Immuunsystemen
Gijs van Oenen reflecteert op de huidige crisis

Immuunsystemen

Dr. G.H. van Oenen

Immuunsystemen

In een crisis radicaliseren de dingen. Normaal zit ik veel achter schermen, en speelt het echte leven zich af op straat. Dezer dagen, in de crisis, zie ik zowat alleen nog maar scherm. Ik leef in een soort symbiose met mijn MacBook Air – en natuurlijk met alle ICT die erachter schuilt – terwijl op straat het leven wordt gechoreografeerd door virusvermijding. De altijd al presente tegenstelling tussen virtuele en echte wereld radicaliseert, naar beide kanten. Terwijl we vrezen voor de fysieke wereld, dromen we nieuwe dromen van virtuele werelden: Pantopto! Teams! Zoom! Canvas! Hoe beperkter de bewegingsvrijheid in de echte wereld, hoe weidser de panorama’s in cyberspace zich ontwikkelen. De echte wereld stopt, de virtuele wereld ontwikkelt zich met warp speed.

            Dit moet een historisch nieuwe ervaring zijn. Bij eerdere nood en ontij kon, moest, je je eigen leven inkrimpen, maar kon je niet compensatoir virtueel expanderen. Nu kan dat wel en ondergaan we de eerste wet van de nieuwe cyberdynamica: wat je verliest aan werkelijkheid, win je aan virtualiteit. (Eigenlijk is dit natuurlijk de eerste wet van de media.) Waar we niet meer op straat kunnen spelen, kunnen we eindeloos online recombineren. Of onbegrensd verzamelen, sturen, weggeven, opslaan, doorgeven – online is er geen schaarste, en worden we niet geplaagd door de hamsterschaamte uit de echte wereld.

            Die online wereld is een ambigue dubbelgreep van nuttige arbeid verrichten en de zinnen verzetten. Alles moet doorgaan! Als het even kan, nog beter dan in het echt. Zoals met het virtuele onderwijs. Voelt allemaal heel productief en zinvol. Tegelijk is het een afweer tegen de gewone wereld, die we virtueel lijken te kunnen bezweren. Zo bezien is de virtuele wereld een nieuw immuunsysteem van de mens, een onderdeel van de anthropotechniek.

            Maar ook oude immuunsystemen blijven actief. Af en toe verwissel ik mijn MacBook voor mijn Steingraeber vleugel en komt er niet Benjamin uit mijn vingers maar Bach. Daar zit een zeker menselijk, of laat ik zeggen burgerlijk, bezweringsgeloof in, een geloof dat de wereld beter wordt. Hetzelfde geloof dat ik zag in de VPRO-serie The mind of the universe, een jaar of drie geleden op TV, en nu nog op internet. Langs marcheerden mad scientists, supergenetici en zelfs iemand die een ‘chemical Google’ ambieerde: moleculaire recombinatie, van alles - at your service. Stel je voor. Maar gelukkig was daar presentor Robbert Dijkgraaf, vanuit zijn Princeton-huiskamer gezeten achter zijn C.Bechstein vleugel, met buste van Beethoven.

            Op straat bestrijden we het virus met wetenschap, op RIVM-gezag. In cyberspace dromen we onze immuniteit. En achter de vleugel bezweren we de chaos.

Gijs van Oenen

Erasmus School of Philosophy