Van een datalek tot misleidende consumentenpraktijken of grote milieukwesties; sinds 2020 kunnen belangenbehartigers benadeelden in Nederland vertegenwoordigen als collectief voor een massaschadevergoeding via de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). De opzet van de wet maakt het mogelijk om in één collectieve procedure ook schadevergoeding in geld te vorderen. Zien we dit ook terug in de praktijk?
Niet altijd, is de conclusie van rechtenstudent Daan Bieshaar in zijn inmiddels bekroonde scriptieonderzoek. In een rechtsvergelijkend onderzoek naar de Nederlandse WAMCA en een Engels systeem voor collectieve schadeclaims concludeert hij dat veel Nederlandse zaken al stranden voordat een rechter überhaupt naar de inhoud kijkt. "De WAMCA was bedoeld als een krachtig instrument voor gedupeerden van massaschade," schrijft Bieshaar. "Maar in de praktijk blijkt de drempel om deze gedupeerden in de procedure te mogen vertegenwoordigen vaak hoger dan verwacht."
Met zijn scriptie won Bieshaar onlangs de Hermes Kring Londen Scriptieprijs 2025, waarbij de jury hem prees voor de kwaliteit van zijn scriptie.
De scriptieprijs wordt mogelijk gemaakt door het Hermes Kring Londen Fonds, een fonds op naam binnen het Erasmus Trustfonds dat zich inzet voor het versterken van de relaties tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Jaarlijks wordt de award uitgereikt aan een EUR-student die onderzoek doet op het snijvlak van beide landen.
Waarom lopen collectieve zaken vast?
Wetgeving, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie, alles werd door Bieshaar uit de kast gehaald om te achterhalen waar de drempels precies zitten. "De WAMCA stelt verschillende eisen aan organisaties die namens een grote groep gedupeerden willen procederen. Zij moeten onder meer aantonen dat zij representatief zijn, professioneel georganiseerd zijn en beschikken over een passende financiering. Die waarborgen zijn bedoeld om lichtvaardige en/of malafide procedures te voorkomen," zegt Bieshaar.
En daar wringt het volgens Bieshaar. "In de juridische literatuur wordt al langer betoogd dat deze ontvankelijkheidseisen zo streng worden toegepast dat veel procedures blijven steken in discussies over formaliteiten. Daardoor duurt het vaak jaren voordat een rechter toekomt aan de vraag waar de zaak werkelijk over gaat."
Die kritiek staat niet op zichzelf. Uit de wettelijke evaluatie van de WAMCA, eind 2025 verschenen en uitgevoerd door onderzoekers van onder meer Erasmus School of Law, blijkt dat de voorfase zo veel tijd kost dat er in de eerste vijf jaar van de wet nog geen enkele collectieve schadeafwikkeling heeft plaatsgevonden op basis van het WAMCA-regime.
Een blik over het water
Om te onderzoeken of het ook anders kan, keek Bieshaar naar Engeland. Daar bestaat een vergelijkbaar systeem, waarin vertegenwoordigers van gedupeerden eerst toestemming moeten krijgen via een zogeheten Collective Proceedings Order (CPO) van het Competition Appeal Tribunal, de gespecialiseerde rechter voor dit soort zaken.
Op papier lijken de eisen wellicht op die van de Nederlandse WAMCA, maar toch leidt dat systeem tot heel andere resultaten. Waar Nederlandse procedures regelmatig stranden in de ontvankelijkheidsfase, blijkt het tribunaal veel vaker bereid om zaken door te laten gaan. Volgens Bieshaar ligt de belangrijkste verklaring niet zozeer in de regels zelf, als wel in de manier waarop ermee wordt omgegaan.
"Het Competition Appeal Tribunal toont zich flexibeler, geeft ruimte om gebreken te herstellen en is bereid mee te bewegen wanneer de omstandigheden daarom vragen," zegt Bieshaar. "Je kunt hieraan zien dat een vrijwel vergelijkbaar toetsingskader toch tot totaal andere gevolgen kan leiden. En dat kleine verschillen in benadering kunnen bepalen of een procedure voortgang boekt of jaren stil komt te staan."
Een levend richtsnoer
Ook naar mogelijke oplossingen keek Bieshaar in zijn scriptie. Zijn belangrijkste aanbeveling is een 'levend richtsnoer' naar Engels voorbeeld: een praktijkgids die regelmatig wordt bijgewerkt en rechters en claimorganisaties houvast geeft bij de toegangstoets. Momenteel kan dit nog per zaak en per rechtbank verschillend uitpakken.
Ook stelt hij dat de toets op onderdelen anders kan worden ingericht. Zo zou het bij de vraag of een organisatie representatief is minder moeten gaan om hoeveel mensen zij achter zich heeft, en meer om de kwaliteit van die steun. Dat laatste helpt vooral stichtingen die speciaal voor één zaak zijn opgericht en geen jarenlang opgebouwde achterban kunnen laten zien.
Daarnaast doet Bieshaar ook voorstellen voor minder ingrijpende veranderingen; van een juridisch bindende governancecode tot verduidelijking van het verlichte regime voor ideële acties.
Balans tussen toegankelijkheid en bescherming
Verandering mag dan nodig zijn, toch waarschuwt Bieshaar dat het verlagen van drempels geen doel op zich is. De waarborgen van de WAMCA zijn immers niet zonder reden ingevoerd, zo stelt hij. “Ze moeten voorkomen dat belangenorganisaties procederen zonder voldoende steun, deskundigheid of transparantie.”
Wat hem betreft ligt de uitdaging dan ook in het vinden van een nieuw evenwicht: een systeem dat toegankelijker wordt voor gedupeerden, zonder de kwaliteit van collectieve procedures uit het oog te verliezen.
Van scriptie naar praktijk
Dat kleine verschillen ervoor kunnen zorgen dat de ene procedure vrijwel vlekkeloos verloopt terwijl de andere stagneert was één van de grote verrassingen voor Bieshaar tijdens het schrijven van zijn scriptie. Ook over zijn eigen reactie op de materie was hij verrast. “Alhoewel ik bij de aanvang van mijn scriptie reeds geïnteresseerd was in het onderwerp, nam deze interesse steeds toe tijdens het verdiepen in dit onderwerp.”
Een bekroning op het schrijven van zijn scriptie vond onlangs plaats in Londen, tijdens de uitreiking van de scriptieprijs in de historische Reform Club. In de besloten setting van deze private members' club was er ruime aandacht voor het werk van de winnaar. Een bijzondere ervaring voor Bieshaar: "Niet alleen vanwege de locatie, maar ook vanwege de persoonlijke aandacht. Er werd meermaals gesproken over de maatschappelijke relevantie van het onderzoek en de bijdrage die jonge onderzoekers kunnen leveren aan hun vakgebied."
- Meer informatie
De scriptie van Daan Bieshaar is op te vragen bij Bieshaar, stuur hem een bericht via zijn LinkedIn Profiel. Het evaluatierapport 'Vijf jaar WAMCA' is te vinden via de Rijksoverheid. Of lees meer over het Hermes Kring Londen Fonds.
- Gerelateerde content
