Het professionele verschoningsrecht van advocaten en notarissen is een fundament van de rechtsstaat. Het waarborgt dat burgers zich in vertrouwen tot een geheimhouder kunnen wenden, zonder angst dat die informatie later tegen hen wordt gebruikt. Tegelijkertijd staat dit recht in de strafrechtelijke praktijk steeds vaker onder druk. Met name de opsporing en filtering van grote hoeveelheden digitale data leidt tot spanningen tussen het belang van vertrouwelijkheid en het belang van effectieve opsporing en vervolging.
In opdracht van het WODC voerden Joost Nan, hoogleraar Straf(proces)recht, Paul Mevis, hoogleraar Strafrecht, Nina Holvast, universitair hoofddocent Rechtssociologie, en Pieter Verrest, hoogleraar Straf(proces)recht, allen verbonden aan Erasmus School of Law, een internationaal rechtsvergelijkend onderzoek uit naar het professioneel verschoningsrecht. Het onderzoek richtte zich op Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Engeland en Wales. Wij gingen verder in gesprek met Nan over het rapport.
Waarom dit onderzoek?
Aanleiding voor het onderzoek waren hardnekkige problemen in de Nederlandse praktijk. Nan licht toe: “In de praktijk zijn er diverse problemen rondom het (waarborgen van het) professioneel verschoningsrecht van in het bijzonder advocaten en notarissen. Het WODC heeft daarom voor het ministerie van Justitie & Veiligheid dit onderzoek uitgezet.”
Hoewel iedereen het belang van het verschoningsrecht onderschrijft, blijkt het in de praktijk steeds lastiger om vertrouwelijke informatie daadwerkelijk buiten het bereik van opsporingsdiensten te houden. Dat geldt vooral bij digitale opsporing. Nan licht toe: “Iedereen die wij spraken in binnen- en buitenland erkent de waarde van het verschoningsrecht. In de praktijk is het bij grote hoeveelheden digitale data echter lastig om de geheimhoudersstukken uit het dossier te houden dat bij opsporingsambtenaren terechtkomt.”
Nederland vergeleken met het buitenland
Een belangrijk deel van het onderzoek bestond uit een vergelijking met andere Europese rechtsstelsels. Wat daarbij opvalt, is dat Nederland een relatief ruime uitleg hanteert van het verschoningsrecht, gecombineerd met zware procedurele waarborgen. In andere landen is het verschoningsrecht vaak beperkter afgebakend en pragmatischer ingericht. Nan schetst het verschil als volgt: “Wij hebben een ruim verschoningsrecht met vervolgens ook een redelijk vaag omschreven uitzonderingsmogelijkheid. In de andere landen ziet het verschoningsrecht vooral op de communicatie tussen de cliënt en de geheimhouder en is een uitzondering vervolgens niet mogelijk. Dat is duidelijker.”
Die duidelijkheid betekent echter niet dat het probleem daar is opgelost. Ook in het buitenland blijft het lastig om te bepalen welke gegevens wel en niet door de opsporing mogen worden gebruikt. Het verschil zit vooral in de omgang met die onzekerheid. “In het buitenland zagen we een iets ‘relaxtere’ houding, waarbij meer werd gekeken of partijen onderling de schifting konden maken. Materiaal dat ten onrechte niet was uitgefilterd, mocht uiteindelijk toch niet worden gebruikt. Daardoor werd minder snel een beroep gedaan op de rechter,” legt Nan uit.
Het ‘waterdichte’ Nederlandse systeem
Nederland valt op door de ambitie om het filteringsproces zo waterdicht mogelijk te maken, met een centrale rol voor de rechter-commissaris. Dat biedt een hoge mate van bescherming, maar kent ook nadelen. “Het blijft vooral gewoon lastig om in een grote kluwen data de geheimhoudersstukken te filteren en dit steeds onder regie van de rechter-commissaris te doen,” aldus Nan. “Dat kost tijd en mankracht en het systeem heeft dat niet onbeperkt.” Het gevolg is dat strafrechtelijke onderzoeken soms langdurig vertraging oplopen, omdat het proces praktisch en organisatorisch vastloopt.
Filtering van digitale gegevens
Uit het onderzoek blijkt dat juist de filtering van digitale gegevens een structureel knelpunt vormt. Vaak wordt eerst een volledige dataset veiliggesteld, waarna pas later wordt beoordeeld welke onderdelen onder het verschoningsrecht vallen. Dat proces is technisch complex, foutgevoelig en arbeidsintensief. Het rapport pleit daarom voor een scherpere afbakening van het verschoningsrecht en een hervorming van het filteringsproces. Nan zegt hierover: “Dan zou sneller beoordeeld kunnen worden wat wel en niet onder het verschoningsrecht valt en dit kan dan wellicht vaker informeler gebeuren dan op dit moment.”
Gedeelde verantwoordelijkheid
Een belangrijk thema in het rapport is de gedeelde verantwoordelijkheid van overheid en geheimhouders. Niet alleen opsporingsinstanties, maar ook advocaten en notarissen spelen een rol bij het beschermen van vertrouwelijke communicatie. “De advocatuur en het notariaat dragen zelf uit dat zij een eigen verantwoordelijkheid hebben de vertrouwelijkheid van hun stukken en communicatie te waarborgen,” vertelt Nan. Door zoveel mogelijk via herkenbare en afgebakende communicatiekanalen te werken, kan duidelijker worden waar geheimhoudersmateriaal zich bevindt. Dat kan helpen bij het vooraf of achteraf scheiden van vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke informatie. Tegelijkertijd erkennen de onderzoekers dat dit in de praktijk niet altijd eenvoudig is, mede vanwege de diversiteit van cliënten en communicatievormen.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Het onderzoek laat zien dat er geen ideaalmodel bestaat. Elk systeem worstelt met dezelfde fundamentele spanning: hoe bescherm je vertrouwelijkheid zonder de strafrechtelijke waarheidsvinding onmogelijk te maken? Nan vat de belangrijkste boodschap vanuit het rapport voor wetgever en praktijk samen: “Houd het systeem simpel en probeer meer te stimuleren dat partijen onderling de schifting uitvoeren, zo nodig onder regie van een rechter, maar zonder dat deze steeds een allesomvattende beslissing moet nemen.”
- Professor
- Professor
- Universitair Hoofddocent
- Professor
- Meer informatie
Het ‘Internationaal vergelijkend onderzoek professioneel verschoningsrecht’ ten behoeve van het WODC valt te raadplegen via deze link.
Naar aanleiding van het rapport publiceerde het WODC een nieuwsbericht waarin de belangrijkste bevindingen en inspiratiepunten voor de Nederlandse praktijk worden toegelicht. Lees het nieuwsbericht hier.
Ook de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) reageerde op het onderzoek. In haar nieuwsbericht benadrukt de NOvA het fundamentele belang van het verschoningsrecht en wijst zij op de noodzaak van voldoende waarborgen in het filteringsproces. Meer lezen? Klik op de link.
- Gerelateerde content
