Nederland en andere landen in de Europese Unie willen de aanwezigheid van migranten zonder verblijfsrecht tegengaan. Zij maken hiervoor gebruik van het recht. Dit roept vragen op over hoe het recht ertoe doet voor migranten zonder verblijfsrecht en wat de gevolgen hiervan zijn voor de werking van het recht in de samenleving. Mieke Kox, universitair docent Criminologie aan Erasmus School of Law, schreef haar proefschrift Unravelling unauthorized migrants’ legal consciousness processes, om precies deze vragen te beantwoorden en ontving daarvoor op 12 juni de prestigieuze Willem Nagelprijs 2026.
Tijdens het jaarlijks congres van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie ontving Kox de prijs voor haar diepgaande studie naar het perspectief van migranten zonder verblijfsrecht op het recht en de impact daarvan. Zij focuste in haar proefschrift op het legal consciousness van migranten zonder verblijfsrecht, ofwel de manieren waarop zij de wet ervaren, interpreteren en ernaar handelen. Zo stelt zij het perspectief van migranten centraal, een nog ondervertegenwoordigd perspectief in het wetenschappelijke en maatschappelijke debat over de werking van het recht in het vreemdelingendomein.
Problematiseren zorgt voor (meer) problemen
Kox vertelt over de aanleiding van haar onderzoek: "De Nederlandse overheid is, net als vele andere westerse landen, onrechtmatig verblijf in toenemende mate gaan problematiseren. Waar zij migranten voorheen uitnodigde en tolereerde, is zij de komst en het verblijf van migranten zonder verblijfsrecht vanaf de jaren negentig in toenemende mate ter discussie gaan stellen. Zij maakt hiertoe vaak gebruik van ‘het recht’, bijvoorbeeld om migranten zonder verblijfsrecht uit te sluiten van sociale voorzieningen, hen te kunnen identificeren, toezicht op hen uit te oefenen en hun (gedwongen) terugkeer te realiseren."
"Het verschil tussen migranten met en zonder verblijfsrecht in Nederland zit in de wettelijke toestemming om hier te wonen en werken. Migranten zonder verblijfsrecht vormen een diverse groep van onder meer uitgeprocedeerde asielzoekers, mensen die na afloop van hun visum zijn gebleven om te werken, mensen die hun verblijfsrecht zijn verloren door een scheiding of veroordeling, voormalig alleenstaande minderjarige vreemdelingen die 18 zijn geworden, en nog vele anderen. Het gebrek aan verblijfsrecht heeft invloed op de rechten en plichten van deze personen."
Deze situatie riep bij Kox de vraag op hoe het recht er voor migranten zonder verblijfsrecht toe doet. Dat die vraag vandaag de dag nog zeer actueel is wordt onderstreept door het EU Pact voor Migratie en Asiel dat op de dag van de prijsuitreiking in werking trad. Hiermee worden nieuwe, verdergaande maatregelen ingevoerd worden die ook migranten zonder verblijfsrecht raken. “Nederland gaat echter verder dan vereist voor de implementatie van het Pact”, vertelt Kox. Zij wilde deze migranten een stem geven in het wetenschappelijke en maatschappelijke debat over het recht dat hen aangaat.
Tussen macht en onmacht
Door middel van langdurig multi-sited etnografisch onderzoek onder migranten zonder verblijfsrecht laat Kox een diepgaand, invoelend beeld zien van de legal consciousness van migranten zonder verblijfsrecht. De jury prees de aanpak van het onderzoek en het doorzettingsvermogen van Kox: “Op basis van langdurig kwalitatief onderzoek – waaronder herhaalde interviews met een moeilijk bereikbare populatie, participerende observaties en gesprekken na terugkeer naar het land van herkomst biedt de auteur een indringend en genuanceerd beeld van het leven zonder verblijfsstatus. Het menselijke leed van de onderzoekspopulatie is voelbaar aanwezig, evenals de emotionele arbeid die het onderzoek van de auteur heeft gevraagd.” aldus de Jury.
Haar proefschrift laat zien dat het recht enerzijds heel machtig is omdat het een vergaande invloed heeft op het dagelijks leven van migranten zonder verblijfsrecht. "Het beperkt hun sociale en geografische mobiliteit en leidt tot onveilige en ongezonde leefsituaties die een vergaande invloed hebben op hun welzijn en toekomst. Anderzijds is het recht ook machteloos omdat het migranten zonder verblijfsrecht slechts beperkt aanzet tot terugkeer en de overheid er slechts ten dele in slaagt om gedwongen terugkeer met het recht af te dwingen. Dit maakt dat migranten zonder verblijfsrecht hun verblijf kunnen continueren", aldus Kox.
Legitimiteit over repressie
Hoewel haar bevindingen ingaan tegen nationale en Europese trends in het vreemdelingendomein stelt Kox dat het ook anders kan. "Mijn proefschrift laat zien dat er meer te verwachten is van een aanpak die gebaseerd is op ervaren legitimiteit in plaats van repressie. De implementatie van het Pact laat echter zien dat de Nederlandse overheid op de ingezette repressieve lijn doorgaat.”
Ondanks dat er in het huidige politieke klimaat weinig ruimte lijkt voor deze aanbeveling blijft Kox hoopvol over een toekomst waarin het recht ook in het vreemdelingendomein rechtsgeldig en moreel juist is. Een toekomst waarin migranten een stem krijgen in het wetenschappelijke en maatschappelijke debat over het recht dat hen aangaat. Daarvoor zal zij de samenwerking met de uitvoeringspartners blijven opzoeken: “Ik merk dat er op uitvoeringsniveau bereidheid is om iets met de resultaten te doen. Ik heb mijn onderzoeksbevindingen bij verschillende uitvoeringsorganisaties zoals de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Directie Migratiebeleid van het Ministerie, de Immigratie en Naturalisatie Dienst en andere gepresenteerd. Daar wordt gekeken wat ze met de inzichten kunnen, ondanks dat hier op politiek niveau weinig ruimte voor is.”
In een unaniem besluit prees de Jury Kox’ onderzoek voor originaliteit, wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie en de innovatieve invulling van klassieke criminologische frameworks: “Door het verschil in percepties en omgang met de wet uit te diepen combineert dit proefschrift een sterk moreel argument met een sterk academisch argument om de stem van migranten centraal te zetten. ”
- Meer informatie
Lees het volledige artikel hier.
Promotoren: Richard Staring (Erasmus School of Law) en Miranda Boone (Universiteit Leiden)
