Versnellen duurzame transitie: Moed en ambitie nodig van financiële leiders

Om klimaat- en duurzaamheidsdoelen te realiseren is een radicale versnelling nodig. Pakken CFO’s hun rol?

Steeds meer burgers en bedrijven willen een versnelling in de duurzame transitie die de wereld nodig heeft, maar het gaat niet snel genoeg en een langdurige periode van crisis dreigt. Hoe erg het gaat worden hangt er voor een groot deel vanaf hoe snel bedrijven en financiële instellingen het roer drastisch omgooien.

De coronacrisis heeft de aandacht van duurzaamheid en klimaat misschien even afgeleid, maar niet voor lang. Nieuwskoppen als ‘Afgelopen decennium is de warmste periode ooit gemeten’ en ‘Extreme zomerhitte in Nederland neemt veel sneller toe dan verwacht’ zorgen ervoor dat het onderwerp stevig in de geest verankerd blijft. Niet in de laatste plaats bij bestuurders en CFO’s. Hoe staat het ervoor in Nederlandse bedrijven anno 2020? En hoe pakken finance executives hun rol op dit gebied?

Professor Karen Maas - die aan de Erasmus Universiteit en Open Universiteit onderzoek doet naar o.a. impact measurement, sustainability en impact investing - ziet verschillen in hoe bedrijven hier mee omgaan. Steeds vaker besteden bedrijven in hun missie aandacht aan de rol die zij willen spelen in de maatschappij. Ze streven bijvoorbeeld naar een bedrijfsvoering waarin ze geen kwaad berokkenen: geen vervuiling, geen kinderarbeid, geen omkoping. In andere organisaties wordt actief gezocht naar bedrijfsactiviteiten die zowel goed zijn voor de financiële positie van de organisatie én goed zijn voor de maatschappij. In de praktijk worstelen deze organisaties vaak met de trade-offs tussen twee visies. Wat doe je wanneer iets minder geld oplevert, maar wel een positieve impact heeft op de maatschappij? Deze bedrijven zetten in op een model waarbij zowel winst als maatschappelijk rendement moet worden behaald en sturen hier ook op.

Unilever is een voorbeeld van een bedrijf dat zich focust op deze vaak tegenstrijdige doelstellingen. In 2010, toen Paul Polman net CEO was, introduceerde het bedrijf het Unilever Sustainable Living Plan. In dit plan wilde Unilever de omzet verdubbelen en tegelijkertijd de milieuvoetafdruk halveren. Dit hebben ze lang niet gehaald, maar de ambitie heeft wel geleid tot een koppositie op het gebied van duurzame ontwikkeling. Nick de Ruiter van adviesbureau Sustainalize ziet dat het Nederlandse bedrijfsleven dankzij dergelijke inspanningen voorop loopt in duurzaamheid. Hij denkt wel in de top 5 van de wereld. “Je ziet gewoon organisaties hele interessante transities maken”, aldus De Ruiter. “DSM heeft al voor een deel die omslag gemaakt. De naam staat voor De Staatsmijnen, maar het is nu eigenlijk een specialty foods company geworden die wil dat duurzaamheid harder gaat. Dat er meer wetgeving komt. Ook ABN AMRO heeft het inmiddels in hun purpose verwerkt. We zien op dit gebied veel interessante dingen gebeuren.”

Uitdagingen in integrated reporting

Hoe brengen financiële professionals en accountants het er in hun rollen vanaf? Professor Dick de Waard (Rijksuniversiteit Groningen) doet al een aantal jaren onderzoeken, onder meer in samenwerking met de NBA, met steeds als centrale vraag: hoe rapporteren bedrijven over het sustainability? “Grote beursgenoteerde bedrijven of semi-publieke instellingen schrijven al veel over CO2-uitstoot in hun jaarverslag of duurzaamheidsrapportages”, aldus De Waard. “Waar ze heel weinig over schrijven is kinderarbeid en mensenrechten. Al zit ook daar de laatste jaren wel wat beweging in.” 

Hierin ziet Nick de Ruiter ook een belangrijke trend. “Er komt meer aandacht voor sociale thema’s, zoals mensenrechten, living wage, gender pay gap en diversiteit. En terecht, maar we zijn er natuurlijk nog lang niet. Ik was het afgelopen jaar in de Bangladesh, dat is echt geen pretje waar onze kleding nu wordt gemaakt. Ze krijgen dan nu soms een living wage, maar dat is nog altijd niks. Daar komen wij echt ons bed niet voor uit hoor. En daar staan zij zich dan zes dagen in de week voor uit de naad te werken.”

Wat bedrijven rapporteren is verder nog erg beschrijvend, stelt Dick de Waard. Dus organisaties erkennen dat er een probleem is en dat nemen ze op in hun risico-analyse. Ook schrijven ze over hun CO2-uitstoot en vergelijken die met eerdere jaren. Ze vinden het hierbij nog wel heel lastig om hun totale CO2-footprint, inclusief de impact van de leveranciers die aan hun leveren, in kaart te brengen.

Karen Maas denkt dat er een mooie verschuiving heeft plaatsgevonden van separate rapportages naar geïntegreerde rapportages. “Alleen, het echt integreren van de duurzaamheidsagenda aan de business staat nog in de kinderschoenen”, aldus Maas. “Dat zie je ook nog terugkomen in de waardecreatiemodellen. Die plaatjes zijn mooi gevuld tegenwoordig met allerlei logo’s en cijfers. Alleen de redenering staat nog niet heel sterk. Dat is wel een teken waaraan je ziet dat die integratie lastig is. Wat deze bedrijven nu weten is: wat doen we en wat is daarvan de impact? Wat ze nog minder goed weten is: wie zijn wij en waarom doen we de dingen die we doen? Wat is nou de positie die we innemen en wat is onze unieke waarde? Wat zijn de risico’s en kansen die op ons afkomen? Hoe sturen we daarop en wat hebben we bereikt? Die feedback-loop zie je nog bijna niet terugkomen.’’

Wanneer kies je nou voor de impact en laat je het geld liggen? Die hele argumentatie achter de cijfers ontbreekt nog.

Een voorbeeld is het impact-rapport van ABN AMRO. “Superstoer dat ze dat voor de tweede keer hebben gedaan”, zegt Maas. “Het jammere is dat het helemaal losstaat van de business. In dat rapport lijkt het net alsof ze heel veel maatschappelijke waarde creëren. Alleen de effecten van de financiële dienstverlening zijn juist erg negatief. Maar dat is toch precies hun kernactiviteit? We zijn elkaar een beetje kwijtgeraakt in die hele rapportage-heisa die we hebben ontwikkeld. ABN AMRO is zo’n typisch bedrijf dat én geld wil verdienen én impact wil maken. Dat ze geld verdienen konden ze al aantonen met de jaarcijfers. Nu gaan ze die impact aantonen. Wanneer kies je nou voor de impact en laat je het geld liggen? Die hele argumentatie achter de cijfers ontbreekt nog. Aan de andere kant: ze doen het toch maar. Ze zijn er mee begonnen. Dat is hartstikke goed op zich. Ik denk dat de volgende stap is dat ze dat veel meer gaan linken aan hoe dat samenhangt met hun core business. Daar ligt de volgende uitdaging.’’

Het gebrek aan een duidelijke standaard wordt vaak genoemd als reden dat bedrijven geen grip krijgen op hun duurzaamheidsprestaties. Maas erkent dat het benchmarken inderdaad lastig is. Maar de methoden om een goed rapport af te kunnen leveren zijn er meer dan genoeg. En uiteindelijk is het zinvoller om te schrijven over de zaken die voor jouw bedrijf echt relevant zijn dan een standaard lijstje met KPI’s af te werken. “Ik snap dat er noodzaak is om te benchmarken omdat de investeerders dat zo graag willen. Maar aan de andere kant vind ik het interessanter om het hele proces terug te lezen. Om te zien welke keuzes je hebt gemaakt en waarom. Dat zal nooit een benchmarkniveau opleveren, maar wel het procesniveau. Ik denk dat we een beetje voorbij de indicatorenlijst moeten gaan en dat we meer moeten kijken naar de alignment, de aansturing en het proces. En dat je daar een oordeel over durft te vormen.’’

Druk op de ketel

De overheid heeft op dit moment nog niet heel strenge wetgeving op het gebied van duurzaamheid en klimaat. “De overheid loopt inderdaad achter”, aldus Nick de Ruiter. “Ze proberen vooral te prikkelen, stimuleren en de markt de kans te geven zichzelf te reguleren. Het is wel in de corporate governance code opgenomen, maar te zacht omschreven. Dat is in het buitenland anders. In Zuid-Afrika hebben ze bijvoorbeeld een behoorlijk stevige corporate governance code voor integrated reporting. In Nederland zie je dat de markt het vooral zelf oppakt en er targets op zet. Targets die bijvoorbeeld in lijn zijn met het Parijs-akkoord of de sustainable development goals van de Verenigde Naties. Je ziet dat eigenlijk heel erg professionaliseren zonder dat de wetgever daar heel streng op inzet.”

Maar of dat genoeg is? Dick de Waard vindt dat het hoog tijd wordt dat de overheid wat gaat doen. “Voor financiële verslaggeving is het helemaal dichtgetimmerd. Natuur is naast geld toch ook een belangrijk productiemiddel? Veel mensen zijn het er over eens dat de impact daarop in de vorm van klimaatverandering de grootste bedreiging van de mensheid is. Maar voor klimaat bestaat geen IFRS handleiding van 2000 pagina’s. Er staat geen letter over over op papier!” 

Volgens De Ruiter zit er wel een en ander aan te komen. “De EU is heel ambitieus op dit moment. Ursula von der Leyen, maar ook Frans Timmermans en consorten, hebben vijf stevige targets gezet op 2050. Climate neutrality is er daar een van. Er is een reeks programma's opgestart om een transitie door te maken. De backbone van deze programma's is wat ze noemen sustainable finance. Zij zeggen: kapitaal moet naar duurzame activiteiten gaan, activiteiten die de transitie ondersteunen. En ze hebben daarvoor zelf ongeveer 500 miljard euro vrijgemaakt. En met die 500 miljard stimuleren ze nog een keer 500 miljard euro private money. Samen dus een biljoen. Dat is serieus geld. Om te bepalen wat wel en niet sustainable is, wordt er een taxonomie gebouwd, een document van 700 pagina’s waarin voor de key-sectoren precies wordt aangeduid wat wel en niet onder duurzaam wordt volstaan. Er moet nog wel in een ‘delegated act’ komen, dus een vertaling naar Nederlandse wetgeving. Al zou maar 20 of 30 procent van deze wetgeving overblijven, dat is nog steeds gigantisch.”

Duurzaamheid en kosten van kapitaal

Behalve de wet- en regelgeving zijn er ook nog de banken en investeerders die de druk opvoeren. Banken meten vaker de impact-beleggingen op CO2. “Dit kan ook invloed hebben op je financieringskosten”, zegt Dick de Waard. “Vergelijk het met je huis. Stel je hebt A-label; dan betaal je een lagere rente. Zo kan het straks ook gaan met je bedrijfsfinanciering. Dat je bij een te grote impact geen financiering meer kunt krijgen.”
Vanuit pensioenfondsen komen er ook wel vragen over de duurzaamheid van investeringen, ziet Nick de Ruiter. Maar ze mogen natuurlijk niet al te wild het roer omgooien omdat hun prioriteit allereerst ligt bij het laten renderen van de pensioenpotten. 

Ook onder investeerders is er aandacht voor, maar de echte vraag: waarom een bedrijf doet wat het doet en welke impact het heeft, wordt onvoldoende gesteld, constateert Maas. “Als een investeerder het vraagt is dat meestal vanuit de financiële risk-return insteek”, zegt ze. “Daarmee blijven we hangen in het zo min mogelijk slecht doen. Maar het goed doen? Daar is veel minder vraag naar. Dat merk je ook, want er zijn maar een paar bedrijven die daar heel erg op zitten. Van het do-no-harm-principe naar het do-good-principe. Die doen het niet vanwege druk van buitenaf, maar vanwege intrinsieke motivatie. Dat dit een onderscheidende bedrijfsfilosofie kan zijn.”

De bedrijven die wel zijn opgericht met een sustainable purpose, zoals Tony’s Chocolonely, krijgen al wel veel makkelijker financiering van banken, impact investors en grote familiefondsen, merkt Nick de Ruiter op. Banken, zoals de Rabobank, voeren nu een ESG-scan (Environment, Social & Governance) uit voor de meeste financieringen. Aan de mate van duurzaamheid worden ook consequenties verbonden. “Logisch dat ze dit meenemen in hun beslissingen. Ze kunnen wel die volgende olie en gaspijplijn financieren, maar dat wordt misschien wel gewoon een stranded asset. Terwijl een Tony’s Chocolonely gewoon niet te stoppen is.”

De CFO moet kunnen uitleggen hoe duurzaamheid en alle factoren die daarbij horen gekoppeld zijn aan lange termijn waardecreatie.

Versnellen vanuit finance en accounting 

Accountants proberen de transitie ook aan te jagen met climate & sustainability services. “Big Four kantoren hebben inmiddels aardige afdelingen van 60 tot 70 medewerkers”, aldus Dick de Waard. “Dit moet een olievlek worden: iedere accountant moet hiermee overweg kunnen. Een controle van duurzaamheidsinformatie.” 

Aan de andere kant zijn er bedenkingen bij accountants die de wereld gaan redden. Nick de Ruiter: “De accountant heeft nog onvoldoende de handschoen opgepakt en stelt nog niet altijd de juiste vragen. Daarnaast is er ook soms een kennisachterstand als het gaat om de niet-financiële informatie. Ik denk daarnaast dat het huidige stramien en de huidige wetgeving versnelling in de weg staat.”

Over de rol van de CFO en finance afdeling zijn alledrie de experts het eens: die is heel belangrijk. “Financials kunnen modellen bouwen, de strategie bepalen, scenarioplanning doen”, stelt De Waard. “Die druk van buitenaf vertalen in actie. Investeerders, banken en overheid kunnen de druk verder opvoeren. Je kunt beter nu stappen zetten. Als de overheid met verplichte maatregelen komt, raak je misschien out of business. Worden je activiteiten misschien aan banden gelegd.” 
Karen Maas stelt dat het de CFO is het noodzakelijke geïntegreerde denken vorm moet geven. “De CFO moet kunnen uitleggen hoe duurzaamheid en alle factoren die daarbij horen gekoppeld zijn aan lange termijn waardecreatie. Het is ook de CFO die moet kunnen uitleggen dat als je dat niet overziet, het op de lange termijn pijn gaat doen. Het vraagt ook van de CFO dat hij of zij in staat is om de financiële berekeningen die we nu maken uit te breiden naar niet-financiële waarden. Wat mij betreft is dat een belangrijkere rol dan de CEO. DE CFO heeft een heel instrumentele rol hierin.’'

Ideaal is een combinatie van een vooruitstrevende CEO en CFO, stelt Nick de Ruiter. “Je hebt beide nodig. “Je hebt een charismatische CEO nodig, zoals Peter Bakker (Oud-CEO TNT Post), Paul Polman (Oud-CEO Unilever) of Feike Sijbesma (Oud-CEO DSM), die de toon aan de top naar buiten toe heel stevig neerzet namens het bedrijf. Dus die durft te zeggen: ‘we gaan het helemaal anders doen’. En je hebt de CFO en de kolom daaronder nodig om dit ook daadwerkelijk voor elkaar te krijgen. Als je hardop zegt: ‘doubling revenue, halfing impact’, want dat zei Polman, dan moet je wel heel goed op je cijfers zitten om te weten wat de impact wel of niet is en of je echt kunt meten hoe je die kunt halveren. Want anders wordt het wel een spannende uitspraak van de CEO. Je hebt de combinatie dus nodig.” 

Een aantal financieel directeuren hebben deze handschoen opgepakt. Graeme Pitkethly, CFO van Unilever, werkt bijvoorbeeld aan een raamwerk dat de effecten van klimaatverandering in financiële parameters kan vangen. Pitkethly is vicevoorzitter van de Task Force on Climate-related Disclosures, opgezet door de invloedrijke Financial Stability Board. Deze Task Force heeft een systeem gebouwd waarin de financiële risico’s van klimaatveranderingen op consistente wijze in kaart worden gebracht. De CFO van Unilever twijfelt er niet aan dat het een kwestie van tijd is dat de meeste beleggers, consumenten en werknemers actief om deze informatie gaan vragen. Meer dan 1200 bedrijven gaan een prijs op CO2-uitstoot implementeren, de kosten van de belasting van het milieu zo in hun cijfers meenemen. Pitkethly: “We weten dat klimaatverandering potentieel enorme kosten met zich meebrengt voor toekomstige generaties, maar we hebben momenteel niet de prikkel om dit op te lossen. Zoals econoom Mark Carney het verwoordde: ‘De horizon voor het monetair beleid strekt zich uit tot twee tot drie jaar. Voor financiële stabiliteit is het iets langer - ongeveer een decennium. Dus zodra klimaatverandering een bepalende kwestie wordt voor financiële stabiliteit, kan het zijn dat we al te laat zijn’.”*¹

De toekomst: Komt de Grote Ommekeer snel genoeg? 

Wanneer we vijf jaar vooruit blikken hoopt Dick de Waard dat de overheid een mechanisme heeft geïntroduceerd waarmee we op grote schaal CO2-uitstoot aan het terugdringen zijn. “Er gebeurt nu echt te weinig.” 

Karen Maas: “Het is vooral labelen aan de achterkant – een beetje naar links, een beetje naar rechts, maar verder gebeurt er niet zoveel. Ik denk dat het publieke debat dit in de hand speelt, want de politiek doet ook niet meer dan dit. De urgentie ervan wordt niet gezien. Klimaatwetenschappers zeggen dat ze weten wat er kan gebeuren in een crisis. Nou maak je borst maar nat, want global warming komt eraan en wordt nog erger. Die urgentie wordt niet gevoeld en gezien door bedrijven, noch politici. Ook niet door mij, want ik vind het heerlijk dat het lekker warm is buiten. Er is geen noodzaak te veranderen zolang die pijn niet wordt gevoeld.’’

En dat is waarom veel experts vrezen dat er eerst grote pijnlijke crises nodig zullen zijn om die boodschap te laten doordringen. En die crisissen komen er snel aan. Corona is er daar slechts één van. “Er zijn steeds meer onderzoeken die aantonen dat ontbossing en corona met elkaar te maken hebben”, zegt De Ruiter. “Ziektes die van dieren afkomen ontstaan vaak omdat dieren die eigenlijk niet met elkaar in aanraking horen te komen, dat wel doen en dat er vervolgens mutaties optreden. En door andere wereldproblemen die de verkeerde kant op bewegen - opwarming van de aarde en het verlies van biodiversiteit - kunnen we veel meer van dit soort crisissen verwachten. Versnelling is dus nodig. Hopelijk kunnen we de coronatijd aangrijpen om hervormingen door te voeren die eigenlijk al hadden moeten plaatsvinden. Om binnen die Parijs bandbreedte te proberen te blijven. En innovaties op te starten en kapitaal de juiste kant op te laten stromen.”

Voor CFO’s wordt het een spannende tijd. Ga je wachten op regelgeving of uit intrinsieke motivatie proberen te versnellen? De laatste optie lijkt het beste, maar tegen het dominante systeem ingaan is verre van makkelijk. Wachten is echter ook riskant, want het wordt kostbaarder en de reputatie van je onderneming is later mogelijk niet meer te herstellen. Verder is het niet alleen een zakelijke afweging, maar ook een persoonlijke. Waar sta je voor? En wat wil je dat je nalatenschap is? Als er ooit een tijd was om het verschil te maken, is het nu. 

*¹ Companies must come clean on climate risks | CNN Money Invest, 29 juni 2017
Bron: CFO Magazine/Jeppe Kleyngeld