Demonstratierecht in een veranderende samenleving: wat is de rol van het recht, de (mening van de) rechter en vrijheid van meningsuiting?

Protesten op het malieveld, boeren op de snelweg en klimaatmarsen. Demonstraties zijn niet meer weg te denken uit de nieuwsheadlines en onze samenleving, maar het is geen nieuw fenomeen. Het demonstratierecht is altijd al een hoeksteen geweest van onze democratische rechtsstaat. Sinds de coronapandemie is het aantal demonstraties wel sterk toegenomen en daarmee staat de rechtsstaat voor fundamentele vragen: want wat is de impact hiervan op het juridisch werkveld, de capaciteit van politie en rechters en op hoe we kijken naar het spanningsveld tussen het demonstratierecht, vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van rechters? Tijdens de vierde Opening van het Juridisch Jaar kwamen het Openbaar Ministerie, de Rechtbank Rotterdam, de Orde van Advocaten Rotterdamse en Erasmus School of Law samen om deze uitdagingen gezamenlijk het hoofd te bieden.

Op donderdag 17 september 2026 vormde het Debatpodium Arminius in Rotterdam het decor voor de vierde editie van het Opening Juridisch Jaar en debat over demonstratierecht in theorie en praktijk. Het demonstratierecht is een fundament van onze democratische rechtsstaat, zo essentieel dat het verankerd staat de grondwet. Maar wat zijn de grenzen van het demonstratierecht? Mag je anderen wel schade berokkenen, hulpdiensten verhinderen of gevaarlijke situaties veroorzaken?  

Botsende belangen in het demonstratierecht 

Rutger Jeuken, Hoofdofficier van Justitie van het Parket Rotterdam, opende de middag met een analyse van hoe het demonstratierecht in 10 jaar van een 'non topic' naar een 'hot item' veranderde. Hoe de coronapandemie het startschot vormde van een groei aan demonstraties, in de G4 steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) tot wel een viervoudiging. Aan de hand van sprekende voorbeelden besprak Jeuken demonstraties over uiteenlopende onderwerpen en hun impact. Hierin blijken botsende belangen de rode draad, zo leidde hij de lezingen van deze middag in.

“Het demonstratierecht is een van de fundamenten van de democratische samenleving, daar zijn we het allemaal over eens. Het blijkt geen effectief middel tot beleidswijziging, maar het geeft mensen wel een ongenoegen en emoties kunnen uiten over verschillende onderwerpen, dat kunnen we niet onderschatten,” aldus Jeuken.

Demonstraties: geen nieuw fenomeen maar een hoeksteen

Willem Jebbink, advocaat én demonstratierecht autoriteit, begon zijn lezing met een quote "Het is ons land zo langzamerhand het regel geworden dat groepen die het niet eens zijn met de gang van zaken, het recht in eigen hand nemen. Dat gebeurt dan in de vorm van bedrijfsbezettingen, wegblokkades door boeren of vrachtrijders en ordeverstoringen." Dat lijkt een actuele uitspraak maar blijkt een krantenkop uit 1975. Demonstraties zijn dus zeker geen nieuw fenomeen. 

"Het is essentieel is om het demonstratierecht te beschermen"

Willem Jebbink

Advocaat en demonstratierecht autoriteit

Jebbink reflecteerde aan de hand van concrete voorbeelden op wat er wel en niet binnen het demonstratierecht valt en op de verhouding tussen het Nederlands demonstratierecht en de Europese verdragen. Ook sprak hij over het spanningsveld tussen de juridische grondslag van het demonstratierecht, het politieke perspectief daarop en de maatschappelijke roep om strengere handhaving. Hij benadrukte dat het essentieel is om het demonstratierecht te beschermen omdat dit een hoeksteen is van onze democratische rechtsstaat en de grondslag vormt voor maatschappelijke verandering. Jebbink belicht dat hiervoor een perspectiefwijziging nodig is van 'Demonstratievrijheid vormt geen legitimatie om strafbare feiten te plegen' naar de 'De inzet van het strafrecht tegen vreedzame demonstranten is niet automatisch legitiem', dat is volgens Jebbink de enige juiste benadering die juridische professionals kunnen kiezen. "Demonstraties gebeuren namelijk veelal door minderheden en daar zal de meerderheid van de samenleving het per definitie niet mee eens zijn. Daar ligt een functie voor de rechter om de onafhankelijkheid van het recht te waarborgen," sluit Jebbink af.

Een rechter heeft (g)een mening 

De onafhankelijkheid van rechters is van groot belang voor eerlijke en onpartijdige rechtspraak en bescherming van de rechtsstaat maar betekent dat dat rechters hun mening niet mogen uitten? Eelco Moerman, rechter én hoogleraar Rechtspraak in Theorie en Praktijk bij Erasmus School of Law, belichtte dit onderwerp vanuit theorie en praktijk. Want mag een rechter in een tijd waarin iedereen zijn mening geeft eigenlijk ook een mening hebben? Of verwachten wij dat de rechter bij het aantrekken van diens toga ook diens mening bedekt?  

Hoewel er veel geluiden zijn dat een rechter zich vooral terughoudend moet opstellen, kijkt Moerman daar anders naar "Veel mensen zeggen dat de grondhouding van rechter terughoudend moeten zijn, maar een rechter mag best een mening hebben en dat mag ook best wel eens schuren. Er is in de huidige tijdsgeest veel vaker een mening over het werk van de rechter, ook vanuit de politiek. Dan is het wel goed als een rechter zich uitspreekt. Kritiek is prima maar er moet ook uitgangspunt zijn van onafhankelijkheid van de rechter en diens mening kan ook van belang zijn voor de uitvoering van het vak, denk aan uitleg over machtenscheiding en bijdragen aan het maatschappelijk vertrouwen in de rechtsstaat." 

"Een rechter moet onafhankelijk zijn in de rechtszaal, maar in een toga zit ook gewoon een mens van vlees en bloed."

Eelco Moerman

Rechter én hoogleraar Rechtspraak in Theorie en Praktijk bij Erasmus School of Law

Moerman nam het publiek mee van praktijkvoorbeelden waar rechters zich online uitspreken, met wisselende gevolgen, naar de wereld van theoretische gedragscodes en normen voor rechters. "Als rechter moet je je zorgvuldig en terughoudend uiten, politiek neutraal en niet over lopende zaken, maar je wordt ook geacht uit te spreken als de rechtspraak wordt bedreigd. De uitgangspunten in deze gedragscodes zijn bruikbaar maar er is ook grijs gebied", dus grijpt Moerman terug op de essentie van het vak. "Als rechter dien je maatschappelijk betrokken te zijn. Dan is het gek dat als je eenmaal rechter bent je die betrokkenheid helemaal los zou moeten laten en is het soms ook belangrijk dat je deelneemt aan het maatschappelijk debat. Een rechter moet onafhankelijk zijn in de rechtszaal, maar in een toga zit ook gewoon een mens van vlees en bloed. Dus laten we vanuit vertrouwen kijken naar rechters die hun mening uiten. Rechters hoeven niet meteen het malieveld op maar als ze dat een keer doen is niet meteen het hek van de dam." 

Beschermen van demonstratierecht en rechtsstaat 

Onder leiding van Julia Mendlik, president van de Rechtbank Rotterdam, werden verschillende stellingen met het publiek gedeeld. Dit leidde tot interessante discussies tussen de panelleden, Nick Efthymiou, universitair docent staatsrecht aan Erasmus School of Law, Willem Jebbink, Advocaat bij Rotterdamse Orde van Advocaten, Bas Leeuw, Officier van Justitie bij het OM, en Eelco Havik, Senior Strafrechter Rechtbank Rotterdam, over juridische kwesties die raken aan de praktijk en (juridische) implicaties van demonstraties, denk aan het verhalen van kosten van vernielingen, een verbod op gezichtsbedekking tijdens demonstraties, de grenzen van beperking van een demonstratie en de impact van demonstraties op de capaciteitsinzet van de politie voor andere zaken. De panelleden benadrukten het belang van de bescherming van het demonstratierecht maar dat ook zorgvuldig moet worden omgegaan met de bescherming van onze democratische rechtsstaat en gedeelde waarden.  

De kracht van samenwerking

Harriët Schelhaas, Decaan van Erasmus School of Law, sloot de bijeenkomst af met een reflectie op het grote belang van de samenwerking tussen de vier beroepsgroepen om niet alleen het demonstratierecht als hoeksteen van onze democratische rechtsstaat te beschermen maar ook de uitdagingen die hieruit voortvloeien het hoofd te bieden: "Het belang van deze samenwerking brengen we ook terug in ons onderwijs. In de master Toga aan de Maas worden de vier beroepsgroepen samengebracht want zoals we ook hier vanavond zien kunnen we deze werelden heel goed samenbrengen om na te denken over oplossingen voor de uitdagingen in ons juridisch werkveld. Laten we een heel goed jaar tegemoet gaan". 

Gerelateerde content
Tijdens de Opening Juridisch Jaar kwamen de Rotterdamse rechtspraak, het OM, de balie en Erasmus School of Law samen en stond deze vraag centraal.
Opening Juridisch Jaar 2025
Rechtbank Rotterdam en Erasmus School of Law werken samen aan een rechtvaardige samenleving.
Eelco Moerman

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen