Hoe regel je iets dat zo snel evolueert en zo verstrekkende gevolgen heeft als kunstmatige intelligentie? Een vraag die ons allemaal aangaat, nu AI zijn weg heeft gevonden naar ons privé- en beroepsleven. De tweede editie van de Law, AI and Regulation (LAIR)-conferentie bracht een internationale groep wetenschappers uit verschillende disciplines naar de campus om zich over deze complexe vraag te buigen. Maakt de AI-wet zijn beloften op het gebied van bescherming waar, en wat is de impact van de nieuwe transparantieverplichtingen voor AI? Julia Krämer, universitair docent gegevensbeschermingsrecht aan de Erasmus School of Law, vertelt ons meer over de praktische implicaties en tekortkomingen van de AI-wet.
De timing van de conferentie had nauwelijks relevanter kunnen zijn. De goedkeuring van de EU-wet inzake kunstmatige intelligentie (AIA) wordt algemeen gezien als een mijlpaal in het juridische en regelgevende landschap voor AI; het is de eerste wet in zijn soort die streeft naar een alomvattend wettelijk kader voor AI. Het doel is ervoor te zorgen dat AI-systemen veilig en betrouwbaar zijn en de grondrechten respecteren. Maar het is allesbehalve eenvoudig om die ambitie in de praktijk te brengen. Achter de brede beginselen van de AIA gaan complexe juridische, ethische, bestuurlijke en maatschappelijke vraagstukken schuil. Het thema van de conferentie van dit jaar, ''Kritische perspectieven op de AI-wet”, was bedoeld om juist die vraagstukken rechtstreeks aan te pakken, in plaats van de wetgeving als een afgewerkt product te beschouwen.
De regelgeving rond AI ontwikkelt zich snel
Krämer vertelt ons dat de gevolgen van AI en de bijbehorende regelgeving zich snel ontwikkelen. “Nog maar een paar weken geleden, op 2 augustus 2026, zijn de transparantieverplichtingen van de AI-wet van kracht geworden en worden deze nu gehandhaafd. Vanaf die datum moet door AI gegenereerde inhoud een duidelijke vermelding van de herkomst bevatten, wat betekent dat door AI gegenereerde audio, afbeeldingen, video’s en tekst voorzien moeten zijn van een machinaal leesbare markering. Zo heeft de LLM Claude van Anthrophic veel aandacht getrokken sinds zij aankondigden dat zij watermerken in hun antwoorden zullen implementeren. Daardoor zou het binnenkort mogelijk moeten zijn om door Claude geschreven teksten te onderscheiden, ook al beweert Anthrophic dat dit voor lezers van de teksten niet zichtbaar of te onderscheiden zal zijn.”
Wat zijn de hindernissen voor goede AI-regelgeving?
De AI-wet is op dezelfde manier opgezet als wetgeving op het gebied van productveiligheid. Krämer legt uit waarom dit een probleem zou kunnen zijn: “Hoewel deze aanpak uitstekend geschikt is om technische fouten in producten op te sporen, kan het lastig zijn om structurele problemen aan te pakken, zoals discriminatie of het verlies van onafhankelijkheid – uitdagingen die veel AI-systemen met zich meebrengen.”
Ten tweede ging een presentatie over AI-gezelschapsbots en de risico’s die deze voor de samenleving met zich meebrengen. ”Gezelschapsbots zijn apps die gezelschap simuleren, bijvoorbeeld door een gesprek met de gebruiker te voeren. Ze maken vaak gebruik van mechanismen die verslavend werken, of sturen de gesprekken in de richting van expliciete inhoud, wat ernstige gevolgen heeft, met name voor minderjarigen. Hoewel de AI-wet wel van toepassing is op dergelijke bedrijven – doordat deze geldt voor niet-EU-actoren wier systemen in de EU zijn gevestigd – gaat het ook om de handhaving: aangezien dit bedrijf in de VS is gevestigd, zal het interessant zijn om te zien in hoeverre de AI-wet daadwerkelijk kan worden gehandhaafd.”
Diversiteit aan perspectieven en expertise
De focus op dit ene wetsvoorstel leidde tot veel verschillende discussies: van deepfakes, dark patterns en regelgevende sandboxes tot AI in de landbouw, AI-metgezellen en AI-speelgoed. Tijdens de conferentie konden onderzoekers van elkaar leren en verbanden leggen tussen deze verschillende onderwerpen. “Het was geweldig om de diversiteit aan denkwijzen te zien die naar voren kwam. Dit toonde duidelijk aan dat het begrijpen en reguleren van AI verschillende perspectieven en expertisegebieden kan en moet samenbrengen,” blikt Krämer terug.
Handvatten voor de ontwikkeling van AI-wetgeving
Wat deze discussies met elkaar verbindt, is het gedeelde besef dat de AI-wet niet louter een technisch of juridisch document is. Het is een levend kader dat vorm zal geven aan – en gevormd zal worden door – voortdurende ontwikkelingen op het gebied van technologie, instellingen en de samenleving. Conferenties zoals LAIR zijn juist belangrijk omdat ze ruimte bieden voor dat soort kritische, interdisciplinaire discussies, die essentieel zijn als AI-regelgeving niet alleen op papier, maar ook in de praktijk moet werken. ''Wij vinden het belangrijk dat er kritisch wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar de vraag of de AI-wet daadwerkelijk zijn beloften waarmaakt en of deze kan bijdragen aan het doel om grondrechten te beschermen en betrouwbare AI te bevorderen. LAIR zet een stap in deze richting door een gemeenschap te creëren die zich hiermee bezighoudt”, concludeert Krämer.

- Universitair Docent
- Meer informatie
De Law, AI and Regulation (LAIR)-conferentie is een internationaal forum waar wetenschappers, praktijkbeoefenaars en beleidsmakers samenkomen die werkzaam zijn op het snijvlak van recht, kunstmatige intelligentie en regelgeving. De LAIR-conferentie van 2026 werd georganiseerd door Kostina Prifti, Julia Krämer, David van den Bergh, Guinan Wang, Jessie Levano en Aaron Pierens (zie hier voor meer informatie: Law, AI and Regulation Conference 2026 - Erasmus Universiteit Rotterdam) en werd ondersteund door het programma voor kleine subsidies.
De bijdragen van de LAIR-conferentie 2026 zullen in het voorjaar van 2027 worden gepubliceerd door het European Journal of Risk Regulation.
- Gerelateerde content
