De geschiedenis van Erasmus School of Law, toentertijd Faculteit der Rechtsgeleerdheid geheten, is ons verhaal over visie, innovatie en toewijding. Van onze oprichting en eerste studenten in 1963 tot internationale erkenning en grote (wetenschappelijke) ontwikkelingen: onze faculteit heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een dynamische en vooruitstrevende academische gemeenschap. Daar zijn we GROOS op. Onze geschiedenis is sterk verweven met wie we nu zijn: betrokken, met Rotterdams lef en met een constante drive om het recht te verbinden met andere disciplines en met onze omgeving. Dit is een eerbetoon aan ons verleden: wat ons heeft gemaakt tot de stevig gewortelde Rotterdamse veilige haven voor (toekomstig) juristen, fiscalisten en criminologen, onderzoekers en eenieder die Erasmus School of Law in het verleden, nu of in de toekomst beschouwt als thuishaven.
De geboorte van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid
1963
Op 17 december 1959 riep Piet Sanders, gerenommeerd jurist in het ondernemingsrecht en het arbitragerecht, zijn recent geformeerde senaatscommissie bij elkaar. Het doel: de creatie van een Rotterdamse rechtenfaculteit, die een juridische leeromgeving zou bieden met componenten uit de economie en sociologie. Vier juridische faculteiten in den lande kwamen direct in het geweer. Rechten was immers geen maatschappijwetenschap, vond men. De minister en de Kamer stemden niettemin in met de door Sanders gepresenteerde blauwdruk.
De rechtenpioniers
1963 – 1967
Toen in 1963 de deuren van onze rechtenfaculteit opengingen, stonden 56 studenten klaar om het academisch avontuur aan te gaan. Hoewel dit studentenaantal landelijk gezien bescheiden leek, was men in Rotterdam tevreden. Het was een begin, een startpunt op de weg naar groei. In werkelijkheid schuilde in het geringe studentenaantal juist de kracht van de kersverse Rotterdamse faculteit. Men wilde een kleine groep studenten van intensieve begeleiding en persoonlijk contact kunnen voorzien. En dat lukte: het slagingspercentage in het eerste studiejaar was maar liefst 88%. Zo maakten voorzichtige twijfels over kwantiteit al na het eerste studiejaar plaats voor GROOS op kwaliteit.
De eerste generatie studenten bestond hoofdzakelijk uit jonge voltijdstudenten. Slechts een enkeling werkte al. De collegezalen waren dan ook prompt goed gevuld. Te midden van de collegebanken bevond zich de Fries Hans Meijer. Na het stedelijk gymnasium in Leeuwarden en een jaar militaire dienstplicht, meldde Meijer zich in 1963 aan als één van de 56 rechtenpioniers in Rotterdam. Ruim vier jaar later was Meijer de eerste die de juristenopleiding aan de faculteit voltooide. Bovengemiddeld snel, ook landelijk gezien. Naar alle waarschijnlijkheid werd dit succes mede mogelijk gemaakt door het intieme en intensieve studiekarakter dat de Rotterdamse faculteit kenmerkte.
Bronnen: NEH 1963-1973, Delpher

Een vrouw met een eigen richting
1969
Eind 1969 beleefde de Rotterdamse rechtenfaculteit een historisch moment met haar eerste promotie. Wat deze mijlpaal des te meer deed schitteren, was het feit dat het proefschrift werd geschreven door een vrouw, Leonie Susanne Charlotte Heyning-Plate, geboren en getogen in Rotterdam.
Heyning-Plate schreef haar proefschrift Eigen richting tot zekerheid onder begeleiding van rector magnificus Jan Wiek. Op een donderdagmiddag in november verdedigde ze haar onderzoek naar de juridische concepten ‘de exceptio non adimpleti contractus’ en het retentierecht, gericht op het opschorten of weigeren van prestaties onder een contract wanneer de andere partij haar verplichtingen niet nakomt. Haar werk droeg bij aan het begrip van deze mechanismen en hun rol in het waarborgen van zekerheid in contractuele relaties.
Deze bijzondere promotie deed velen speculeren over Heyning-Plate’s toekomstplannen. Op vragen over een mogelijke carrière in de advocatuur, antwoordde ze met humor: “Mijn man is advocaat, ik zou dus op zijn kantoor moeten werken. Ja, ik kan toch niet tegen hem procederen?!” Desondanks bepaalde Heyning-Plate haar ‘eigen richting tot zekerheid’. Vanaf 1975 werkte Heyning-Plate bijna tien jaar als rechter en later als rechter-commissaris bij de Haagse rechtbank. In 1984 werd ze benoemd tot raadsheer in het Gerechtshof, en begin jaren ’90 voegde ze het vicepresidentschap van datzelfde hof aan haar loopbaan toe.
Soortgelijke mijlpalen werden jaren later gevierd, met de aanstelling van Esin Örücü als eerste vrouwelijke hoogleraar in 1995 en in 2012, toen Suzan Stoter werd aangesteld als eerste vrouwelijke decaan binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Bronnen: origineel proefschrift, Delpher. Te vinden in Sanders Law Library

Van P70 tot de ZKK-jurist
Jaren ’70
Na vijf jaar onderwijs was het tijd voor een evaluatie. Zowel het studieprogramma als de didactiek werden besproken in een plenaire vergadering in maart 1969, waaraan tien docenten en veertig (!) studenten deelnamen. In lijn met de tijdgeest werd ook de bestuursstructuur kritisch beschouwd.
Een nota van Piet Sanders zou leiden tot het curriculum Programma 70, oftewel P70. Onder invloed van de hoogleraren Jack ter Heide en Louk Hulsman besloot men zich te richten op de vorming van de basisjurist, die juridische kennis en vaardigheden koppelde aan sociaalwetenschappelijk inzicht. Het traditionele beeld van de jurist als schriftgeleerde met de neus in het wetboek vond men passé. Terwijl de minister zich hardop afvroeg of in Rotterdam nog wel juristen werden opgeleid, werd de ZKK-jurist (zelfstandig, krities, kreatief) het unique selling point van onze faculteit.
Een historische fusie
1973
In de nacht van woensdag 31 januari op donderdag 1 februari 1973, stipt om 0.00 uur, werd de Erasmus Universiteit Rotterdam geboren. De nachtelijke beslissing deed de dag erna de vlaggen van het Rotterdamse stadshuis trots wapperen. De particuliere stichting ‘de Nederlandse Economische Hogeschool’ en rijksinstelling ‘de Medische Faculteit Rotterdam’ zouden voortaan via een bijzondere wet (lex specialis) samen verder gaan. Ondanks hun uiteenlopende historie en cultuur werd besloten tot deze vereniging, waarbij geografische en organisatorische verschillen werden overwonnen. De samensmelting werd al jaren aangemoedigd door het Rotterdamse gemeentebestuur en symboliseerde een streven naar bestuurlijke doelmatigheid en wetenschappelijke vooruitgang. Bij de start van het eerste volledige academisch jaar in 1973-1974 schreven 4414 studenten zich in – een veelbelovend begin van de nieuwe universitaire entiteit. Naast de economische, sociale en medische faculteit die toendertijd deel uitmaakten van de universiteit, startte een groot deel van deze studenten bij onze faculteit: de juridische.
Bronnen: boek ‘Erasmus Universiteit Rotterdam 1973 – 1993 en Delpher
Een topprogramma in de Rechtseconomie
1990
De historie van de European Master in Law and Economics (EMLE) brengt ons in het jaar 1990. Gestimuleerd door een net begonnen uitwisselingsprogramma tussen de rechtenfaculteiten van Rotterdam en Gent, zagen ook Oxford en Parijs-Dauphine potentie in een kleinschalig, internationaal onderwijsprogramma. De vier partneruniversiteiten verzorgden het veelbelovende programma. Twintig studenten begonnen aan het programma, dat al snel groeide.
Ruim dertig jaar later telt EMLE tien aangesloten universiteiten, van Rotterdam tot Rome en van Arizona tot Mumbai. De master verwierf internationale erkenning toen het in 2003 door de European University Association als één van de top Joint Masters werd geselecteerd en in 2004 succesvol aansloot bij het prestigieuze Erasmus Mundus programma van de Europese Unie, waarin het sindsdien onafgebroken is geselecteerd.
Meer dan 2000 studenten uit 95 landen hebben EMLE inmiddels afgerond en degenen die na 2018 zijn afgestudeerd, hebben een joint degree op zak. Het programma directoraat is afwisselend in handen van de universiteiten van Hamburg en Rotterdam. Met een keurmerk van excellentie en een staf die volgens een recente accreditatie beschikt over een uitzonderlijk hoog niveau van expertise is EMLE de thuishaven van een van de grootste groepen gerenommeerde Law and Economics-onderzoekers ter wereld.
In 2004 volgde de oprichting van het gezamenlijke doctoraatsprogramma EDLE (European Doctorate in Law & Economics) door de Erasmus Universiteit Rotterdam (Nederland), de Universiteit van Bologna (Italië) en de Universiteit van Hamburg (Duitsland).
Fiscalisten met een Rotterdams karakter
1991
In 1960 had bouwdecaan Piet Sanders drie afstudeerrichtingen voorgesteld: staatsrecht, privaatrecht en fiscaal recht. Dat was te ambitieus: minister Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kende aan de Rijksuniversiteit Leiden het monopolie op de fiscaal-juridische studie toe.
Het vuurtje bleef smeulen en ontbrandde eind jaren ’80 dankzij drie wetenschappers van de sectie Belastingrecht. Met succes wezen Jan Christiaanse, Jan Monsma en Henk van Arendonk op de meerwaarde van fiscalisten met een Rotterdams karakter. In september 1991 startten zo’n 75 studenten aan de fiscaal-juridische studie. De studie Fiscaal Recht werd onder auspiciën van ‘fiscale bouwheer’ Van Arendonk steeds sterker en is anno 2024 gevestigd op een stevig fundament bij Erasmus School of Law.
Bronnen: input Louis Visscher & Wicher Schreuders, website EMLE
Criminologie floreert
2001
In 1963 doordrenkten Louk Hulsman en Peter Hoefnagels het Rotterdamse strafrecht met maatschappijkritische, internationale en criminologische inzichten. Lange tijd vormde criminologie onder de vleugels van Hulsman en Hoefnagels een bescheiden onderdeel van het juridische curriculum in Rotterdam. Daarmee legden zij het fundament voor een zelfstandige discipline, die in de jaren ’90 tot bloei kwam door de Leuvense criminoloog Cyrille Fijnaut.
Pas in 2001 werd de stille opmars van criminologie officieel erkend met een zelfstandige Rotterdamse opleiding. Criminaliteit was samenlevingsbreed een hot topic en de politiek riep om antwoorden op nieuwe maatschappelijke vragen. Onder leiding van criminologen Henk van de Bunt en René van Swaaningen en in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam en Universiteit Leiden werd de stap gezet naar een zelfstandige opleiding. Het succes van de opleiding overtrof alle verwachtingen, met snel groeiende studentenaantallen en een numerus fixus tot gevolg. Onze faculteit ontwikkelde in de loop der jaren een karakteristiek empirisch profiel met een focus op jeugd, cultuur en georganiseerde criminaliteit. Al deze ontwikkelingen hebben geleid tot het prachtige IMARC programma (International Master’s in Advanced Research in Criminology) dat in 2019 is opgericht.
Bronnen: boek Erasmus School of Law en haar voorgangers, input René van Swaaningen & Delpher
Een nieuwe koers in het onderwijs
2012
Na het observeren van een innovatief onderwijsmodel bij de Law School van York University (Verenigd Koninkrijk) en het succes van de Rotterdamse psychologie-opleiding met een vergelijkbaar systeem, luidde Erasmus School of Law in 2012 een nieuw tijdperk in: het Erasmus Law College (ELC). De traditionele collegezalen werden deels verruild voor kleinschalige onderwijsgroepen, waar studenten onder leiding van een tutor uitgedaagd werden om probleemgestuurd te leren, ofwel zelfstandig met literatuur en casuïstiek aan de slag te gaan. Onder het motto van active academic learning omarmde men de overtuiging dat kennis niet (alleen) klassikaal wordt overgedragen, maar actief wordt verworven als studenten de handen uit de mouwen steken. Naast de onderwijsgroepen volgden studenten hoorcolleges en practica, waarin aan juridische vaardigheden gewerkt werd, om zo de studenten voor te bereiden op de beroepspraktijk. Recht zo die gaat: het nieuwe systeem trok al snel na zijn intrede de aandacht van studenten uit alle hoeken van het land.
Bronnen: boek Erasmus School of Law en haar voorgangers, interne stukken ELC, online EUR-bestand met info PGL
Erasmus Graduate School of Law: front runner in Nederland
2012
Met de oprichting van Erasmus Graduate School of Law (EGSL) in 2012 was het beeld van de promovendus die eenzaam aan het proefschrift werkt voltooid verleden tijd. EGSL brengt promovendi bij elkaar en biedt een onderwijsprogramma om hen te helpen in hun promotietraject. Met name het eerste jaar worden ze intensief begeleid. Voor buitenpromovendi en parttimers is een digital educational programme opgezet. De promovendi kunnen bij EGSL terecht voor support én ontmoeten elkaar regelmatig. Er is veel aandacht voor het persoonlijk welbevinden van de promovendi, die uit alle delen van de wereld komen. Het resultaat: kwalitatief sterke proefschriften, die zelfs in de prijzen vallen.
De promovendi houden hun bevindingen niet binnenskamers. Aan het eind van het eerste jaar presenteren zij de resultaten op de Review Day. Het succes is de beoordelende research assessmentcommittees niet ontgaan. In officiële evaluaties is EGSL als best practice aangeduid en zelfs als one of the front runner graduate schools of law in the Netherlands.
Een nieuw credo
2013
De rechtswetenschap staat niet op zichzelf. Zij is tot in haar haarvaten verweven met haar omgeving. Deze symbiose tussen de wetenschap en de praktijk is in de loop der jaren de ziel van Erasmus School of Law gaan vormen en begon vorige eeuw al bij de ideeën van founding father Piet Sanders. Als onderdeel van de Nederlandse Economische Hogeschool had de faculteit van meet af aan een sterke economische inslag. Sanders voorzag dat het recht niet in een vacuüm beschouwd kan worden: het zijn de economische en sociale context die de wet betekenis geven. Hij moedigde studenten aan om na te denken over deze contexten en de bredere maatschappelijke implicaties van het recht.
Op basis van dit gedachtegoed en met de nieuwe faculteitsnaam ‘Erasmus School of Law’ werd in 2013 het motto Where Law Meets Business in het leven geroepen, een motto dat eigenlijk al vanaf dag één de kurk vormde waarop de zaak drijft.
Bronnen: website Erasmus School of Law & video Arnoud Houweling.

De Academie van de Toekomst
2018
Het totaalproject luisterde naar de naam De Academie van de Toekomst. De elementen: eigentijds onderwijs, een holistische visie op onderzoek en een nieuwe thuishaven. Ons aloude L-gebouw – de minimalistische benaming had inmiddels plaatsgemaakt voor Sanders Building – kreeg in 2013-2015 een volledig nieuwe dimensie. Onder leiding van decaan Suzan Stoter ontstond de schets van een transparante faculteit die uitnodigt tot samenwerking.
Het was de vermaarde architect Jo Coenen die de transformatie vormgaf van het door zijn leermeester Wim Quist ontworpen gebouw. Terwijl medewerkers en studenten elders op de campus werden ondergebracht, boorden en timmerden bouwvakkers aan de Sanders Building. Hans Franssen ontwierp het kleurrijke interieur, terzijde gestaan door beeldend kunstenaar Ilja Walraven en hoogleraar Helen Stout. In 2018 hadden alle collega’s van de faculteit hun plek hervonden in het vernieuwde Sanders Building.

