Als iemand door een ongeluk of medische fout blijvend letsel oploopt, kan de zorgbehoefte enorm zijn. Een rolstoel, thuishulp, verpleging: soms jarenlang, soms levenslang. Hoe kan in die zorgbehoefte worden voorzien? En wie betaalt dat? In Nederland bestaan er twee routes, de publieke zorgwetten en het civiele aansprakelijkheidsrecht. Wat zijn relevante verschillen tussen beide zorgroutes voor het maken van een keuze? Heeft de zorgbehoevende daarin keuzevrijheid en wat zijn de gevolgen van die keuze? Die vragen staan centraal in het promotieonderzoek van Melissa de Groot, promovenda aan Erasmus School of Law.
Op 19 december 2025 verdedigde De Groot haar proefschrift: Zorgschade: over de verhouding tussen een civielrechtelijke vergoeding van zorgschade en publieke zorgvoorzieningen. Onder begeleiding van Siewert Lindenbergh, Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar civiel recht aan Erasmus School of Law en Harriët Schelhaas, decaan van en hoogleraar privaatrecht aan Erasmus School of Law.
Twee wegen naar zorg
Iedereen in Nederland heeft recht op zorg via de publieke zorgwetten: de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet. Maar is het letsel veroorzaakt door iemand anders, zoals een automobilist, een arts of een werkgever, dan kan er ook een tweede route openstaan, namelijk een aanspraak op een civielrechtelijke schadevergoeding. Daarmee kan de zorgbehoevende de redelijke zorgkosten verhalen op de aansprakelijke partij.
Waarom dit onderwerp? Het menselijke aspect van dit onderwerp sprak De Groot direct aan. “Het gaat om mensen met soms een omvangrijke en langdurige zorgbehoefte. Het is essentieel dat zij weten welke routes er voor hen openstaan, welke het best bij hun situatie past en dat adequaat in de zorgbehoefte wordt voorzien”, vertelt de promovenda.
Tot nu toe zijn deze twee routes, ingebed in verschillende rechtsgebieden, publiekrecht en privaatrecht, voornamelijk afzonderlijk bestudeerd. Het biedt hiermee een uitdagende juridische puzzel op het snijvlak van het civiele aansprakelijkheidsrecht en het socialezekerheidsrecht. Een juridisch-dogmatische analyse van hun onderlinge verhouding ontbrak nog. Dat gat vult dit promotieonderzoek.
Bezuinigingen op zorg maken de keuze voor een route urgenter
Het onderzoek raakt aan een actuele maatschappelijke discussie. De publieke zorg in Nederland staat onder toenemende druk. Vergrijzing, personeelstekorten en stijgende kosten leiden tot politieke discussies over het beperken van het publieke zorgniveau. Zo wil de coalitie per 2029 huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening uit de Wmo schrappen. Als het publieke zorgniveau daalt, maar het civielrechtelijke niveau gelijk blijft, kan de kloof tussen beide routes groter worden. Of het civiele recht uiteindelijk meebeweegt met een dalend publiek niveau, is een open vraag die de promovenda aanwijst als terrein voor vervolgonderzoek.
Ook praktisch is het onderzoek relevant. Vlak voor de verdediging werd de Aanbeveling Zorgschade 2025 gepubliceerd, een praktijkdocument voor de letselschadebranche dat handvatten biedt bij complexe zorgschadezaken. Aan de totstandkoming van deze aanbeveling heeft De Groot meegewerkt en daarover gepubliceerd.
Vrijheid én grenzen
De centrale vraag luidt ''Hoe verhoudt een civielrechtelijke aanspraak op vergoeding van zorgschade zich tot een aanspraak op publieke zorgvoorzieningen in gevallen van samenloop?''. De belangrijkste conclusie is dat de zorgbehoevende in beginsel de vrijheid heeft om te kiezen: alleen de publieke route, alleen de civiele route, of een combinatie van beide. Maar die vrijheid kent grenzen. Als de zorgbehoevende eenmaal gebruik heeft gemaakt van de ene route, wordt de andere daardoor beperkt. Zo voorkomt het systeem dat iemand twee keer wordt vergoed voor dezelfde zorgbehoefte.

Een concreet voorbeeld maakt dit inzichtelijk. Stel dat iemand na een ongeluk een rolstoel nodig heeft. Hiervoor kan die persoon kiezen tussen een rolstoel via de Wmo of het verhalen van de kosten van een particulier in te kopen rolstoel op de aansprakelijke partij. Kiest deze persoon voor de Wmo-rolstoel, dan vervalt de mogelijkheid om de kosten van een particuliere rolstoel op de aansprakelijke partij te verhalen. Echter, de gemeente kan dan de kosten van de door haar verstrekte rolstoel verhalen op de aansprakelijke partij. Voor andere zorgkosten blijft de civiele route voor de zorgbehoevende gewoon openstaan. Andersom geldt grotendeels hetzelfde: wie de kosten via het aansprakelijkheidsrecht vergoed krijgt, heeft in de regel geen aanspraak meer op een vergelijkbare publieke voorziening. Een uitzondering geldt voor voorzieningen uit de Wlz. Een ontvangen civielrechtelijke schadevergoeding kan wel invloed hebben op de hoogte van de eigen bijdrage voor Wlz-zorg, die inkomens- en vermogensafhankelijk is.
Welke route past het best?
Naast het in kaart brengen van de wederzijdse beïnvloeding onderzocht de De Groot ook welke verschillen tussen de twee routes relevant zijn voor de keuze. En die verschillen zijn er: in de voorwaarden voor een zorgaanspraak, in de vorm en omvang van zo’n aanspraak en in de duur en financiering daarvan.
Zo kent het civiele aansprakelijkheidsrecht relatief hoge drempels. Er moet een aansprakelijke partij zijn, er moet een oorzakelijk verband tussen het letsel en de schadeveroorzakende gebeurtenis bestaan, en het letsel moet niet ook zijn veroorzaakt door de ’eigen schuld’ van de zorgbehoevende. Publieke zorgwetten stellen dergelijke eisen niet; de oorzaak van het letsel doet er niet toe. Bovendien verschillen de maatstaven voor de omvang van een zorgaanspraak tussen beide routes. Het zorgniveau hoeft dus niet hetzelfde te zijn.
De verschillen tussen de twee zorgroutes die De Groot heeft geïdentificeerd, kunnen de rechtspraktijk helpen om in een concreet geval een weloverwogen keuze te maken. Waar het uiteindelijk om moet draaien, is de vraag welke route het best tegemoetkomt aan het belang van de zorgbehoevende, namelijk dat er op adequate wijze in zijn of haar zorgbehoefte wordt voorzien. ''Samenleven is zorgen voor elkaar.''
- Promovendus
- Meer informatie
Het volledige proefschrift is hier te lezen.
- Gerelateerde content