Prof. mr. dr. Louis Visscher

Het gaat niet om het vinden van juiste antwoorden, maar om het stellen van juiste vragen.
Hoogleraar Rechtseconomie

Recht of economie?

Op de middelbare school stond ik voor de keuze tussen rechten en economie, en ik koos voor economie. Nadat mijn broer mij overtuigd had om naar de universiteit te gaan (ik wilde eigenlijk de Economisch-Juridische richting van de HEAO gaan doen in Arnhem omdat ik dan lekker thuis kon blijven wonen), was er in de jaren tachtig maar één plek waar je dan naartoe wilde: Rotterdam! In mijn tweede economiejaar volgde ik het keuzevak ‘politiek recht’ bij prof. dr. Wim Couwenberg. Door zijn inspirerende colleges besloot ik om rechten (ernaast) te gaan studeren. Wat ik me vooral van prof. Couwenberg herinner, is dat hij een bevlogen docent was die met ons de dialoog en discussie aanging, en die daadwerkelijk luisterde naar wat wij te zeggen hadden. Hij liet zich soms zelfs door ons overtuigen en dat was heel wat anders dan de afstandelijke en massale hoorcolleges waarin een economiedocent een wiskundig model doorexerceerde en waarin geen ruimte voor interactie was.

Gegrepen door het recht

Ik kan mij de eerste zin in mijn eerste rechtencollege, van prof. dr. René Foqué, nog goed herinneren: “Dames en heren, rechten is het leren van een nieuwe taal”. Ik was meteen gegrepen en voelde ik me thuis in de rechtenstudie. Prof. Foqué heeft mij laten zien dat het recht leeft en door mensen gevormd wordt. Hij hield duo-colleges met socioloog prof.dr. Anton Zijderveld en in die colleges gingen ze met elkaar in debat. Ze lieten live zien dat je andere meningen kon hebben over eenzelfde onderwerp, en dat het perspectief van waaruit je het recht bestudeert erg belangrijk is. Ook van prof. mr. Jan van Dunné heb ik veel geleerd. Ten eerste dat humor in colleges erg belangrijk is, maar ten tweede ook dat je een eigen mening mag hebben die je niet onder stoelen of banken hoeft te steken. Misschien heb ik van deze vier inspirators samen geleerd dat het op de universiteit niet primair gaat om het vinden van juiste antwoorden, maar om het stellen van juiste vragen. Over de antwoorden kun je vervolgens debatteren en daar leer je van. Ik hoop dat ik die openheid op mijn beurt op mijn eigen studenten kan overbrengen.

Uiteindelijk heb ik zowel rechten als economie afgemaakt, maar rechten paste beter bij mij. Ik werd tijdens mijn rechtenstudie mentor, en daar heb ik een ontzettend leuke tijd gehad. Met een klein groepje gemotiveerde en gedreven studenten gaven wij mentorgroepen aan eerstejaars rechtenstudenten. We hadden nauw contact met veel docenten en voelden ons onderdeel van de faculteit. Veel mentoren volgden samen werkgroepen en hoorcolleges, en we waren erg actief. Ik weet niet of de docenten dat altijd even fijn vonden, maar wij wel! Toen ik tweedejaarsmentor werd, ontmoette ik tijdens het kennismakingsdiner met de nieuwe eerstejaars mentoren een hele leuke nieuwe mentrix. Het genoegen bleek geheel wederzijds, we zijn inmiddels 28 jaar samen. Een betere studietijd had ik me niet kunnen wensen!

Eerste baan

Vlak voor mijn afstuderen vroeg het hoofd van het mentorstelsel of ik Assistent in Opleiding (AiO) wilde worden en een proefschrift wilde gaan schrijven over ‘een speltheoretische analyse van het Nederlandse onrechtmatigedaadsrecht’. Dat wilde ik wel. Op de afdeling kende ik al veel mensen, en ik werd nu een van de docenten die de mentoropdrachten en mentorbriefings ging verzorgen. De eerste periode vond ik erg vermoeiend. Blijkbaar was een werkritme toch wel wat anders dan een studieritme! Al snel ging ik naast mijn promotieonderzoek ook andere werkzaamheden doen, zoals het coördineren van de Dubbelstudie Economie en Recht en doceren in de European Master in Law and Economics (EMLE). Dit bracht veel afwisseling in mijn werkzaamheden.

Doorgroeien

Tijdens mijn AiO-schap had ik dus al veel onderwijs- en managementtaken, zodat de vervolgstap naar Universitair Docent niet zo groot meer was. Enkele jaren nadat ik mijn dissertatie had verdedigd, werd ik Universitair Hoofddocent en weer enige jaren daarna bijzonder hoogleraar. Per 1 december 2020 ben ik gewoon hoogleraar. Elke nieuwe stap bood nieuwe interessante mogelijkheden. Zo ben ik bijvoorbeeld (vice-)sectieleider van het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE), coördinerend programmaleider van het onderzoeksprogramma Aansprakelijkheid en Verzekering van de Ius Commune Onderzoeksschool, heb ik in diverse WODC-begeleidingscommissies gezeten, zijn inmiddels vijftien AiO’s bij mij gepromoveerd en ben ik sinds december 2018 directeur van het EMLE-programma. Hier ligt wel een potentieel risico van een loopbaan aan de universiteit: omdat je gedreven bent en passie hebt voor je vak, neem je steeds meer hooi op je vork en omdat je de meeste dingen leuk vindt, heb je dat niet eens door. Dat veel academici aangeven dat ze een hoge werkdruk ervaren, verbaast mij daarom niet.

Smartengeld rekentool

Ik vind onderzoek op het gebied van smartengeld erg interessant. In een aantal publicaties heb ik beargumenteerd dat inzichten uit de gezondheidseconomie kunnen helpen bij het beter vaststellen van smartengeld bij letselschade. Ook ben ik samen met een collega van Erasmus School of Health Policy & Management aan het nadenken over een rekentool die de levenskwaliteit van mensen met letsel vergelijkt met die van soortgelijke mensen zonder letsel, en die de verloren gegane levenskwaliteit in geld uitdrukt. Ik hoop dat zo’n tool tegemoetkomt aan de behoefte om smartengeld bij letselschade op een objectievere en controleerbaardere manier te bepalen dan op dit moment het geval is.

Dienend leiderschap

Als (vice-)sectieleider van RILE en directeur van EMLE probeer ik op een coöperatieve manier leiding te geven. Niet primair directief, maar meer via ‘dienend leiderschap’, dus achterhalen wat er nodig is en dat proberen te organiseren. Die ondersteunende, samenwerkende rol past mij beter dan solistisch de piketpaaltjes te slaan en het is fijn om te merken dat die houding meestal gewaardeerd wordt. Ik ben blij met de goede beoordelingen die ik van studenten krijg en ik hoop dat ik over tien jaar nog steeds met evenveel passie onderwijs geef. Als coördinator van de Dubbelstudie Economie en Recht vind ik het mooi om VWO-scholieren voor het eerst te ontmoeten, ze gedurende een aantal jaren zien te ontwikkelen, en ze uiteindelijk op de door In Duplo georganiseerde Slotceremonie als afgestudeerd econoom en jurist te zien. Als sommigen daarna ook nog EMLE en zelfs EDLE (European Doctorate in Law and Economics) doen, is het feest helemaal compleet!

Ambitie

Ik hoop dat ik in de toekomst meer tijd aan onderwijs en onderzoek kan besteden en dat de rechtseconomie nog belangrijker is geworden aan Erasmus School of Law dan nu al het geval is. Ik hoop steeds weer nieuwe interessante onderwerpen tegen te komen die ik vanuit rechtseconomisch perspectief kan analyseren.

  • Wat is je mooiste herinnering?

    Te veel om op te noemen, maar de ontmoeting met mijn vrouw en de geboorte van mijn drie kinderen staan hoog in de lijst!

    Wat is je hobby?

    Geocaching (zoek maar op wat dit is…), gitaar spelen, mooie films en series kijken, lezen.

    Wat is je favoriete boek?

    The Age of Wonder (Richard Holmes), Sapiens (Yuval Noah Harari), heel veel van Stephen King.

    Wat is je favoriete film?

    Star Wars IV, V en VI, Back to the Future I en III, Raiders of the Lost Ark en vele anderen.

    Wat is je lievelingseten?

    Macaroni uit de oven zoals mijn vrouw dat maakt

    Wat is je favoriete reisbestemming? Zwitserland.
    Wat wilde je vroeger worden?Vrachtwagenchauffeur.
    Hoe zouden anderen jou omschrijven in drie woorden?

    Aardig, betrokken, betrouwbaar (hoop ik dan maar).

    Wat is je favoriete quote?Ik ben niet zo van de inspirerende quotes, maar deze van Erasmus vind ik wel mooi: “Terwijl je midden in je studies zit, moet je daar enig genot mee vermengen, zodat wij gaan denken dat leren veeleer een plezier is dan inspanning. Want niets kan lang worden volgehouden als het de beoefenaar niet enig genoegen verschaft.”
    Heb je een tip voor studenten?

    Blijf vragen naar het ‘waarom’ van dingen, bijvoorbeeld waarom het recht is zoals het is, en of dat wel de juiste manier is om ermee te bereiken wat we er mee willen bereiken.