De problemen van de UEFA ten grondslag aan het initiatief van de Super League

Erasmus School of Economics

In het ESB schrijft Thomas Peeters, sporteconoom aan Erasmus School of Economics over de Super League, een gesloten voetbalcompetitie naar Amerikaans model. Waar kwam het plan voor de Super League vandaan? En dienen ze wel de belangen van de voetbalfanaat?

Een ontploffende bom

Twaalf Europese topclubs lieten een bom ontploffen toen ze hun eigen internationale competitie aankondigden. Door alle ophef, en onder druk van hun eigen fans trokken Chelsea en Manchester City zich binnen 48 terug uit het initiatief. Andere clubs volgden daarna snel. Hiermee zijn echter de problemen die ten grondslag lagen aan het initiatief van de Super League nog niet opgelost. Volgens Peeters vereist een echte oplossing het ingrijpen van de Europese concurrentiewaakhond.

Een verloren illusie

De Super League had moeten bestaan uit 15 vaste clubs, waaraan er via kwalificatie ieder jaar vijf aan worden toegevoegd. Als de competitie eenmaal gelanceerd zou zijn, zou deze zich kunnen uitbreiden. Dat de Super League clubs er door de competitie op vooruit zouden gaan is wel duidelijk. Maar hoe zit dat met de consument? Volgens Peeters verliest die de illusie dat zijn favoriete clubje ooit het machtige Barcelona zou kunnen verslaan. Dit werd duidelijk toen stadionbezoekers massaal de straat op gingen en in één klap duidelijk maakte dat supporters niet als entertainment-consumenten behandeld wensen te worden.

Aan de andere kant zorgt de Super League ook voor minder eenzijdige wedstrijden, benoemt Peeters. Dit zou vooral de tv-kijker ten goede komen, die meer interesse heeft in de kwaliteit van het voetbalspel. Daarnaast zorgt de mogelijkheid tot uitbreiding van de Super League in dat de topclubs beter verdeeld kunnen raken over de Europese steden en meer Europeanen toegang zouden krijgen tot het topvoetbal. Die toegang zou er dan wel komen tegen een hele hoge prijs. De clubs zijn immers verzekerd van een globaal monopolie in de markt voor televisierechten, en grotere lokale monopolies voor stadionbezoek.

Twee onderliggende problemen

Volgens Peeters is de Super League een rechtstreeks gevolg van twee fouten in de huidige organisatie van het Europese voetbal. Het eerste probleem is dat clubs concurreren op Europees niveau, maar hun inkomsten grotendeels genereren in nationale markten terwijl de inkomstenverschillen tussen grote en kleine landen alleen maar groter zijn geworden. Door het recente succes van de televisierechten voor de Premier League bedreigen de Engelse middenmoters nu zelfs de topclubs in Spanje en Italië. Het is dan ook niet toevallig dat zij de initiatiefnemers zijn van de Super League.

Het tweede probleem is dat de UEFA een dubbele rol vervult in het Europese voetbal, legt Peeters uit. UEFA is in de eerste plaats de vereniging van Europese voetbalfederaties. In die rol behartigt ze de belangen van het voetbal in Europa. Naast haar regulerende rol is de UEFA ook de monopolist-organisator van internationale voetbalcompetities in Europa. Door het commerciële succes van deze competities is de UEFA een grote en financieel succesvolle organisatie geworden en om dat ook in de toekomst te blijven, is de deelname van de Europese topclubs aan de UEFA-competities noodzakelijk. De UEFA kan de clubs echter niet juridisch verplichten om deel te nemen aan de Champions League. Als clubs liever zelf iets organiseren, kan de UEFA daar in principe niets tegen doen. Het dreigement om clubs uit te sluiten van hun nationale elftal of competitie, zou hoogstwaarschijnlijk in de rechtbank sneuvelen. Het gedrag van de UEFA is dat van een monopolist die verwante organisaties inzet om de eigen dominante positie te beschermen.
 

Professor

Thomas Peeters, sporteconoom

Meer informatie

Het volledige artikel van ESB kunt u hierboven downloaden.