De vrouw van Arif

Selim hoefde er niet lang over na te denken. “Ik zoek een vrouw om te koken.” Ik dacht aan bouillon maar de vraag was welke eigenschappen jouw partner bij voorkeur moest hebben. ‘Mijn vrouw moet idealistisch zijn,” zei Arif. Wauw, dat antwoord had ik niet van hem  verwacht want Arif is in alles een trotse Syrische man met een traditionele mening over vrouwen. Ik was benieuwd naar zijn uitleg. “Ze moet mooi zijn en goed kunnen koken,” antwoordde hij alsof het een overbodige toelichting betrof en gaf een high-five aan Selim, zijn wapenbroeder. Kijk, daar was de oude Arif weer, hij liet me even schrikken. Zijn mythische trots staat hem in de weg om de betekenis te vragen van een woord dat hij niet kent en dus vult hij het zelf maar in met iets wat er een beetje op lijkt want toen ik hem uitlegde wat idealistisch is, haastte hij zich om te zeggen dat hij ‘ideaal’ bedoelde.

Zijn vrouw zat thuis met hun dochter van een paar weken oud. Vroeger kwam ze ook naar de klas en was slimmer, sneller en beter dan hij en soms vroeg ik me af hoe dat ging tijdens de drie kwartier durende busreis terug naar Numansdorp als zij een 8 had en hij een 4. Ze wees hem op de juiste pagina in het boek, fluisterde de antwoorden, maakte het huiswerk en hij kopieerde het, inclusief haar fouten. Ze lachte om zijn grapjes, zocht soms naar zijn hand. Als hij ziek was, mailde ze dat ze niet kwam omdat ze voor hem moest zorgen maar de waarheid was dat ze niet alleen met de bus mocht reizen. Zij is 22 en hij 24. 

De aanwezige vrouwen, ongehuwd, vonden het hoge testosterongehalte in de klas verstikkend en gingen in de aanval. “Je vader, je opa en alle mannen die hen vooraf zijn gegaan hebben jou zo gemaakt,” beten ze Arif toe. “Islam heeft jullie altijd geholpen en ons beledigd en vernederd. Welk recht heb jij om zo over ons te praten?” Er ontwikkelde zich een interessante discussie waarbij Selim steeds kleiner werd en Arif soms stotterend van wanhoop en woede zijn mannelijkheid en zijn geloof verdedigde. Vier tegen twee, niet eerlijk maar dat is een geloof ook niet, het was een boeiend gevecht en bovendien in ongeremd Nederlands en dat wilde ik horen. Mijn sympathie ging uit naar de vrouwen met goede argumenten en mijn medelijden naar Arif die tot slot alleen de waarden van Islam stamelde als ultieme waarheid. Pas toen Arif echt kwaad werd, maakte ik er een eind aan. Verkrachting, onderdrukking, mishandeling, huwelijk, scheiding, schaamte, verdriet, alles spoelde via kieren en spleten het lokaal uit, terwijl de rook langzaam optrok. Selim krabbelde overeind en Arif, uitgekleed maar nog niet ontmand, keek zwijgend voor zich uit. Hulpeloos. We waren heel ergens anders beland dan de voorgenomen les over karaktereigenschappen. “Hadden jullie ooit gedacht dat je dit met elkaar zou kunnen bespreken?,” vroeg ik. “Niet in mijn land,” zei Arif met een voorzichtige glimlach, dit was een uitwedstrijd. Hij gaf mij een hand en keek mij diep in de ogen en ik denk dat hij twijfelde aan mijn mannelijkheid.

Ik dacht aan zijn vrouw en hoe het zou zijn als ze vandaag in de klas zou hebben gezeten. Ideaal zou ze een mooi compliment hebben gevonden en we zouden verder zijn gegaan met de les. Niet veel later mailde Arif dat hij een baan had gevonden en niet meer naar de les zou komen. Mijn vrouw komt ook niet meer, schreef hij.

  • Piethein Burmanje (Blog)

    Piethein Burmanje (1961) studeerde Geschiedenis in Amsterdam en volgde de lerarenopleiding in Leiden en Utrecht (NT2). Hij werkte als journalistiek medewerker voor NRC-Handelsblad in Brussel en Rotterdam, als publieksvoorlichter voor het Rijksmuseum en als docent NT2 voor Vluchtelingenwerk Nederland. Hij is coauteur van Kleine Mannetjes. Van Alexander de Grote tot Nicolas Sarkozy (Contact, 2012). Sinds 2017 werkt hij als docent NT2 voor het Language &Training Centre van de Erasmus Universiteit Rotterdam.