Social Distancing

Prof. dr. R.B.J.M. Welten

Vanaf het moment dat deze uitdrukking in verband met de coronacrisis werd gebruikt heb ik me het hoofd gebroken over de paradox van ‘social distancing’. Nabijheid op afstand, of zoiets? Ik bedoel even niet de praktische richtlijnen waar de term op doelt, maar de onoplosbare gespletenheid die de term impliceert. Er zijn geen lange citaten van Freud of Lacan voor nodig om te zien dat ze tot neuroses leidt.  Zo bezien weerspiegelt de term de traumatische situaties die we de laatste periode hebben gezien, zoals die van mensen in verzorgingstehuizen die hun kleinkinderen niet meer mochten zien, behalve dan achter een ruit, tot aan mensen die afscheiden hebben moeten nemen van hun naasten zonder afscheid te kunnen nemen.  En toch wil ik het even niet hebben over de onmiskenbare psychische problematiek die de coronacrisis achter zich aan sleept.  Bij ‘Social Distancing’ moet ik steeds denken aan de eerste pagina’s van Elias Canetti’s Massa en Macht,  waarin hij de paradox die inherent is aan de menselijke massa beschrijft. Een massa is niet in eerste instantie een grote groep mensen die een verwantschap hebben, iets delen, of gebroederlijk bijeenkomen.  Voor Canneti ontstaat de mensenmassa precies omdat mensen een grote vrees hebben elkaar aan te raken. De aanraking draagt altijd iets van een grijpen in zich, die we ervaren wanneer iemand ons niettemin goedbedoeld onverwachts aanraakt. De ander is dreiging, de ander grijpt, de ander is besmettelijk of in elk geval in eerste instantie een bedreiging voor mijn bestaan. Sinds de verlichting zijn we gaan denken dat mensen deze dierlijke drift door een goed gebruik van de Rede hebben weten te overwinnen. Een ‘intelligente lockdown’ is een uitvinding van verlichtingsdenkers. Goed nadenken en dan handelen.  Niet volgens Canetti. De massa is niet het tegendeel van deze smet- en aanrakingsvrees, maar de uiterste vorm ervan.  Alleen in de massa, aldus Canneti, kan de mens van zijn aanrakingsvrees worden verlost. Het is de enige situatie waarin deze vrees in haar tegendeel omslaat. Een massa neemt de aanraking weg, omdat mensen (lichamelijk of geestelijk)  op elkaar worden gedrukt; zodra men zich aan de massa heeft overgegeven verdwijnt de vrees voor de aanraking. Daarom willen mensen niets liever dan opeengedrukt zijn, precies omdat alleen dan de angst voor de ander verdwijnt. De mens ervaart zich dan als een organische massa. En daar moest ik dus aan denken toen de merkwaardige term ‘social distancing’ als een officieel decreet over het volk werd uitgestrooid. De paradox die de term herbergt, heeft weinig te maken met een ‘intelligente lockdown’, maar met aanrakings- of besmettings vrees, zonder welke de massa niet kan ontstaan.