stuk ingewikkelder. Niet elke woning is namelijk geschikt voor de nieuwe aansluiting én sommige particuliere woningeigenaren hebben liever een eigen warmtepomp dan een aansluiting op een warmtenet.

Haalbare en betaalbare warmtetransitie

Het Klimaatakkoord noemt ontwikkeling van gebouwgebonden financiering cruciaal voor het slagen van de energietransitie. Het in opdracht van de Drechtsteden uitgevoerde onderzoek naar baatbelasting maakt de kansen en bedreigingen van deze financieringsvorm inzichtelijk en biedt daarmee aangrijpingspunten voor verdere verdieping, bijvoorbeeld in het kader van de Warmtewet 2.0.