Van miljardair Bill Gates tot prins Bernhard en zelfs het dorp Bodegraven: je verwacht ze misschien niet in één adem te horen, maar ze komen alle drie terug in complotverhalen over een kwaadaardige elite. Dit type verhalen werd de afgelopen jaren zichtbaar rondom de coronamaatregelen en actuele thema’s als klimaatbeleid en migratie. Door deze aandacht kan de indruk ontstaan dat het gaat om een nieuw fenomeen. “Maar verhalen over kwaadaardige groepen die de bevolking bewust kwaad willen doen zijn van alle tijden en plaatsen,” zegt universitair docent criminologie Fiore Geelhoed.
In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onderzocht Geelhoed in samenwerking met Jelle van Buuren, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, het ‘kwaadaardige elite’-narratief. Het recent gepubliceerde onderzoek biedt een overzicht van publicaties over dit onderwerp tussen 1970 en 2025 en vertelt meer over het ontstaan en de ontwikkeling van deze vorm van complotdenken.
Een rode draad in de loopbaan van Geelhoed is haar fascinatie voor het geloof in absolute waarheden en behoefte aan sociale verbinding. Die interesse ontstond al vroeg, mede doordat een deel van haar familie dat uit een streng-conservatief protestants milieu kwam.
Het contact met haar familie gaf haar waardevolle lessen mee die haar werk nog altijd vormgeven. Waaronder ook haar motivatie om in gepolariseerde zwart-witbeelden te blijven zoeken naar nuance. “Door oog te hebben voor nuance kunnen we actief bijdragen aan wederzijds begrip, sociale rechtvaardigheid en constructieve oplossingen.”
Haar onderzoek richt zich op ontevreden groepen die er opvattingen op nahouden die afwijken van de heersende waarheid, en die worden gezien als een potentiële bedreiging voor de samenleving. In het recent gepubliceerde WODC-onderzoek neemt Geelhoed samen met van Buuren ‘kwaadaardige elite’-narratieven onder de loep en plaatsen zij deze in een historisch perspectief.
In de Nederlandse veiligheidscontext spreken de AIVD en de NCTV in dit kader van een ‘kwaadaardige elite’-narratief om daarmee overtuigingen aan te duiden waarin een kleine, internationale elite zou werken aan een verborgen plan om de wereldbevolking te controleren, te onderdrukken of zelfs te decimeren.
Wie zijn de ‘kwaadaardige elite’?
“Dat is afhankelijk van waar en wanneer je spreekt. In de literatuur wordt het ontstaan van complotnarratieven vaak in relatie tot tijd en plaats besproken. Deze context beïnvloedt wie als samenzweerders worden gezien en wat hun agenda is. Complotverhalen verspreiden zich vaak internationaal, en worden lokaal ingekleurd of verknoopt met bestaande spanningen.”
“Je ziet in de literatuur wel enkele usual suspects terugkeren in diverse complotnarratieven. Voorbeelden hiervan zijn de illuminati, de Rockefellers, en de farmaceutische industrie, maar ook leiders en invloedrijke personen als George Soros en Bill Gates. Afhankelijk van tijd en plaats kan de elite ook gevormd worden door imperialistische en koloniale westerse machten. Wie er als kwaadaardige elite wordt aangewezen, is dan ook contextafhankelijk.”
Er is recent veel aandacht voor complotdenken, gaat het hier om een nieuw fenomeen of is het van alle tijden?
“In onze analyse kwamen we onderzoek tegen naar veronderstelde samenzweringen uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen tot in latere eeuwen. Verschillende complotnarratieven die we vandaag de dag zouden kunnen herkennen, ontstonden in de Middeleeuwen en zijn vanaf de Renaissance duidelijk te herkennen.”
“Van de verschillende groepen die in de historie naar voren zijn geschoven in de narratieven zien we dat de geheime genootschappen als de vrijmetselarij en illuminati een rol zijn blijven spelen tot in hedendaagse complotnarratieven. Ook zijn, vergelijkbaar met het huidige The Great Replacement narratief, buitenstaanders en migranten door de eeuwen heen verdacht gemaakt. Voornamelijk vanuit de culturele dreiging die van de migranten uit zou gaan, en soms geholpen door politieke tegenstanders van degenen die zich bedreigd voelen.”
Is er niets veranderd ten opzichte van vroeger, zelfs niet met de opkomst van het internet en sociale media?
“We zien zowel historische continuïteit als verandering in narratieven over kwaadaardige elites. De invloed van tijd en plaats is blijvend. Verhalen reizen makkelijk de grens over, en kunnen op de nieuwe plek een geheel eigen leven gaan leiden. Ze krijgen lokale namen en vijanden en raken verweven met wat daar al speelt.”
“Waar de aanpasbaarheid van alle tijden is zien we wel terug in de literatuur dat hedendaagse complotnarratieven nog meer ambigu en fluïde zijn, en dat zij zich meer dan vroeger op interne vijanden richten.”
“De omstandigheden waarin een complotverhaal ontstaat zijn bovendien van belang voor de vorm die het aanneemt. Het internet en sociale media geven hier weer hun eigen impuls aan. Wat we terugzagen in de literatuur is dat complotnarratieven een aantrekkelijk digitaal verdienmodel zijn geworden. Ze worden vermengd met humor, ironie en spelelementen en worden zo onderdeel van moderne cultuur.”
Wat is de voedingsbodem voor het ontstaan van complotverhalen?
“We zien in het onderzoek veel verschillende factoren terug die in verband staan met de opkomst, verspreiding en populariteit van complotnarratieven. Als we kijken naar culturele en maatschappelijke context, dan zien we dat het vaak gaat over een verhaal tussen goed en kwaad. Complotverhalen zijn dan morele verhalen die in tijden van crisis houvast kunnen bieden door helder aan te wijzen wie deugt en wie niet. Crises of ingrijpende sociale transformaties kunnen dan ook een goede voedingsbodem zijn voor het ontstaan of heropleven van complotnarratieven.”
“Wat hier daarnaast ook weer meespeelt is de fluïditeit en het eclectisch karakter van complotnarratieven: ze incorporeren makkelijk nieuwe gebeurtenissen in hetzelfde kernverhaal. Subnarratieven kennen onderlinge overlap en overlap met narratieven over een kwaadaardige elite.”
“Complotnarratieven kunnen resoneren met een bestaande beleving van onrecht, wat kan bijdragen aan het voortbestaan van deze narratieven. De kritiek op de ‘elite’ in deze verhalen raakt soms aan echte onrechtvaardigheid en aan echte tekortkomingen van de macht.”
Geelhoed: “In het onderzoek identificeren we zes verschillende narratieven. Deze varianten van het complotnarratief zijn te ordenen naar de angst die erachter zit: waar denken de aanhangers dat de ‘elite’ hen van wil beroven?”
“Alle verhalen in de literatuur die we hebben bestudeerd hebben één ding gemeen: de samenzweerders willen macht over anderen, of willen de vrijheid van een bepaalde groep inperken. Dat is de basis waar de andere dreigingen op voortbouwen.”
“Daarnaast zien we nog vijf thema’s terugkomen: religie; politiek en economie; gezondheid en milieu; cultuur en technologie en buitenaards leven. Deze indeling is geen strikte scheiding. In veel verhalen lopen meerdere dreigingen door elkaar, en allemaal komen ze uiteindelijk terug bij dat ene verhaal: wie is de kwaadwillende elite en hoe verklaart het bestaan en werk van die elite de maatschappelijke ontwikkelingen in een bepaalde tijd en plaats?”
Moeten we ons zorgen maken over de ‘kwaadaardige elite’-narratieven?
“Dat was geen onderzoeksvraag in deze studie. Wat ik hier juist voorop zou willen stellen, is dat er in de maatschappij weliswaar angst is voor deze narratieven en dat ze vaak in verband worden gebracht met 'extremisme', zoals de term 'anti-institutioneel' extremisme, maar dat de overgrote meerderheid die deze narratieven omarmt, daar helemaal niet mee bezig is. In hoeverre er dan wel een geweldsdreiging van een kleine, extremistische subgroep uit zou gaan, is nog niet voldoende onderzocht. We zouden graag zien dat er meer empirisch onderzoek wordt gedaan naar die schadelijkheid, maar ook naar het effect van de reacties vanuit de maatschappij hierop. Die reacties zouden namelijk onbedoeld juist de schadelijkheid kunnen bevorderen.”
“Wat we wel benadrukken, is de conclusie van de adviescommissie Versterking Weerbaarheid Democratische Rechtsorde uit 2023 dat wantrouwen richting de politiek niet direct betekent dat de democratische rechtsorde onder druk staat. Blind vertrouwen is net zo problematisch als blind wantrouwen. Kritische burgers met gering politiek vertrouwen kunnen onder bepaalde voorwaarden een nieuwe impuls geven aan het democratisch proces. Gezonde scepsis is ook een democratische deugd.”
- Universitair Docent
- Meer informatie
Meer informatie, waaronder het rapport, is te lezen op de website van het WODC.
- Gerelateerde content
