Wat werkt voor LHBTQIA+ jongeren in de sport? Drie concrete inzichten
Veel sportorganisaties willen inclusiever worden, maar weten niet altijd waar te beginnen. Het Move & Mingle Living Lab biedt praktijkkennis: wat werkt, wat niet en waarom.
Voor LHBTQIA+ jongeren is deelname aan georganiseerde sport verre van vanzelfsprekend. Binaire teamindelingen, onveilige kleedkamers en een gebrek aan herkenning vormen structurele drempels. Move & Mingle is een initiatief van Stichting All-in, de KNHB en Lifting Lion dat deze drempels concreet onderzoekt, als officieel onderdeel van het OSE-Project en één van de Living Labs van de KNHB.
De eerste editie vond plaats in Rotterdam. De resultaten zijn direct bruikbaar voor sportorganisaties, bonden, gemeenten en professionals op het gebied van sociale veiligheid.
De wetenschappelijke context
De drempels die deze doelgroep ervaart zijn stevig gedocumenteerd. Uit recent Australisch onderzoek blijkt dat het aandeel LHBTQIA+-jongeren dat deelneemt aan competitieve sport is gedaald van 47% in 2019–2022 naar slechts 33% in 2023 – een alarmerende achteruitgang. In Nederland geeft meer dan de helft van de LHBTQIA+-jongeren aan zich onveilig te voelen op school en bijna 70% ervaart discriminatie of pesterijen. Ruim 40% durft niet uit de kast te komen bij de sportclub.
De pilot: klein van schaal, groot van betekenis
De drempel voor deelname bleek zeer hoog. De eerste pilot telde 43 deelnemers, een keuze die zorgde voor veiligheid en vertrouwen. Opvallend was de brede diversiteit binnen de groep:
- 60% van de jongeren was neurodivergent (bijvoorbeeld autisme of ADHD).
- Het overgrote deel identificeerde zich als transgender of non-binair.
- De groep kende een grote religieuze diversiteit.
Juist door de kleinschaligheid konden jongeren die in het dagelijks leven nog niet openlijk uit de kast zijn, in alle anonimiteit meedoen. Dat is een uitkomst op zichzelf.
Wat maakte het aantal neurodivergente deelnemers zo hoog?
Het hoge percentage neurodivergente deelnemers (60%) lijkt op het eerste oog misschien verrassend, maar sluit nauw aan bij het bredere wetenschappelijke beeld. Uit grootschalig onderzoek blijkt dat neurodivergente individuen, met name mensen met autisme of ADHD, significant vaker deel uitmaken van de LHBTQIA+-gemeenschap dan de algemene bevolking.
- Een studie van de Universiteit van Cambridge toonde aan dat genderdiverse individuen drie tot zes keer vaker autistisch zijn in vergelijking met cisgender personen
- Naar schatting 30–70% van neurodivergente personen identificeert zich als onderdeel van de LHBTQIA+ gemeenschap, tegenover 7–8% in de algemene bevolking
Dit benadrukt de noodzaak van initiatieven die beide dimensies van identiteit gelijktijdig erkennen en ondersteunen, precies wat Move & Mingle beoogt.
Drie inzichten voor de sportpraktijk:
1. Sociale veiligheid komt voor de sport
Voor deze doelgroep is acceptatie de voorwaarde om überhaupt te bewegen. Prestatie- en competitiegericht aanbod werkt averechts. Wat wél werkt: activiteiten die beweging koppelen aan zelfexpressie en identiteit.
Hoe zag dat eruit in de praktijk: De sportclinic Vogueing scoorde het hoogst in waardering, omdat het beweging, expressie en het opbouwen van veerkracht combineert. De workshop Sportkleding & Identiteit (met ontwerper Bent Lochtenberg) liet jongeren zelf kleding ontwerpen. Hun werk is nu een reizende mode-installatie die sportclubs kunnen inzetten om het gesprek over kledingvoorschriften te openen.
2. Neuroinclusiviteit is een randvoorwaarde
Uit de ervaringen van de neurodivergente deelnemers (60%) bleek dat de sportwereld hier structureel tekortschiet. Aanpassingen als een prikkelvrije ruimte, de vrijheid om te kijken zonder verplicht mee te doen, en actieve acceptatie van hulpmiddelen (zoals noise-cancelling koptelefoons) zijn voor deze groep geen extra’s maar basisvoorwaarden.
Bovendien blijkt dat jongeren op deze intersectie extra risico lopen op gevoelens van eenzaamheid, isolatie en uitsluiting. Recent Amerikaans onderzoek (Universiteit van Minnesota, 2024) bevestigt dat jongeren met meerdere gemarginaliseerde identiteiten de laagste sportdeelname hebben, soms slechts 8–17%, en dat interventies gericht op één identiteit deze jongeren onvoldoende bereiken.
Een neuro-inclusieve aanpak is dus niet alleen pedagogisch verantwoord, maar ook wetenschappelijk onderbouwd als noodzakelijke voorwaarde voor effectieve inclusie.
3. Vertrouwen bouw je lokaal
Hoewel de online campagnes tienduizenden jongeren bereikten, kwamen de daadwerkelijke aanmeldingen (90%) voort uit intensieve, persoonlijke en directe benadering op scholen. Vertrouwen opbouwen bij een kwetsbare doelgroep kost tijd en vraagt om nauwe samenwerking met vertrouwde partners in het onderwijs en welzijnswerk.
Dit bevestigt wat onderzoek al langer aantoont: voor LHBTQIA+ jongeren zijn formele outreachkanalen minder effectief dan bestaande vertrouwensrelaties. Persoonlijk contact via vertrouwde volwassenen en peers, en niet digitale campagnes, vormt de werkelijke toegangspoort.
De behoefte is er, en is meetbaar
- 450+ Berichten in de WhatsApp-groep binnen 24 uur na afloop
- 90% Van de aanmeldingen via persoonlijk contact op scholen
- 2 Nieuwe edities gepland in het najaar van 2026: Nijmegen en Rotterdam
De enorme activiteit in de onderlinge groepsapp na afloop onderstreept iets essentieels: deze jongeren zoeken gemeenschap. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat LHBTQIA+ jongeren die zich veilig en begrepen voelen in ten minste één gemeenschapsruimte, fysiek óf online, een 20% lagere kans hebben op een suïcidepoging. Veilige ontmoetingsplekken zijn dan ook geen nice-to-have, maar een reële en levensreddende behoefte die momenteel onvoldoende wordt ingevuld.
Sluiten jullie aan?
Sportorganisaties, verenigingen of expertorganisaties met affiniteit met deze doelgroep zijn van harte welkom om bij te dragen aan dit initiatief of de uitnodigingen voor toekomstige edities te verspreiden. Neem contact op met Thijs de Greeff of Beau de Leeuw voor meer informatie en samenwerkingsmogelijkheden.
