Joost in de Spotlight

Bijdragen aan actieve wetgeving is iedere keer weer een mijlpaal in mijn carrière.

Joost Verbaan, LLM

Wetenschappelijk docent Straf(proces)recht, directeur van Erasmus Centre for Penal Studies

Joost als student

“Ik heb hier in Rotterdam rechten gestuurd. Ik woonde op kamers in Coolhaven, maar ik had een vriendengroepje waarmee ik altijd samen studeerde bij EMC en op Woudestein. Ik heb dus heel wat tijd doorgebracht in de Universiteitsbibliotheek (UB). Vaak studeerden we overdag in de UB en 's avonds gingen we samen een hapje eten om vervolgens weer verder te gaan studeren. Dit groepje vrienden was ook het groepje waarmee ik op stap ging, dat hoorde er voor mij ook bij.

Naast mijn studie werkte ik als student-assistent bij de sectie Strafrecht en sportte ik veel. Vooral wielrennen vond ik heerlijk. Ik werd lid van The European Law Students’ Association (ELSA) hier in Rotterdam en was aangesloten bij Probus, het privaatrechtelijke dispuut van de JFR. Ik moet eerlijk zijn dat mijn “hoofdhobby” toch wel uitgaan was, dat deed ik het meeste naast mijn studie.

Als student-assistent deed ik al best wel veel binnen de sectie Strafrecht en ben ik als het ware in bepaalde projecten gerold. Ik deed als student-assistent al mee aan veel activiteiten en na mijn afstuderen heb ik dat eigenlijk gewoon op full-timebasis voortgezet. Het zoeken naar mijn eerste baan is dan ook geen spectaculair verhaal, want ik heb simpelweg gesolliciteerd voor een fulltime functie binnen de sectie.”

Bijdragen aan actieve wetgeving blijft een mijlpaal in mijn carrière

“Nadat ik fulltime aan de slag ging, werd ik al vrij snel onderdeel van het Antilliaanse projectteam van Hans de Doelder, hoogleraar Strafrecht en Strafprocesrecht aan Erasmus School of Law. Dit team heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het nieuwe Caribisch Wetboek van Strafrecht en de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Toendertijd vloog ik zes keer per jaar naar Curaçao en ging ik daar twee of drie weken schrijven aan wetgeving. Na de herziening in de Caraïben hebben Hans de Doelder en ik ook teksten voor het Wetboek van Strafrecht van Suriname aangeleverd aan een Surinaamse wetgevingscommissie. Dat wetboek hebben zij uiteindelijk ingevoerd in 2015.

Het meest trots ben ik dan ook op de herzieningen van de Wetboeken van Strafrecht, omdat we daar zo hard aan hebben gewerkt en ze daadwerkelijk zijn ingevoerd. Hopelijk wordt onze herziening van het Wetboek van Strafvordering een dezer dagen ingevoerd. Het is een lang project geweest met een aantal collega’s, wat veel tijd en moeite heeft gekost. Met de Strafrechtboeken van de Caraïben zijn we bijvoorbeeld van 2003 tot 2013 mee bezig geweest. Als onze teksten dan actieve wetgeving worden is dat een pluim voor het harde werk en iedere keer weer een mijlpaal in mijn carrière.”

Moeilijk om nee te zeggen

“Naast het project in de Caraïben - wat nog steeds loopt - heb ik ook aan veel andere projecten gewerkt. Zo heb ik veel extern onderzoek gedaan voor onder andere de politie, marechaussee, de FIOD en PwC en ben ik sinds 2015 ook rechter-plaatsvervanger voor de Rechtbank Rotterdam. Ik rolde steeds van het ene project in het andere. Dat is zo’n beetje een samenvatting van mijn gehele professionele carrière. Ik kan vaak gewoon niet ‘nee’ zeggen, iets wat ik misschien wel vaker zou moeten doen, alhoewel de projecten vaak weer enorm interessant en heel verleidelijk zijn!”

Ik probeer altijd zo veel mogelijk te schrijven, want wet- of lesboeken schrijven vind ik het allerleukste. Ik heb ook een tijdje een column gehad in de Havenloods, weer zo’n typisch project waar ik ingerold ben. Ik werd door hen een keer geïnterviewd over moord en vervolgens vroegen ze mij of ik het leuk zou vinden om een wekelijkse column te schrijven. Dat was een mooie ervaring, maar na vijf jaar ben ik ermee gestopt. Ik vond het tijd voor een nieuwe uitdaging.”

Schrijven en lesgeven zijn mijn passies

“Mijn werkweek heeft geen vast patroon. De meeste werkdagen beginnen rond kwart voor negen op mijn kantoor. Dan zet ik mijn computer aan, beantwoord ik mijn mailtjes en ga ik aan de slag met schrijven. Zo schrijf ik voor mijn website SR Updates elke dinsdag een nieuwsbrief met de drie belangrijkste arresten van de Hoge Raad van die week. Daarnaast doceer ik om de week een opleidingscursus, vaak aan advocaten. Verreweg de meeste tijd spendeer ik aan schrijven, want ik wil graag boeken publiceren. Mijn passies liggen in het schrijven en lesgeven.

Studenten en docenten zijn een eenheid zonder gezagsverhouding

“Mijn grootste uitdaging op dit moment, is het opbouwen van een band met de studenten in mijn vak. Dat kan erg moeilijk zijn in slechts vijf weken tijd. De studenten hebben goed contact met elkaar en de tutoren, maar als docent van de online-colleges vind ik het lastig om die connectie ook te maken met de studenten. Bij de vakken in de master zijn de groepen een stuk kleiner en is het daardoor intiemer, maar in de bachelor geef ik college aan 800 man. Dat creëert een bepaalde afstand en zeker op dit moment met de digitalisering van het onderwijs.

Enkele studenten stellen hun vragen tijdens een college, maar de meeste studenten doen dit toch via de tutoren of onderling in WhatsAppgroepen. Eerlijk gezegd, zou ik heel graag ook in die groepen zitten, zodat ik beter zou weten wat er speelt onder de studenten. Ik denk dat studenten hier ook van profiteren, omdat ze een beter beeld zullen hebben van wat er van hen verwacht wordt. De online leeromgeving Canvas biedt weliswaar een chatfunctie, maar die wordt minder actief gebruikt dan WhatsApp.

Ik merk de afstand tussen docent en student vooral in de manier waarop studenten hun mening over het onderwijs of het tentamen uiten. We ontvangen soms juridische klachtbrieven en dat is simpelweg niet het soort contact dat ik wil met mijn studenten. Ik zie studenten en docenten als een eenheid en er is geen gezagsverhouding. We bevinden ons niet op de middelbare school waar de docenten de leiding hebben.”

Het was net alsof ik tegen een muur praatte

“Mijn werkweek ziet er heel anders uit nu het onderwijs digitaal is en thuiswerken de norm is. Toen we ineens overgingen op thuis studeren en werken, moest ik zeker even schakelen. Voor het onderwijs op de campus waren al collegezalen ingeroosterd inclusief opnameapparatuur, waardoor we als sectie hebben besloten om de colleges voort te zetten op de geplande dagen, maar dan online.

Het was heel bizar om in de lege collegezalen te staan. De eerste keer was ik helemaal alleen, maar dat veranderde snel daarna. Ik vond het niet fijn om helemaal alleen in een grote lege ruimte te zijn, omdat je volledig in het niets aan het praten bent. Daarnaast ging ieder kwartier het licht uit, omdat de sensoren van de lampen natuurlijk geen beweging in de zaal detecteerden. Als je met z’n tweeën bent, gebeurt dat gelukkig niet en heb je minder het gevoel dat je tegen een muur praat.

Het was heel stil op de campus, omdat bijna iedereen thuiswerkte of studeerde. Ik moest naar de campus komen om mijn colleges te geven, dus dan kwam ik soms iets eerder om zo ongestoord te kunnen werken in mijn kamer in Sanders Building. Toen het langzaamaan weer drukker werd op de campus, vond ik het  spannender om op kantoor te gaan werken, omdat je niet meer weet wie er allemaal nog meer op locatie wil werken. We hebben gelukkig heel snel met de sectie een effectieve manier gevonden om door te geven of je aanwezig bent.”

Digitaal onderwijs is voor studenten vervelender dan voor docenten

“Hoe de komende maanden eruit gaan zien qua onderwijs hangt denk ik heel erg af van de vraag hoe snel de coronavaccins daadwerkelijk worden uitgerold in ons land. Als de meeste mensen gevaccineerd zijn, denk ik dat alles snel weer terugkeert naar ‘normaal’. Wel verwacht ik dat de anderhalvemeter-samenleving blijft en de komende periode zal het onderwijs primair nog digitaal zijn.

Ik heb zelf niet zo’n moeite met het digitale onderwijs, maar ik denk dat het voor studenten vervelender is dan voor de docenten. Voor studenten is een groot deel van studeren ook bijeenkomen, mensen ontmoeten en nieuwe ideeën horen. Dat gaat online simpelweg veel minder.”

Mijn familie is mijn grootste inspiratie

“Ik keek vroeger al naar hoe mijn ouders en mijn ooms en tantes hun leven leidden en wat ze bezighield. Ze laten zich vooral leiden door wat ze leuk vinden en waar ze voldoening uithalen. Dat pik je van jongs af aan zelf dan ook op en daar ben ik erg trots op.”

Wat is je mooiste herinnering?

Het huwelijk met mijn vrouw;

Wat is je hobby?

Fietsen;

Wat is je favoriete boek?

Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky. Ik lees echter meestal non-fictie boeken, zoals de biografie van Hitler of De Bourgondiërs van Bart van Loon; 

Wat is je favoriete film?

Gattaca;

Wat is je favoriete reisbestemming?Georgië, bijzonder gevarieerd land met een hele goede keuken;
Wat wilde je vroeger worden?Brandweerman en later zakenman;
Wat is je favoriete quote?‘Tantae molis erat’. Dat betekent 'zoveel moeite kost het'. Zo heette een boek op mijn middelbare school en ik gebruik het heel vaak. Ik zeg het vaak tegen mijn zoon, van zoveel moeite kost het. Het is meer een soort uitleg van het is nooit makkelijk;  
Heb je een tip voor studenten?Probeer bij al je keuzes, vooral te doen wat je zelf leuk vindt. En niet je te laten leiden door de vraag of het wel iets oplevert, want je weet nu niet wat er over tien jaar belangrijk is. Het klinkt misschien een beetje vaderlijk, maar alles verandert. Het kan allemaal anders lopen.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen