Academisch erfgoed verrijkt met bronzen beeltenis van Johan Witteveen

Academisch erfgoed verrijkt met bronzen beeltenis van Johan

Ter ere van het honderdjarig bestaan van de Erasmus Universiteit Rotterdam vond op donderdag 6 maart jl. de onthulling plaats van een bronzen beeltenis van prof. dr. H.J. (Johan) Witteveen. Het beeld, een geschenk van zoon Raoul, werd vervaardigd door de beroemde beeldhouwer en mode-illustrator Constance Wibaut. Wibaut overleed eind januari na een kort ziekbed op 93-jarige leeftijd. Wel was zij nog in staat geweest om de huidige locatie van het beeld zorgvuldig uit te kiezen.

Het beeld heeft een passende plaats gekregen naast de wand met hoogleraarportretten bij de Senaatszaal van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Rector magnificus prof.dr. Huibert Pols nam vanuit zijn functie als voorzitter van de Stichting Universitair Historisch Kabinet (SUHK) het geschenk in ontvangst. De bronzen beeltenis van Witteveen maakt nu deel uit van de collectie Academisch Erfgoed, beheerd door de SUHK.

Over Johan Witteveen

Johan Witteveen (1921) begon in 1939 als student aan de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH), een van de rechtsvoorgangers van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij promoveerde in 1947 cum laude bij prof.dr. Jan Tinbergen. Vanwege Witteveens belangstelling voor econometrie en voor economische politiek nodigde Tinbergen hem na de bevrijding van Nederland uit om mee te werken aan de opbouw van het Centraal Planbureau. In 1947 promoveerde Witteveen bij Tinbergen op een proefschrift over loonhoogte en werkgelegenheid. Het jaar daarop volgde zijn benoeming tot hoogleraar. Witteveen was toen 27 jaar. Van 1958 tot 1963 was hij namens de VVD lid van de Eerste Kamer. De verkiezingen van 1963 brachten hem voor een maand in de Tweede Kamer. Witteveen verruilde in 1963 de NEH voor de ministerspost Financiën in het kabinet-Marijnen. Na de val van dit kabinet keerde hij tot 1967 terug in de Tweede Kamer. Van 1967 tot 1971 was hij opnieuw minister van Financiën, nu in het kabinet-De Jong. Een belangrijke internationale functie vervulde Witteveen in de periode van 1973-1978 als voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington.

In 2011 schreef Witteveen op negentigjarige leeftijd nog een voorstel dat werd gepubliceerd in de Financial Times. Hierin pleitte hij voor een grotere rol van het IMF in het bestrijden van de crisis. De landen met balansoverschotten – in het bijzonder de opkomende economieën – zouden een deel daarvan heel goed kunnen lenen aan het fonds, dat het vervolgens kon gebruiken om landen in moeilijkheden mee te helpen. Dat was namelijk precies waarvoor het IMF in 1944 is opgericht. Het voorstel van Witteveen was volgens velen simpel en haalbaar. Witteveen werd in datzelfde jaar nog uitgenodigd door het huidige hoofd van het IMF, Christine Lagarde. Witteveen bewaart prettige herinneringen aan dat bezoek, ondanks dat zijn voorstel niet tot uitvoer werd gebracht. In een interview met Elsevier (28 juli 2012, nummer 30) zei hij hierover: ‘Die opkomende landen stonden klaar om geld te geven. Maar de Amerikanen weten dat dan de quota moeten worden aangepast, en als sommige landen meer krijgen, moeten andere quota omlaag. De aanpassing aan de quota, dat is het kritieke politieke punt. Iedereen ziet dat dit nodig is. Het is van het grootste belang voor het monetaire systeem van de wereld dat die geweldig groeiende landen stevig worden verankerd in het IMF. Amerika is bang dat het macht zal verliezen.’

Meer informatie

 

Johan Witteveen samen met de huidige directeur van het Centraal Planbureau, Laura van Geest.

 

Zoon Raoul (l) en Johan Witteveen (m) dragen het beeld officieel over aan Huibert Pols (r), voorzitter van de Stichting Universitair Historisch Kabinet.