Universitair hoofddocent Aart Gerritsen van Erasmus School of Economics plaatst stevige kanttekeningen bij het pleidooi van VNO-NCW om over te stappen op een vermogenswinstbelasting in box 3. ‘VNO-NCW slaat de plank hier volledig mis’, aldus de econoom.
De denkfout achter het pleidooi voor vermogenswinstbelasting
VNO-NCW stelt dat het belasten van papieren winsten in box 3 economisch onverstandig is en pleit ervoor om winsten pas bij realisatie te belasten, wat volgens de werkgeversorganisatie gunstiger zou zijn voor zowel beleggers als de schatkist. Volgens Gerritsen is dit een onzinnige conclusie die voortkomt uit een onzinnige aanname: ‘VNO-NCW gaat er impliciet vanuit dat de overheid zelf tegen 0% belegt en leent en dus ook tegen 0% disconteert. Beleggers halen wél een positief rendement. In dat geval is het nogal wiedes dat de overheid het liefst pas later belasting heft. Zo geeft het beleggers nog even de tijd een positief rendement te halen; iets dat de overheid zelf per aanname niet kan. Een vermogenswinstbelasting heft pas later dan een vermogensaanwasbelasting en lijkt daarom opeens gunstiger.’
‘De aanname is compleet onzinnig’, zo vervolgt Gerritsen. ‘Natuurlijk haalt de overheid ook een positief rendement op haar belastingopbrengsten. Met deze opbrengsten kan zij namelijk schulden aflossen (=minder toekomstige rente-uitgaven), belastingen verlagen (=meer middelen voor huishoudens waarop weer een positief rendement gehaald kan worden), of zelf investeren in publieke goederen of financiële effecten.’
Economische argumenten voor een vermogensaanwasbelasting
Volgens de econoom is een betere en voor de hand liggende aanname dat de overheid grofweg hetzelfde (voor risico gecorrigeerde) rendement kan halen als beleggers. ‘Wat je dan vindt is precies wat economen al decennia lang verkondigen: zonder gedragseffecten zijn vermogenswinstbelasting en vermogensaanwasbelasting perfect equivalent. En met gedragseffecten is een vermogensaanwasbelasting juist beter voor de economie!’, aldus Gerritsen.
Een vermogenswinstbelasting is volgens Gerritsen immers te ontwijken door te schuiven met het moment van winstrealisatie. ‘Dit is niet mogelijk met een vermogensaanwasbelasting. Een vermogensaanwasbelasting leidt bij een gelijk vermogen daarom tot meer belastingopbrengsten. Of het leidt, bij een lager tarief, tot een hoger vermogen bij gelijke belastingopbrengsten.’
De notitie van VNO-NCW, die het huidige wetsvoorstel ter discussie stelt, heeft in de Tweede Kamer geleid tot een motie van vijf partijen die om nieuwe berekeningen van de belastingopbrengsten vragen.
- Universitair Hoofddocent
- Meer informatie
Voor meer informatie neemt u contact op met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.
