R.H. Toppo verdedigt zijn proefschrift op vrijdag 10 november 2023, getiteld: Verzet en strijd tegen hegemonieën: identiteitspolitiek en sociale bewegingen van Adivasi in Jharkhand, India'.
- Promotor
- Co-promotor
- Co-promotor
- Datum
- dinsdag 10 okt 2023, 15:00 - 17:00
- Type
- Promotie
- Ruimte
- Auditorium of the ISS
- Locatie
- International Institute of Social Studies
Hieronder volgt een korte samenvatting van het proefschrift:
Sinds de koloniale periode worden de inheemse gemeenschappen in India, die tegenwoordig Adivasi worden genoemd, in sociaal en politiek opzicht gemarginaliseerd en wordt hun land en arbeidskracht uitgebuit door de overheid en het bedrijfsleven. Dit onderzoek beschrijft hoe Adivasi in actie zijn gekomen om aanspraak te maken op hun rechten op land en hulpbronnen in het gebied Jharkhand, dat ten gevolge van hun strijd in november 2000 als de 28e deelstaat in Oost-India werd opgericht. Het is gericht op een specifiek geografisch gebied in Jharkhand: de Chechari-vallei (en aangrenzende gebieden). Daar werden Adivasi-gemeenschappen bedreigd met ontheemding en verlies van hun traditionele culturele context en middelen van bestaan, die beide bepalend zijn voor hun identiteit en manier van leven. Dit onderzoek gaat over de manier waarop Adivasi in de regio dit beleid collectief hebben aangevochten en over de verschillende methoden die ze gebruikten, waaronder contact met sympathiserende individuen en groepen. Bovendien wordt ingegaan op de mobilisatie- en onderhandelingsprocessen en wordt de ontwikkeling van hun sociale en politieke identiteit in de regio belicht. De centrale onderzoeksvraag van dit proefschrift is: waarom en hoe zijn Adivasi in de regio Chechari en aangrenzende gebieden in Jharkhand in actie gekomen om de vele vormen van geweld en uitsluiting door de overheid en dominante gemeenschappen aan te vechten, en hoe hebben deze processen hun sociale identiteit en politieke emancipatie beïnvloed?
Dit onderzoek bestaat uit drie casestudy's in Chechari (en aangrenzende gebieden) waarin Adivasi in opstand zijn gekomen tegen de overheid en dominante gemeenschappen in de regio en hebben onderhandeld om hun eigen land en hulpbronnen te behouden. In de eerste casestudy wordt onderzocht hoe Adivasi een sociale beweging vormden om te protesteren tegen het besluit van de regionale en centrale overheid om mensen uit 245 dorpen, waarvan de meerderheid Adivasi, te verdrijven om er een schietterrein voor het leger aan te leggen. In de tweede casestudy wordt nagegaan hoe Adivasi juridische middelen inzetten tegen het besluit van de centrale en regionale overheid om acht dorpen uit het kerngebied van het Palamu Tiger Reserve in de aangrenzende gebieden van Chechari te verplaatsen. De derde casestudy gaat over Adivasi-jongeren die collectief in actie kwamen en een actieve rol speelden in het verkiezingsproces om ervoor te zorgen dat veel leden van hun gemeenschap daadwerkelijk deelnamen aan de regionale en nationale verkiezingen van 2019. Hoewel deze casussen opeenvolgend worden gepresenteerd, moet benadrukt worden dat deze processen naast elkaar bestonden en zelfs nu nog plaatsvinden. Deze drie casussen tonen alle het groeiende bewustzijn, de collectieve kracht en agency en de verschillende strategieën die de Adivasi in de regio hebben ontwikkeld om op te komen voor hun sociale, economische en politieke rechten.
Voor dit proefschrift is een etnografische benadering en methodologie gekozen met wat wordt bezien als een inheems standpunt als uitgangspunt. De auteur is als Adivasi uit Jharkhand een insider die begrijpt hoe sociale mobilisatie op basis van identiteit werkt. Hij kent de lokale dialecten, gewoonten en gebruiken, en is al meer dan tien jaar actief betrokken bij de sociale en politieke mobilisatieprocessen. Dit onderzoek berust op een combinatie van theoretische benaderingen. Er wordt aandacht besteed aan de rol van de overheid in de postkoloniale context, waaronder de manier waarop overheidsinstellingen hun eigen belangen en die van de zittende regeringen behartigen ten koste van de lokale bevolking. Enkele belangrijke auteurs in dit verband zijn Hamza Alavi, Ralph Miliband, Pranab Bardhan en Partha Chatterjee. Ook worden de ideeën van Johan Galtung over structureel, cultureel en direct geweld gebruikt om te begrijpen hoe de overheid en dominante gemeenschappen de Adivasi sociaal, cultureel en economisch hebben gemarginaliseerd. Foucauldiaanse kaders van macht en discoursen bieden inzicht in de (re)productie van Adivasi. Deze aspecten zijn essentieel om de drijfveren achter hun mobilisatie te begrijpen. Met de kaders 'door burgers gestuurde verandering' en 'opstandig burgerschap' wordt ook meer inzicht verkregen in de agency en strategieën van Adivasi bij hun verzet en strijd tegen dominante hegemonieën in de regio.
Uit dit onderzoek kunnen vier belangrijke conclusies worden getrokken die ook bijdragen aan ander onderzoek naar de rechten van inheemse gemeenschappen. Ten eerste is er weliswaar veel literatuur over de onderdrukking van inheemse gemeenschappen door de koloniale en postkoloniale overheid, maar hierin worden de groepen over het algemeen ingedeeld in 'onderdrukkers' en 'onderdrukten'. Uit dit onderzoek blijkt dat Adivasi meer plooibare manieren en ruimtes hebben om effectief te onderhandelen en op te komen voor hun eisen en rechten. Ten tweede is het gebruik van meerdere strategieën vaak nodig in reactie op de diverse vormen van geweld die gemeenschappen op verschillende niveaus ervaren bij het opkomen voor hun eisen en rechten. Dit omvat, zoals aangetoond in het onderzoek, het aangaan of opbouwen van allianties met ondersteunende entiteiten, zoals politieke partijen, leden van de regering en het bestuur en gewapende opstandelingen, en het werken met, via en tegen de overheid. Ten derde zijn handhaving van identiteit en identiteitspolitiek krachtige uitingen en resultaten van de sociale mobilisatie en agency van inheemse gemeenschappen. Hun leden hebben misschien een verschillende economische en sociale achtergrond, maar de collectieve organisatie en strijd voor hun land en hulpbronnen leidt tot een nieuwe politieke identiteit met meer onderhandelingsmogelijkheden en kansen voor verandering in hun voordeel. Ten vierde kon de auteur als insider, hoewel die rol soms lastig en zelfs schijnbaar tegenstrijdig was, met 'betrokken observatie' beter begrijpen en inzien hoe de gemeenschapsidentiteit werd geïnternaliseerd, uitgeoefend, gereproduceerd en versterkt door collectieve mobilisatie. In het algemeen blijkt uit dit proefschrift dat het belangrijk is om identiteitsvorming en mobilisatie van inheemse gemeenschappen te zien als organische processen die op verschillende niveaus aangepast en strategisch ontwikkeld worden als reactie op veranderende machtsverhoudingen. Deze processen krijgen vervolgens vorm door specifieke discoursen. Deze moeten worden erkend en versterkt ter verdere ondersteuning van de collectieve strijd van gemarginaliseerde gemeenschappen waarin zij opkomen voor hun aanspraken en rechten.
- Meer informatie
De openbare verdediging vindt plaats op vrijdag 10 november 2023 in Aula B. De plechtigheid begint om 15.00 uur in de aula van het ISS, Kortenaerkade 12, Den Haag. Na aanvang van de openbare verdediging worden de deuren gesloten. Kinderen onder de 7 jaar mogen tijdens het eerste deel van de ceremonie niet in de aula komen. De ceremonie wordt gevolgd door een receptie in het Atrium van het ISS. Professoren worden uitgenodigd om mee te lopen in de academische stoet.
Deze openbare verdediging wordt mogelijk uitgezonden via de livestream van het ISS. Als dat zo is, kunt u de openbare verdediging live bekijken op www.iss.nl/live
