Spotlight Interview | Mr. dr. Joke de Wit

De stad Rotterdam moet iets van onze expertise merken
Mr. dr. Joke de Wit
Universitair hoofddocent Bestuursrecht

‘In 2001 werd ik benoemd tot studieadviseur bij Erasmus School of Law. Omdat ik weinig van rechten wist, ben ik het gaan studeren. Ik ben begonnen met de propedeuse en zou daarna stoppen, maar dat is enigszins uit de hand gelopen. Toen ik bijna was afgestudeerd, kwam er onderwijsruimte binnen de sectie Staats- en Bestuursrecht vrij. Ik heb mijn scriptie snel afgemaakt om ervoor te zorgen dat ik in aanmerking kon komen voor die plek.’

‘Ik ben afgestudeerd in het Staats- en Bestuursrecht en aansluitend gepromoveerd op een staatsrechtelijk onderwerp, namelijk op de wijze waarop het internationaal recht doorwerkt in de nationale rechtsorde en dan vooral op de vraag hoe de rechter de grondwetsbepaling die deze doorwerking regelt, interpreteert en toepast. Tijdens mijn promotie hield ik mij ook al bezig met het bestuursrecht en dan vooral met het sociaal domein. Dat gaat onder meer over de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet; dat is het sociaalzekerheidsrecht, het terrein waarop mijn huidige onderzoek zich richt.’

Goede juristen

‘Mijn passie voor het vak ligt vooral bij het onderwijs. We moeten namelijk goede juristen opleiden die positief kunnen bijdragen aan de complexe maatschappij waarin wij leven. Het gaat voor mij altijd om het grotere geheel en ik vind dat de stad Rotterdam iets van ons en onze expertise moet merken.’

‘Mijn passie voor het recht heeft vooral met de sociale aspecten te maken. Dat is ook de reden waarom het publiekrecht en in het bijzonder het Staats- en Bestuursrecht mij aantrekt. Daar binnen interesseren vooral het sociaalzekerheidsrecht en het vreemdelingenrecht mij. Binnen die rechtsgebieden gaat het vaak over kwetsbare mensen, mensen die hun leven niet of maar nauwelijks op de rails krijgen. De vraag die ik daarbij stel is hoe gaan de wetgever, het bestuur en de rechter met deze kwetsbare groepen om? Geeft de overheid deze mensen voldoende kansen om de autonomie over hun eigen leven te behouden of weer te heroveren. En in hoeverre hebben bijvoorbeeld mensen met een bijstandsuitkering nog de kans om daadwerkelijk te participeren in onze samenleving als de wet- en regelgeving zoveel beperkingen oplegt en verplichtingen stelt. Dit zijn allemaal zaken waar mijn onderzoek over gaat.’

De drie D’s

‘De decentralisatie van de drie wetten (Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet) is een belangrijke ontwikkeling in mijn vakgebied. Ik heb bij de gemeenten Rotterdam en Schiedam veel contacten met ambtenaren die zich met de uitvoering van deze wetten bezighouden. In beide gemeenten zit ik in de algemene bezwaarschriftencommissie, hierdoor zie ik hoe de wetgeving in de praktijk werkt. Daardoor zie ik ook hoeveel moeilijkheden gemeenten ondervinden bij de uitvoering van deze wetten en welke consequenties dat heeft voor burgers.’

Gepuzzel

‘Binnen het onderwijs houd ik me vooral met het algemene bestuursrecht bezig. Ik geef in het eerste jaar het vak Inleiding Staats- en Bestuursrecht. Later in de Bachelor geef ik het vak Bestuursrecht en in de masterfase houd ik me voornamelijk bezig met het bestuursprocesrecht. Ik zeg altijd tegen studenten: het bestuursprocesrecht is een soort wiskunde van het recht. Je moet de formules toepassen en puzzelen, ik vind dat heel leuk en ik geef het met veel plezier.’

Stapels jurisprudentie

‘Een algemene misvatting over ons vak is dat het recht ontzettend saai en ouderwets zou zijn. Maar dat is helemaal niet waar. Het is juist heel actueel en er gebeurt continu van alles. Je moet het dus heel goed bijhouden: wekelijks werk ik stapels jurisprudentie door. Er zijn op mijn vakgebied werkelijk honderd (of nog meer) uitspraken per week. Als je dat niet bijhoudt, zoals bijvoorbeeld tijdens een vakantieperiode, dan loop je meteen behoorlijk achter.’

‘Een andere misvatting vind ik dat er in de politiek vaak wordt gedacht dat je met wetgeving van alles kunt bereiken. Volgens mij komt er vooral op aan hoe er met de wetgeving wordt omgegaan en hoe het wordt uitgevoerd. Er is vrijwel altijd heel veel ruimte voor interpretatie.’

Rotterdams

‘Erasmus School of Law is een ontzettend leuke plek om te werken. Het onderzoek floreert hier echt. Het werken met een jonge generatie studenten is heel boeiend, zij zitten immers in een fase die heel belangrijk is voor de rest van hun leven. Ook heerst hier echt de Rotterdamse mentaliteit en dat vind ik, tot op zekere hoogte althans, erg prettig. Vooral normaal doen en gewoon meewerken, dat zijn voor mij zaken die bij de Rotterdamse mentaliteit horen.’

‘Bij Erasmus School of Law hebben we veel eerste generatie studenten, wat soms best lastig kan zijn. Tegelijkertijd brengt dit ook weer leuke dingen met zich mee. Studenten ontdekken hier namelijk wie ze zijn, dat is mooi om te zien.’

Nooit fluitend

‘Studenten, maar ook promovendi, zitten in een enorm bevoorrechte positie. Het is natuurlijk geweldig dat je als jonge onderzoeker een aantal jaren helemaal mag concentreren op iets wat je hartstikke leuk vindt. Je mag je als promovendus vier jaar verdiepen in iets wat jouw interesse heeft.’

‘Tegelijkertijd: proefschriften komen nooit fluitend tot stand. Het is een worsteling die heel leerzaam is en waarbij je jezelf meerdere keren tegen komt. Dat is niet altijd leuk, maar het maakt je uiteindelijk wel tot een prettiger mens, denk ik. “Promoveren is topsport” was de laatste stelling van mijn proefschrift. En dat is echt zo.’

Personalia

Naam: Joke de Wit
Functie: universitair hoofddocent Bestuursrecht
Proefschrift (2012): Artikel 94 Grondwet toegepast.’
Expertise: Bestuursrecht in het algemeen
Huidig onderzoek: Sociaalzekerheidsrecht in het bijzonder de Participatiewet