Promotie Y. (Yanbai) Li

Essays over instellingen, ongelijkheid en de vloek van grondstoffen

Y. Li verdedigt zijn proefschrift op vrijdag 8 december 2023, getiteld: 'Essays over instellingen, ongelijkheid en de vloek van grondstoffen'.

Promotor
Prof.dr. M. Murshed
Co-promotor
Dr. E. Papyrakis
Datum
vrijdag 8 dec 2023, 15:00 - 17:00
Type
Promotie
Ruimte
Auditorium of the ISS
Locatie
International Institute of Social Studies
Voeg toe aan agenda

Hieronder volgt een korte samenvatting over het proefschrift:

Sinds de ontbinding van het systeem van Bretton Woods en de twee oliecrises in de jaren 1970 is de wereldeconomie ingrijpend veranderd. De meest opvallende ontwikkeling is de toegenomen economische integratie en wereldhandel door vooruitgang op het gebied van transport, communicatie en informatietechnologie, en vooral de snel stijgende deelname van ontwikkelingslanden aan de wereldhandel. Vooral Aziatische ontwikkelingslanden werden in hoog tempo geïndustrialiseerd en vanaf de jaren 1980 nam de export van fabrieksproducten toe. Tegelijkertijd profiteerden geïndustrialiseerde landen van toegang tot goedkope consumptiegoederen en opkomende nieuwe markten. In deze periode werden ook enorme vorderingen gemaakt op het gebied van economische groei en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden, vooral in Aziatische landen. De meest recente globaliseringsgolf bracht echter ook uitdagingen en risico's met zich mee. Twee van de urgentste problemen zijn toenemende ongelijkheid en klimaatverandering. Met de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten die in 2018 begon en de oplopende geopolitieke spanningen daarna wordt nu gevreesd dat er eind jaren 2010 een einde is gekomen aan het gouden tijdperk van globalisering.

Een opvallend fenomeen tijdens de globaliseringsgolf van begin jaren 1980 tot eind jaren 2010 was de economische opkomst van China. Die was het gevolg van binnenlandse factoren zoals marktgerichte hervormingen, fiscale decentralisatie en open handel. De snelle integratie van China in de wereldeconomie wordt gezien als een exogene 'Chinese handelsschok' die gepaard ging met een sterk toegenomen export van fabrieksproducten, vooral naar rijke landen, en meer invoer van grondstoffen uit landen met veel natuurlijke hulpbronnen. Er is veel onderzoek gedaan naar de economische gevolgen van de Chinese handelsschok. Daarbij ging het om de effecten op werkgelegenheid, lonen, industriële productiviteit en algemene handelsresultaten in verschillende landen en regio's. Ondertussen neemt de bezorgdheid toe dat China door zijn economische prestaties geleidelijk zachte politieke macht krijgt en dat er tussen China en westerse landen een strijd ontbrandt om politieke invloed te verwerven in vooral Afrikaanse ontwikkelingslanden. Zo wordt er volop gespeculeerd dat er een institutionele 'race to the bottom' ontstaat als Afrikaanse landen een steeds groter deel van hun natuurlijke hulpbronnen naar China exporteren.

Tegen deze achtergrond is een groot deel van het proefschrift gewijd aan inzicht in de economische en politieke gevolgen van de Chinese handelsschok in ontwikkelingslanden, omdat de wereldhandelspatronen aanzienlijk zijn veranderd sinds China een productiecentrum is geworden. Dit proefschrift gaat over de gevolgen van de Chinese vraag naar natuurlijke hulpbronnen op de wereldmarkt, omdat veel ontwikkelingslanden nog steeds sterk afhankelijk zijn van de export van grondstoffen. Volgens de bestaande literatuur kunnen inkomsten uit de export van natuurlijke hulpbronnen leiden tot sectorale aanpassingen, zoals bij de Hollandse ziekte. Hierdoor wordt de economische groei op de lange termijn afgeremd of ontstaaat een gulzigheidseffect (voracity effect) dat de institutionele kwaliteit aantast. In dit proefschrift worden de politieke gevolgen van de toenemende Chinese handel met Afrikaanse landen behandeld, en vervolgens enkele economische effecten van de Chinese handelsschok in de markt voor ruwe grondstoffen in ontwikkelingslanden. Ten slotte wordt de verklaring voor de variatie in ongelijkheid tussen landen gezocht in de eigendomsvorm van kapitaal.

Het eerste empirische hoofdstuk behandelt de gevolgen van het groeiende Chinese aandeel in de import van natuurlijke hulpbronnen op democratisering en corruptie in de exporterende landen in Afrika. De economische betrokkenheid van China bij Afrika heeft vanaf de jaren 1990 inderdaad een vlucht genomen. Tegelijkertijd blijkt uit de resultaten dat participerende democratie en corruptiebestrijding in deze landen verbeterd zijn ten gevolge van de toegenomen export van grondstoffen naar China. De empirische gegevens wijzen erop dat verbeteringen in corruptiebestrijding zouden kunnen worden toegeschreven aan een stijgend nationaal inkomen dankzij de grondstoffenbaten die voortvloeien uit de toegenomen export naar China. In het algemeen wijzen de onderzoeksresultaten erop dat natuurlijke hulpbronnen verhandelen aan China voor Afrikaanse landen een 'institutionele grondstoffenzegen' (in tegenstelling tot een 'grondstoffenvloek') betekent.

In het tweede en derde empirische hoofdstuk wordt beschreven hoe ontwikkelingslanden reageren op de Chinese vraagschok in de markt voor ruwe grondstoffen. De hypothesen van de grondstoffenvloek en de Hollandse ziekte zijn getoetst met een shift-share-analyse. De resultaten wijzen erop dat de grondstoffenboom die het gevolg was van de torenhoge Chinese vraag naar grondstoffen de economische groei in ontwikkelingslanden van begin jaren 1990 tot begin jaren 2010 heeft verstoord, zoals voorspeld door de hypothese van de grondstoffenvloek. Gemiddeld heeft de hausse in inkomsten uit grondstoffen van 1994 tot 2013 40% van de economische groei tenietgedaan in de 100 ontwikkelingslanden in de steekproef. Midden jaren 2010 stortten de grondstofprijzen in vanwege de afgenomen vraag uit China, en dit had opnieuw een negatief effect op de economische groei van landen die rijk zijn aan natuurlijke hulpbronnen. Uit het empirisch onderzoek blijkt ook een verschil tussen Sub-Saharaanse Afrikaanse landen en andere landen. Landen die rijk zijn aan natuurlijke hulpbronnen in Sub-Saharaans Afrika (SSA) vertoonden gedurende een grondstoffenboom een langzamere groei dan landen die arm zijn aan natuurlijke hulpbronnen in de regio. Grondstoffenbaten hadden daarentegen geen significant effect op groei in landen buiten SSA.

Op grond van deze resultaten is met dezelfde econometrische modellen in de steekproef van ontwikkelingslanden onderzoek gedaan naar sectorale aanpassingen ten gevolge van de Chinese handelsschok in de wereldwijde markt voor primaire grondstoffen. Dit onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Op geaggregeerd niveau blijkt dat onder invloed van grondstoffenbooms de groei van de productiesector versnelde, maar de groei van de publieke sector vertraagde. Een gedesaggregeerde analyse op sectorniveau levert slechts fragmentarisch bewijs op voor de Hollandse ziekte, omdat de productie van de textielindustrie negatief werd beïnvloed door grondstoffenbooms en het gemiddelde loon in de textielindustrie gelijk lijkt te zijn gebleven, terwijl het gemiddelde loon in diverse andere bedrijfstakken steeg. Aangezien de textielsector in ontwikkelingslanden wordt beschouwd als een laagdrempelige productie-handelssector, wijzen deze bevindingen erop dat economische activiteit tijdens grondstoffenbooms verschuift van de handelssector naar de niet-handelssector.

Het vierde hoofdstuk behandelt de groeiende economische ongelijkheid in de afgelopen decennia. Om deze trend te onderzoeken is gekeken naar het distributieve effect van verschillende soorten kapitaalaccumulatie. Uit het onderzoek blijkt dat een groter aandeel overheidskapitaal in de totale kapitaalvoorraad zowel de markt- als de netto gini-coëfficiënten zou kunnen verlagen. Verder wijzen de bevindingen erop dat een groter aandeel overheidskapitaal in het bruto binnenlands product (bbp) gepaard gaat met minder inkomensongelijkheid, terwijl een groter aandeel privaat kapitaal in het bbp de inkomensongelijkheid in omgekeerde richting beïnvloedt. Nog belangrijker is dat het negatieve effect van overheidskapitaal op inkomensongelijkheid het meest opvalt en groter is in landen met lage en middeninkomens dan in landen met hoge inkomens.

Dit proefschrift geeft op basis van empirische data inzicht in de gevolgen van de Chinese handelsschok en de oorzaken van toenemende ongelijkheid tussen landen die grofweg ontstond in de twee decennia rond het nieuwe millennium. Uit dit proefschrift blijkt duidelijk dat de economische 'grondstoffenvloek' optrad in ontwikkelingslanden, hoewel historische, geografische en timingsfactoren daarbij ook een rol kunnen spelen. De asymmetrische effecten van positieve en negatieve prijsschokken wijzen er ook op dat de volatiliteit van grondstoffenprijzen een belangrijke factor kan zijn bij de economische tegenspoed van landen die rijk zijn aan natuurlijke hulpbronnen. Desalniettemin lijkt er geen sprake te zijn van een institutionele 'race to the bottom' in kwetsbare ontwikkelingslanden wanneer China een belangrijke handelspartner wordt. Sterker nog, de Chinese import van natuurlijke hulpbronnen uit Afrika bracht positieve veranderingen op het gebied van democratisering en corruptiebestrijding. Het onderzoek in dit proefschrift wijst er ten slotte op dat overheidsinvesteringen een goede manier zouden kunnen zijn om de toenemende ongelijkheid in ontwikkelingslanden aan te pakken.

Meer informatie

De openbare verdediging vindt plaats op vrijdag 8 december 2023 in het auditorium van ISS (Aula B) en de ceremonie begint stipt om 15.00 uur. De deuren worden gesloten bij aanvang van de openbare verdediging. Kinderen onder de 7 jaar mogen tijdens het eerste deel van de ceremonie niet in het auditorium komen. De ceremonie wordt gevolgd door een receptie in het Atrium van het ISS. Professoren worden uitgenodigd om mee te lopen in de academische stoet. 

Deze openbare verdediging wordt mogelijk uitgezonden via de livestream van het ISS. Als dat zo is, kun je de openbare verdediging live volgen op www.iss.nl/live.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen