Toegang tot de rechter is geen vanzelfsprekendheid. Hoge proceskosten, financiële risico’s en de afbouw van publieke rechtsbijstand maken het voor veel partijen steeds lastiger om hun recht te halen. In zijn promotieonderzoek ‘Resistance to Third-Party Litigation Funding in Europe’ onderzoekt Adrian Cordina, buitenpromovendus aan Erasmus School of Law, hoe third-party litigation funding (TPF) zich in Europa heeft ontwikkeld, welke weerstand deze financieringsvorm oproept en in hoeverre die weerstand gerechtvaardigd is. Cordina promoveerde binnen het departement Law & Business. Zijn promotieonderzoek werd begeleid door Xandra Kramer, hoogleraar Privaatrecht, en Louis Visscher, hoogleraar Rechtseconomie, beiden verbonden aan Erasmus School of Law. De verdediging van zijn proefschrift vond plaats op 26 november 2025.
Third-party litigation funding is een financieringsvorm waarbij een externe partij de kosten van een juridische procedure draagt in ruil voor een aandeel in de opbrengst bij succes. De afgelopen jaren heeft TPF in Europa aan zichtbaarheid gewonnen, met name bij complexe en collectieve procedures. Tegelijkertijd is het onderwerp omstreden. Critici wijzen op mogelijke belangenconflicten, een te vergaande commercialisering van het civiele recht en het gebrek aan regulering. Juist die spanning vormt de kern van Cordina’s onderzoek.
Toegang tot het recht onder druk
De aanleiding voor het onderzoek ligt in een bredere ontwikkeling binnen het Europese rechtssysteem. “De kosten en risico’s van procederen, in combinatie met de voortdurende afname van publieke rechtsbijstand, ondermijnen de effectieve toegang tot de rechter voor inhoudelijk sterke zaken,” stelt Cordina. In dat licht winnen alternatieve vormen van private procesfinanciering aan belang. Toch blijkt dat resultaatgerelateerde financieringsmechanismen, zoals TPF, op veel weerstand stuiten.
Die weerstand staat volgens Cordina niet altijd in verhouding tot de daadwerkelijke risico’s. Hij zegt daarover: “Hoewel third-party litigation funding steeds relevanter wordt voor toegang tot de rechter, blijft er aanzienlijke en vaak ongerechtvaardigde terughoudendheid bestaan tegenover deze financieringsvorm.” Zijn centrale onderzoeksvraag luidt dan ook: hoe heeft TPF zich in Europa ontwikkeld, wat belemmert de bredere acceptatie ervan en in hoeverre is die weerstand gerechtvaardigd?
Regulering: uiteenlopende benaderingen
Een belangrijk onderdeel van het proefschrift betreft de manier waarop TPF in Europa wordt gereguleerd – of juist niet. Cordina laat zien dat de benadering op Europees niveau allesbehalve eenduidig is. Zo pleit het Europees Parlement in resoluties voor een relatief restrictief regelgevend kader, terwijl de Europese Commissie in haar Mapping Study vooral een beschrijvend beeld schetst en de grote verschillen tussen lidstaten benadrukt. Daartegenover staan de Principles on Third-Party Funding van het European Law Institute (ELI), die volgens Cordina een meer evenwichtige benadering bieden.
De Principles on Third-Party Funding van het ELI leggen de nadruk op geïnformeerde keuzevrijheid van de eiser. In plaats van vergaande beperkingen stellen zij transparantie en bescherming van procespartijen centraal. Dat ‘light-touch’-model kan volgens Cordina bijdragen aan het behoud van de voordelen van TPF, terwijl tegelijkertijd de belangrijkste zorgen worden ondervangen.
Economische analyse en belangen
Naast juridisch-doctrinaire en vergelijkende analyse maakt Cordina gebruik van economische en empirische inzichten. Vanuit economisch perspectief onderzocht hij of TPF leidt tot grotere belangenconflicten of agencyproblemen dan andere financieringsvormen, zoals uurtariefafspraken, no-cure-no-pay-constructies of rechtsbijstandsverzekeringen. Die veronderstelling blijkt niet overtuigend te onderbouwen. “Third-party litigation funding lijkt geen wezenlijk grotere belangenconflicten te veroorzaken dan vergelijkbare financieringsarrangementen,” concludeert Cordina.
De vraag rijst dan waar de weerstand tegen TPF vandaan komt. Volgens Cordina spelen private belangen hierbij een belangrijke rol. “De weerstand lijkt minder voort te komen uit aantoonbare risico’s, en meer uit de belangen van specifieke belangengroepen, met name ondernemingen en verzekeraars, wier invloed het publieke debat en reguleringsuitkomsten onevenredig kan sturen,” legt hij uit. Daarmee plaatst Cordina de discussie over TPF nadrukkelijk in een bredere context van macht, belangen en toegang tot het recht.
Maatschappelijke relevantie
De maatschappelijke relevantie van het onderzoek is groot. TPF raakt aan fundamentele vragen over toegang tot de rechter, rechtsbescherming en de handhaving van rechten. Zeker bij collectieve acties en grensoverschrijdende zaken is externe financiering vaak onmisbaar. Tegelijkertijd blijft de sector in veel Europese landen grotendeels ongereguleerd, buiten het kader van collectieve afwikkeling van consumentenzaken om.
Cordina benadrukt dat dit spanningsveld vraagt om een genuanceerde benadering. “Er bestaan momenteel duidelijke knelpunten in de toegang tot het recht en mogelijk ook tekortkomingen in de afschrikking van onrechtmatig gedrag,” stelt hij. Volgens hem is het daarom van belang dat zware vormen van weerstand tegen TPF niet de overhand krijgen. “Inhoudelijk sterke procedures zouden gefinancierd moeten kunnen worden via verschillende financieringsopties, zonder onnodige belemmeringen.”
Richting voor de toekomst
In zijn proefschrift signaleert Cordina dat er voorzichtig positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn. Zo wijzen recente initiatieven en rapporten op een groeiende bereidheid om TPF via lichte regulering in goede banen te leiden, in plaats van deze strikt te beperken of te verbieden. “Er zijn aanwijzingen dat in veel Europese rechtsstelsels een vorm van ‘light-touch’ regulering in aantocht is, waarbij de voordelen van TPF grotendeels behouden blijven terwijl risico’s worden gemitigeerd.”
Het onderzoek beoogt bij te dragen aan een meer evenwichtige en op bewijs gebaseerde discussie over third-party litigation funding. Een discussie waarin niet alleen wordt gekeken naar mogelijke risico’s, maar ook naar de vraag wat nodig is om toegang tot het recht in Europa daadwerkelijk te waarborgen.
- Promovendus
- Meer informatie
Lees Cordina's onderzoek via deze link.
