Spotlight Interview | Prof. mr. Hélène Vletter-van Dort

Ik heb wetenschap en praktijk altijd gecombineerd
Prof. mr. Hélène Vletter-van Dort
Hoogleraar Financieel Recht & Governance

‘Eigenlijk ben ik helemaal niet iemand met een achtergrond in het financiële recht. Ik hield me aanvankelijk bezig met het ondernemingsrecht en ben in de ogen van andere ondernemingsrechtexperts vervolgens ‘een beetje van het pad afgeraakt’. Ergens is dat ook zo: ik begon als traditioneel ondernemingsrechtjurist, maar mede door mijn proefschrift over gelijke behandeling van beleggers bij het verspreiden van koersgevoelige informatie, ben ik langzaam maar zeker in de financiële sector beland.’

‘Het werken bij advocatenkantoor Clifford Chance in Amsterdam, waar ik me vooral bezig hield met internationale M&A, en het schrijven van mijn proefschrift hebben ervoor gezorgd dat ik veel heb geleerd over dit vak. Daarna zat ik onder meer in de Raad van Commissarissen van Fortis Bank Nederland. Dat was in de tijd van de nationalisatie van Fortis en ABN AMRO door de Nederlandse staat. Kort nadat ik was teruggetreden als commissaris van Fortis Bank Nederland ben ik toegetreden tot de Raad van Commissarissen van De Nederlandse Bank en was ik nauw betrokken bij de nationalisatie van SNS Bank. Weer wat later ben ik nauw betrokken geweest bij het onderzoek dat naar deze nationalisatie is gedaan. De rode draad van mijn carrière is dat ik wetenschap en praktijk altijd heb gecombineerd.’

Wet op het financieel toezicht

‘Ik heb twee oraties gehouden, beide over de Wet op het financieel toezicht (Wft). De eerste hield ik in 2006 in Rotterdam. Die ging over de het ontwerp voor de Wft. Een paar jaar later heb ik in Groningen mijn tweede oratie gehouden. Daar heb ik gekeken naar de grondslagen van de Wft.’

‘Op dit moment is er net een soort pre-consultatiefase afgesloten, waarbij na tien jaar Wft de balans wordt opgemaakt. Dat is eigenlijk de aanloop naar het daadwerkelijke wetgevingsproces. Onze sectie Financieel Recht van Erasmus School of Law heeft hierover op 2 december 2016 samen met de Nederlandse Vereniging van Banken (‘NVB’) een congres georganiseerd. Tijdens dit congres hebben vertegenwoordigers van DNB, de NVB, het Europees Parlement, de advocatuur en de wetenschap hun visie gegeven op het vlak daarvóór door het Ministerie van Financiën gepubliceerde consultatievoorstel. Cruciaal is dat wij in Nederland niet geïsoleerd blijven nadenken over het regelen van de financiële sector, omdat dit voor een groot deel vanuit de Europese Unie wordt gedaan. Hierbij zijn twee vragen van belang. De eerste is: welke onderwerpen kunnen we nog op nationaal niveau regelen, nu de Europese Unie binnen de financiële sector steeds meer op transnationaal niveau gaat opereren?’  

‘De tweede vraag gaat over de manier waarop Nederland de overgebleven onderwerpen in moet vullen. Ook hierbij zijn twee aspecten van belang. Allereerst moet je jezelf afvragen of je er een Nederlands sausje overheen wilt gooien, zoals bij bijvoorbeeld de bonusbepalingen gebeurt. Daarnaast vraag ik me af of het Europese model, dat met sectoraal toezicht werkt, uiteindelijk wel voldoende strookt met ons cross-sectorale functionele toezichtmodel.’

Principal based toezicht

‘Een beweging die toegaat naar het volledig dichttimmeren van Europese wet- en regelgeving op het gebied van financieel toezicht, lijkt mij niet de juiste weg. Mijn voorkeur gaat niet uit naar een systeem van tick-the-box, maar naar toezicht dat in de kern principal based is. Hierbij leg je een globale norm neer in de wet- en regelgeving en achteraf ga je bepalen hoe deze norm concreet toegepast zou moeten worden.’

‘Ik houd mij graag bezig met situaties waarin wet- en regelgeving samenkomen met de praktijk. Daar ligt mijn passie voor het vak dan ook het meest.’

Meest vooraanstaande rechtenfaculteit

‘Als het om mijn werkgebied gaat, is Erasmus School of Law wat mij betreft de meest vooraanstaande rechtenfaculteit van Nederland. Ik denk dat wij, zonder te overdrijven, op financieel recht terrein echt iets kunnen bieden wat andere universiteiten niet hebben. Dit merk ik bijvoorbeeld door het aantal mensen dat mij spontaan meedeelt dat ze hier graag les willen geven. Of aan het aantal promovendi dat mijn collega’s en ik hebben. Het grote aantal buitenlandse hoogleraren dat hier rondloopt, zorgt bovendien voor goede contacten en verstevigt onze reputatie. Tenslotte maakt het feit dat we economie én rechten hebben, onze faculteit erg sterk.’

‘Waar ik veel plezier uit haal, zijn gemotiveerde studenten. Tegen de tijd dat studenten gaan beginnen aan een master, zijn ze tot het bot gemotiveerd om te scoren. Men heeft hier, mede doordat de Rotterdamse student veel naast zijn studie doet, het lef om tegen de hoogleraar te zeggen als iets niet klopt. Als ik iets uitleg, dan zegt een student soms: ‘Maar in de praktijk zit het zo niet in elkaar.’ Dat vind ik enorm leuk. Ik wil dan ook dat een student goed voorbereid naar de collegezaal komt om de dialoog aan te gaan.’

Expertise delen en uitkijken

‘Ik vind dat wetenschappers hun expertise meer moeten delen met beleidsmakers, met de media en vooral met de samenleving. Tegelijkertijd moeten wetenschappers hier ook weer mee uitkijken. Wij zijn als wetenschappers niet altijd voldoende geëquipeerd om het debat aan te gaan met de media en de politiek. Dat is echt een vak apart.’

Go for it!

‘Een veel voorkomende misvatting over het financiële toezicht is dat ongelukken voorkomen zouden kunnen worden. Dit is echter onmogelijk, want je zit als toezichthouder of regelgever altijd op de achterbank; je hebt het niet in eigen hand, want je zit niet aan de knoppen. Je kijkt dus altijd terug en kunt pas ingrijpen als het mis dreigt te gaan of al misgegaan is.’

Aan jonge wetenschappers wil ik meegeven dat ze ervoor moeten gaan. Go for it! Ik denk dat veel mensen, inclusief ikzelf destijds, zich vergissen in wat het betekent om een proefschrift te schrijven. Dat vereist echt zitvlees, doorzettingsvermogen en zorgt voor heel veel frustratie. Het is ongelooflijk wat het met je doet, omdat je echt teruggeworpen wordt op jezelf. Maar uiteindelijk is het een hele prestatie als het je lukt.’

Personalia

Naam: Hélène M. Vletter- van Dort
Functie: Hoogleraar Financieel Recht & Governance 
Proefschrift: Gelijke behandeling van aandeelhouders bij het verspreiden van koersgevoelige informatie
Expertise: Financieel recht, Toezicht financiële markten, Corporate Governance 
Huidig onderzoek: economische en juridische veronderstellingen die ten grondslag liggen aan corporate governance codes