De overvolle kroeg van de wetenschap: is wie je kent belangrijker dan wat je publiceert?

Twintig jaar na de start van een academische loopbaan is het citatievoordeel dat samenhangt met een vroege samenwerking met een zeer centraal gepositioneerde wetenschapper ongeveer twee keer zo groot als het voordeel van een vroege publicatie van topkwaliteit,’ zegt Stefan Stremersch, hoogleraar Marketing van Erasmus School of Economics. Zijn nieuwe onderzoek, samen met zijn Rotterdamse collega Nuno Camacho, en Radek Karpienko (WU Vienna University of Economics and Business) bestudeert hoe wetenschappers academische autoriteit opbouwen en welke invloed dit heeft op het vakgebied waarin zij werken. 

De studie, getiteld “The Social Path to Prominence: Untangling the Role of Social and Universalist Authority in the Diffusion of Scientific Recognition”, onderscheidt twee routes naar academische erkenning: universalistische autoriteit, die wordt opgebouwd door te publiceren in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften, en sociale autoriteit, die ontstaat door samenwerking en positionering binnen het professionele netwerk van een wetenschapper. De onderzoekers wilden vaststellen welke van deze twee routes toekomstige citaties het sterkst voorspelt en hoe beide gedurende een academische loopbaan op elkaar inwerken. 

De onderzoekers stuiten daarbij op een ongemakkelijke waarheid. Hoewel het opbouwen van sociale autoriteit sterke positieve effecten heeft voor de individuele wetenschapper, kan het leiden tot desastreuze, zogenoemde ‘getto-effecten’ voor wetenschapsgebieden. In lijn met eerder onderzoek van Stremersch stelt hij: ‘Deze studie laat opnieuw zien dat citaties op zijn best een frivole en op zijn slechtst een ongeschikte en perverse maatstaf zijn om wetenschappers op te beoordelen en te stimuleren.’ 

Sociale autoriteit heeft meer invloed op het aantal citaties dan universalistische autoriteit 

De resultaten laten zien dat citaties sterker samenhangen met het opbouwen van sociale autoriteit dan met publiceren in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften. Samenwerking aan het begin van een academische loopbaan met een zeer centraal gepositioneerde en goed verbonden wetenschapper hangt samen met een groter langetermijnvoordeel in citaties dan een vroege publicatie in een toonaangevend tijdschrift. 

Sociale autoriteit staat echter niet op zichzelf. De onderzoekers constateren ook dat sociale autoriteit een positief effect heeft op de latere universalistische autoriteit van wetenschappers. Dat betekent dat goede verbindingen binnen het academische netwerk indirect ook kunnen bijdragen aan toegang tot toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften in een later stadium van de loopbaan. 

‘Citaties zijn een slechte maatstaf’ 

Samengevat laten de bevindingen zien dat citaties, als men de positie van een wetenschapper wil beoordelen, volgens Stremersch ‘een ongeschikte, zo niet perverse maatstaf’ zijn. ‘Ik heb eerder in IJRM (International Journal of Research in Marketing) aangetoond dat in meer dan twee derde van alle gevallen nauwelijks valt te verklaren waarom een citerend artikel een eerder artikel daadwerkelijk citeert. Deze studie, evenals een eerder onderzoek dat ik publiceerde in het Journal of Marketing, laat Matthew-effecten zien in citatiepatronen: mensen worden geciteerd omdat ze eerder al werden geciteerd en omdat ze sociaal goed verbonden zijn, en niet omdat het betreffende artikel daadwerkelijk van hoge kwaliteit is. Daarom waarschuwde ik in een van mijn artikelen in het Journal of Marketing universiteiten ervoor om het totale aantal citaties van een wetenschapper als beoordelingsmaatstaf te gebruiken. Daar valt gemakkelijk mee te manipuleren en het leidt tot perverse prikkels voor wetenschappers. Helaas is de eenvoudigste manier om als wetenschapper een hoge citatiescore op te bouwen: de kwaliteit verlagen en de kwantiteit verhogen!’ 

Het nadeel: ‘getto-effecten’ 

Het onderzoek identificeert ook een problematisch gevolg van deze dynamiek. Het opbouwen van sociale autoriteit hangt samen met wat de onderzoekers ‘getto-effecten’ noemen: een afname van de gezamenlijke wetenschappelijke impact van een vakgebied. Dit risico is vooral groot wanneer wetenschappers weinig samenwerken met collega’s uit andere onderzoeksgebieden. Hun netwerken en citaties concentreren zich dan binnen een beperkte, zichzelf versterkende kring, waarin een dynamiek ontstaat van “jij citeert mij, ik citeer jou”. 

Stremersch vat de onderliggende zorg als volgt samen: ‘De wetenschap begint dan op een kroeg te lijken: we praten met de mensen die we kennen, citeren de mensen die we kennen, werken samen met de mensen die we kennen en horen steeds meer onszelf.’ Hij merkt op dat sociaal goed verbonden zijn veel sterker samenhangt met het aantal citaties dan publiceren in toptijdschriften. Hij voegt daaraan toe: ‘Wanneer hele onderzoeksgebieden worden gedomineerd door dergelijke sociale autoriteit, vooral wanneer wetenschappers voornamelijk verbinding zoeken met anderen binnen hun eigen vakgebied, neemt de gezamenlijke impact van het vakgebied af.’ 

Uit het onderzoek blijkt verder dat wetenschappers minder inspanningen gaan leveren om autoriteit op te bouwen zodra ze veel worden geciteerd. Dit suggereert dat de drang om het eigen netwerk of publicatierecord verder uit te breiden afneemt zodra een bepaald niveau van erkenning is bereikt. 

Gegevens op auteursniveau over zes decennia 

De onderzoekers analyseerden gegevens van 134.558 marketingwetenschappers over een periode van zestig jaar. Ze brachten hun publicaties, citatiepatronen en samenwerkingsnetwerken in de loop der tijd in kaart. Volgens de auteurs is dit de eerste studie die zich richt op de dynamiek van wetenschappelijke autoriteit op auteursniveau, in plaats van autoriteit uitsluitend op het niveau van individuele artikelen te onderzoeken. 

Implicaties voor academische loopbanen 

Voor individuele wetenschappers bieden de bevindingen een praktische, zij het ongemakkelijke, les: sociale autoriteit kan in het eigen voordeel worden ingezet, omdat dit een belangrijk kanaal is waarlangs citaties zich opstapelen. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat sociale autoriteit als katalysator werkt voor andere indicatoren van academisch succes, waaronder de mogelijkheid om te publiceren in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften. ‘Maar het kunstmatig sturen van citaties betekent niet dat we werk van hogere kwaliteit publiceren,’ zegt Stremersch. Hij legt uit dat wanneer wetenschappers deze route naar academische autoriteit bewandelen, dit vaak ten koste gaat van de kwaliteit en impact van het vakgebied waarin zij werken. ‘Net als in een kroeg begint iedereen, naarmate de avond vordert, steeds harder te praten, maar wat er wordt gezegd wordt steeds minder betekenisvol.’  

Professor
Universitair Hoofddocent
Meer informatie

Voor vragen kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846. 

Gerelateerde content
Wetenschappelijk artikel van hoogleraar Stremersch wordt in 2024 gepubliceerd door het gerenommeerde tijdschrift International Journal of Research in Marketing.
Stefan Stremersch

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen