Een vraag voor rechters en sociologen: wat gebeurde er eigenlijk écht?

Legal cases

In veel onderzoek van het strafrecht blijft de alledaagse juridische praktijk onderbelicht, terwijl juist daar belangrijke lessen te leren zijn. Dat stelt sociologe Irene van Oorschot in haar dissertatie Ways of Case-Making (Zaken Maken). Zij onderzocht de manier waarop de politierechter 'zaken maakt' en vindt dat de praktijken van politierechters, met name de rol van de verdachte en het dossier, serieuzer genomen moeten worden. Van Oorschot verdedigt haar proefschrift vrijdag 2 februari 2018 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De dagelijkse praktijk en sociologische theorie
Het proefschrift van Van Oorschot is een gedetailleerde studie van de dagelijkse praktijk van politierechters. Hoe komt de rechter tot een idee van wat er nu echt is gebeurd? Welke rol speelt het dossier, en de communicatie met de verdachte ter terechtzitting, in die praktijken van waarheidsvinding? Met deze concrete praktijken van ‘zaken maken’ tast Van Oorschot ook de grenzen af van bestaande sociaalwetenschappelijke theorieën over, en methodologische benaderingen van, het strafrecht. Deze leggen veelal statistische nadruk op straftoemetingsverschillen tussen bepaalde groepen verdachten. Maar deze benaderingen maken zo ook de alledaagse werkpraktijk van de politierechter onzichtbaar.

Lessen van de politierechter
Van Oorschot is vooral geïnteresseerd in de manier waarop politierechters zelf verschillen en overeenkomsten zien tussen verdachten en tussen zaken. Zo laat ze zien hoe rechters gebruik maken van typische verhaallijnen om het berouw van individuele verdachten te evalueren. Ook demonstreert ze hoe rechters in hun voorbereidende dossierwerk ‘de zaak’ gestalte geven door bewijs te contrasteren en kritisch te bevragen. Wie heeft wat gezien of gehoord? Wat stelt het slachtoffer? En wat vertelt de verdachte?

Dossiers

Ook procedures en de manier waarop het dossier is opgesteld door de politie en het Openbaar Ministerie spelen hier een rol: immers, het dossier geeft de rechter altijd maar een gedeeltelijk beeld van ‘wat er echt is gebeurd’. Van Oorschot laat zien hoe de dagelijkse praktijk van het rechtspreken er een is die draait om het navigeren van geschreven en gesproken woorden, het bevragen van bewijs, en het bouwen van een plausibel en waarachtig verhaal.  

Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 4081216 of E press@eur.nl