Wat als onze verkiezingen structureel niet doen wat we denken dat ze doen?

Stefan Wintein en Harry de Swart onderzoeken de verborgen logica van stemmen en eerlijk verdelen in nieuwe publicatie

De politieke actualiteit staat bol van vragen over representatie. Verkiezingsuitslagen leiden tot langdurige formaties, kiezers stemmen strategisch en toch groeit het gevoel dat niemand echt wordt vertegenwoordigd. Vaak gaat het debat over wie er moet regeren. Zelden gaat het over een fundamentelere kwestie: of de manier waarop we collectieve keuzes maken wel zo eerlijk en rationeel is als we aannemen. 

In Elections and Fair Division onderzoeken emeritus-hoogleraar logica Harrie de Swart en universitair docent filosofie Stefan Wintein die vraag vanuit de sociale keuzetheorie: een interdisciplinair vakgebied waarin wiskunde, filosofie, economie en politicologie samenkomen. Hun centrale boodschap is even eenvoudig als ongemakkelijk: veel problemen die we ervaren in democratische besluitvorming zijn geen incidenten of ontsporingen, maar het gevolg van hoe onze systemen zijn ontworpen. 

Het eerste deel van het boek richt zich op verkiezingen. Aan de hand van bekende en minder bekende stemsystemen laten de auteurs zien dat geen enkel systeem probleemloos is. Methoden die intuïtief eerlijk lijken, kunnen uitkomsten opleveren die haaks staan op de gezamenlijke voorkeuren van kiezers. Soms wint een kandidaat die door een meerderheid minder wordt gewaardeerd dan alternatieven; soms leidt dezelfde stemverdeling in verschillende landen tot totaal andere politieke verhoudingen. 

De Swart bespreekt deze spanningen aan de hand van klassieke resultaten uit de sociale keuzetheorie, zoals de onmogelijkheidstheorema’s van Arrow en Gibbard-Satterthwaite. Tegelijkertijd laat hij zien dat deze resultaten geen abstracte curiositeiten zijn, maar direct raken aan hedendaagse democratieën. Het boek verkent daarom ook alternatieve manieren van stemmen, waaronder Majority Judgment, een systeem waarin kiezers kandidaten beoordelen in plaats van rangschikken. Niet als wondermiddel, maar als illustratie van hoe andere institutionele keuzes andere politieke uitkomsten mogelijk maken. 

Het tweede deel van het boek verschuift de aandacht van stemmen naar verdelen. Stefan Wintein onderzoekt situaties waarin meerdere partijen aanspraak maken op schaarse middelen: faillissementen, erfenissen, zetelverdeling of andere vormen van allocatie. In plaats van voorkeuren staan hier claims centraal. De leidende gedachte is dat eerlijkheid niet draait om gelijkheid, maar om proportionaliteit: claims moeten worden ingewilligd naar rato van hun sterkte. 

Die gedachte wordt uitgewerkt met behulp van formele modellen uit de economische theorie, maar ook door verrassende verbindingen te leggen met oudere verdelingsregels, waaronder de zogeheten Talmud-regel. Het boek laat zien dat zulke regels, ondanks hun leeftijd, nog steeds inzicht bieden in hedendaagse vragen over rechtvaardigheid en verdeling. 

Wat beide delen verbindt, is het inzicht dat collectieve besluitvorming geen natuurverschijnsel is. Verkiezings- en verdelingssystemen zijn menselijke constructies, met ontwerpkeuzes die voorspelbare consequenties hebben. Wie die keuzes expliciet maakt, kan ook gerichter nadenken over alternatieven — zonder de illusie dat perfecte systemen bestaan. 

Aan Stefan Wintein vroegen we over zijn deel van het boek: het idee dat eerlijkheid vraagt om het proportioneel honoreren van claims staat centraal in jouw bijdrage. Hoe helpt dit perspectief ons om breder na te denken over de manier waarop samenlevingen vandaag beslissingen nemen — niet alleen over verdeling, maar ook over politieke macht en collectieve keuzes?

Het proportionele-claims idee helpt ons allereerst om breder na te over hoe schaarse goederen en middelen verdeeld zouden moeten worden. Mijn onderzoek is hiermee normatief van aard en bevindt zich op het snijvlak van de normatieve economie en de morele filosofie. De bekendste theorie over het verdelen van schaarse goederen die door zowel (normatief) economen als (moreel) filosofen is bestudeerd is ongetwijfeld het utilitarisme. Het centrale idee van het utilitarisme is dat goederen verdeeld moeten worden op die manier die de totale som van het individueel welzijn maximaliseert.  Meer in het algemeen worden in de normatieve economie theorieën bestudeerd die normatieve criteria opstellen voor het verdelen van goederen die, uiteindelijk, gedefinieerd zijn in termen van verdelingen van welzijn: het welzijn moet gelijk verdeeld worden, het welzijn van degene die het slechts af is moet worden gemaximaliseerd, etc. Het proportionele-claims idee is dus radicaal anders dan het dominante idee in de normatieve economie: het gaat allereerst om claims en niet om welzijn. Iemands welzijn is grofweg een maatstaf voor hoe goed het met iemand gaat. Terwijl iemand alleen een claim heeft als we hem iets verschuldigd zijn. Het verdelen van goederen op basis van het proportionele-claims idee is hiermee deontologisch van aard, in tegenstelling tot de consequentialistischetheorieën van de normatieve economie. 

Het utilitarisme is, in de morele filosofie, onder andere bekritiseerd omdat ze geen rekening houdt met eerlijkheid. Maar wat is dat eigenlijk, eerlijkheid? In de normatieve economie wordt eerlijkheid vaak begrepen als no-envy: een verdeling van goederen is envy-free als niemand het deel van een ander prefereertboven het zijne. Eerlijkheid wordt hier dus begrepen in termen van preferenties en niet in termen van claims.  Ik ben het eens met o.a.  Nicholas Rescher dat een dergelijke notie van eerlijkheid slechts in beperkte (filosofisch) mate relevant is.  

Het proportionele-claims idee, dat ik ontleen aan John Broome en Rescher, kan gebruikt worden om een theorie over eerlijkheid te ontwikkelen.  Zo’n theorie moet niet alleen conceptueel (“filosofisch”) adequaat zijn, maar ons ook vertellen hoe proportionele-claims idee in diverse situaties geïmplementeerd moet worden. In mijn onderzoek breid ik het proportionele-claims idee uit, scherp ik het aan en maak ik het preciezer door het te confronteren met diverse situaties waarin eerlijk verdelen van belang (zetels in het parlement, de liquidatiewaarde na een faillissement, gezamenlijk geproduceerde opbrengsten, etc.). Meer in het bijzonder confronteer ik het idee met diverse modellen die geschikt blijken om dergelijke situaties te representeren. Het boek gaat met name over die modellen. Het inleidende hoofdstuk 7 schets het proportionele-claims idee en legt uit dat verder hoofdstukken modellen bespreken waarmee (verfijningen van) het proportionele-claims idee geïmplementeerd kunnen worden. Het boek beschrijft methoden en technieken die noodzakelijk zijn voor het formuleren van een adequate theorie over eerlijkheid.  Ik maak ook gebruik van deze methoden en technieken in diverse papers over eerlijkheid die ik gepubliceerd heb en waaraan ik werk (soms samen met collega’s Conrad Heilmann en Frederik Van De Putte). Het boek zelf geeft geen antwoord op vragen zoals: wanneer heeft iemand precies een claim op wat? Hoe verhoudt eerlijkheid zich tot andere, al dan niet morele, noties die een rol spelen bij het verdelen van goederen? Een uiteindelijke theorie over eerlijkheid, welke ik in toekomstig onderzoek hoop te ontwikkelen, moet dergelijke vragen ook kunnen beantwoorden. Dan zal ook de reikwijdte van de theorie duidelijk worden: is ze alleen van toepassing op meer lokale situaties zoals hierboven genoemd. Of biedt ze daarnaast ook handvaten voor het op eerlijke wijze inrichten van een samenleving als zodanig? Mijn vermoeden is dat dit inderdaad zo is. Maar om dat vermoeden kracht bij te zetten is er nog veel werk aan de winkel. 

Dr. Stefan Wintein 

Stefan Wintein is universitair docent aan de Erasmus School of Philosophy (ESPhil) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is tevens werkzaam bij het Erasmus Institute for Philosophy and Economics (EIPE). Wintein begon zijn academische loopbaan als promovendus in de logica onder begeleiding van prof. dr. Harrie de Swart aan Tilburg University. Zijn onderzoek is in de loop der jaren verschoven van filosofische logica naar de filosofische en wiskundige grondslagen van normatieve economie. In zijn huidige werk en onderwijs richt hij zich specifiek op theorieën van eerlijkheid (fairness), sociale keuzetheorie en verdeelvraagstukken. 

Prof. dr. Harrie de Swart 

Harrie de Swart is emeritus-hoogleraar Logica en Taalanalyse aan Tilburg University en Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft een lange en invloedrijke staat van dienst in de sociale keuzetheorie, een vakgebied waarin wiskunde, logica, economie en politicologie samenkomen. Hij was een van de pioniers die dit vakgebied in Nederland op de kaart zette en organiseerde jarenlang colloquia die internationale topwetenschappers naar Nederland trokken. Na zijn emeritaat bleef hij actief in het onderwijs; van 2010 tot 2019 doceerde hij, samen met Stefan Wintein, het mastervak Social Choice Theory aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is auteur van diverse boeken over logica, verkiezingen en democratische systemen. 

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen