In een interview met Ivana Ivkovic in Filosofie Magazine (29 juli 2026) buigt Yuk Hui zich over een vraag die zowel actueel als eeuwenoud is: wat voor soort machine is kunstmatige intelligentie eigenlijk, en wat kan zij werkelijk kennen en beoordelen? Hui, hoogleraar filosofie aan de Erasmus School of Philosophy, gebruikt daarvoor een onverwachte gids: de achttiende-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant. In zijn nieuwe boek Kant machine (2026) onderzoekt hij hoe Kants denken licht werpt op de grenzen van AI.
Een centraal punt van kritiek betreft de aanname dat grotere datasets vanzelf tot intelligentere, kennende machines leiden. Hui bestrijdt dit met een verwijzing naar het verhaal 'Funes de allesonthouder' van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges, over een man die niets kan vergeten en juist daardoor niet meer kan generaliseren of begrijpen. Wie alles onthoudt, verliest het vermogen om afstand te nemen — en dus om te weten.
Voor zijn analyse grijpt Hui terug op Kants onderscheid tussen het mechanische en het organische: een uurwerk valt stil zodra er één tandwiel ontbreekt, terwijl een organisme zich herstelt — zoals een spin die na het verliezen van twee poten haar evenwicht hervindt en verder loopt. Die tegenstelling, stelt Hui, is door de cybernetica van Norbert Wiener (1948) vervaagd: machines die via feedback zichzelf bijsturen, gaan zich steeds organischer gedragen. Maar organisch worden betekent voor Hui niet menselijk worden: 'Ze zullen geen vlees en bloed krijgen. Dat zou eerder een beperking voor ze zijn dan een meerwaarde.'
Die vaststelling is volgens Hui geen reden tot geruststelling. Hij verwijst naar een rede van Henri Bergson uit 1914, waarin deze beschreef hoe Duitsland van een land van poëzie veranderde in een land van machines — een groei die niet gepaard ging met innerlijke rijping, en die uiteindelijk omsloeg in oorlog. Hui ziet een parallel met vandaag: in 2017 versnelden zowel Silicon Valley als China hun AI-ambities, en sprak Poetin de woorden dat wie AI beheerst, de wereld beheerst. Voor Hui is dat precies het soort hoogmoed waar Bergson voor waarschuwde.
Ten slotte zet Hui vraagtekens bij het gangbare alignment-debat, dat zich richt op de vraag hoe AI zich aan menselijke normen kan houden. Voor Hui is dat de verkeerde vraag: normen verschillen tussen culturen en zelfs binnen één land, en morele autonomie in Kantiaanse zin — jezelf wetten opleggen op grond van de rede — is voor een machine per definitie onbereikbaar. Een machine volgt altijd regels die een ander haar oplegt. Het oordelen kunnen we dus niet uitbesteden, stelt Hui: niet aan wapensystemen die doelen selecteren, en evenmin aan chatbots die ons naar de mond praten.
Lees het volledige interview van Ivana Ivkovic met Yuk Hui in Filosofie Magazine.
- Meer informatie
Voor vragen of meer informatie, neem contact op met onze persvoorlichter Eddie Adelmund (adelmund@esphil.eur.nl)
- Gerelateerde content
