Faalangst? Zo kom je er vanaf

Kan die vrouw wel tennissen? vroegen de toeschouwers van de Wimbledon-finale in 1993 zich af. De Tsjechische Jana Novotna, die de overwinning op Steffi Graf al bijna binnen had, begon opeens te spelen als iemand die nog nooit een racket had vastgehouden. Terwijl ze in de derde set met 4-1 voor stond, verraste ze met slappe balletjes die Graf zelfs met haar ogen dicht nog kon terugmeppen. 'Ze speelde met de trage, behoedzame bewegingen van een beginneling,' schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell. Dat deed Novotna volgens hem omdat ze terugviel op een manier van spelen die ze gebruikte toen ze als kind leerde tennissen. In plaats van de bal zonder nadenken met 160 kilometer per uur over het net te jagen, ging ze door de stress tijdens deze beslissende wedstrijd weer nadenken over haar slagen. Daardoor raakte ze de vloeiendheid van haar bewegingen kwijt - en verloor ze de finale alsnog.

Sporters kennen dit fenomeen als verstarren. Door de angst om een fout te maken schakelt het lichaam over van min of meer onbewust handelen naar nadenken over elke beweging. Psychologen noemen het faalangst. Die angst kent drie vormen, waarvan deze motorische variant er een is. In het dagelijks leven speelt motorische faalangst geen grote rol. Tenzij je nog moet afzwemmen of strafschoppen nemen tijdens de finale van het het WK voetbal, is de kans groot dat je er weinig last van ondervindt.

Dat geldt niet voor de andere twee vormen van faalangst: cognitieve en sociale. Beide worden ook wel evaluatieangst genoemd. Het is de vrees om negatief te worden beoordeeld, of dat nu bij een tentamen is of op een feestje. Volgens Arjan van Dam, psycholoog en auteur van het boek De kunst van het falen, gaat achter alle vormen van faalangst hetzelfde principe schuil. Angst voor falen is angst voor schaamte. Van Dam promoveert op dit moment aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Over wat faalangst precies is, zegt hij: 'Je bent bang dat er een situatie kan ontstaan waarin je je zult schamen. En schamen doe je je vooral in het aangezicht van anderen.' Het gaat dus om de angst te moeten presteren voor een bestaand of ingebeeld publiek. In essentie voelt elke faalangstige zich een tennisser die in een grandslamfinale voor het oog van miljoenen mensen een topprestatie moet leveren. Je weet diep van binnen heus wel dat je een aardig balletje kunt slaan, maar wanneer je denkt dat anderen je beoordelen, slaat de angst toe.

Mensen met faalangst hebben geleerd dat falen een negatieve gebeurtenis is, met consequenties voor hun gevoel van eigenwaarde en hun relaties met anderen. Daardoor zullen ze met alle macht proberen om falen te voorkomen wanneer ze moeten presteren. Angst om door de buitenwereld afgewezen te worden resulteert vaak in vermijdingsgedrag. Dan maar niet afstuderen, dan maar geen auditie doen, en dan maar niet mee met de familie-skireis.

Vaak hebben faalangstigen allerlei strategieën ontwikkeld om niet te hoeven falen. Een ervan is self handicapping: je eigen mislukking organiseren. Mensen die hoog scoren op faalangst hebben sterker dan gemiddeld de neigen naar self handicapping; ze vertonen gedrag dat de mislukking verklaart, maar dat tegelijkertijd de kans daarop ook vergroot. Ze drinken bijvoorbeeld te veel, de avond voor een tentamen. Daarmee verschaffen ze zichzelf een excuus: 'Ik heb zoveel gedronken dat ik dat tentamen vast niet goed maak.' Maar met hun gedrag werken ze dat resultaat daadwerkelijk in de hand.

Angst om te falen wordt ook vaak in verband gebracht met angst voor succes. Succes vereist risico's nemen en vergroot daarmee de kans om fouten te maken. Mensen met faalangst kiezen daarom vaker voor de zekere middenweg. De wiskundige die liever bijles geeft aan scholieren dan dat hij promoveert; de actrice die liever bij het amateurtoneel blijft dan auditie te doen voor een grote productie. Liever een spetterend feest missen dan de kans lopen om de avond als muurbloem door te brengen.

Wanneer iemand even bang is om te slagen als om te falen, kan dat ertoe leiden dat hij geen enkele beslissing meer neemt. Chronische besluiteloosheid kan dan ook een uiting van faalangst zijn. Beter geen beslissing nemen dan een foute beslissing. Nooit iets afmaken is dan ook een andere bekende strategie. Want wie niets afmaakt, kan ook niet worden beoordeeld op het eindresultaat.

In zijn boek legt Arjan van Dam uit dat je faalangst kunt overwinnen als je ervoor kiest om jezelf te ontwikkelen in plaats van je te richten op een vlekkeloze prestatie. 'Het enige wat nodig is, is een andere manier van kijken,' zegt hij. Maar is dat niet hetzelfde als tegen iemand met een spinnenfobie zeggen: stel je niet aan? Of: ze bijten niet? Want zoals angst voor spinnen een irreële angst is, zo is faalangst dat natuurlijk ook. Maar leg dat iemand met faalangst maar eens uit.

Wie zijn faalangst wil overwinnen, moet volgens Van Dam dus leren om het einddoel even te vergeten en zich te richten op de weg ernaartoe. Het gaat om het spel, niet om de knikkers. Zet je het resultaat voorop - of dat nu een sportwedstrijd is, een cognitieve prestatie of een sociale gebeurtenis - dan ben je vatbaarder voor negatieve kritiek. Je krijgt dan te horen dat je iets niet kunt. Iets nieuws proberen, daarentegen, impliceert dat je fouten mag maken, en zelfs moet maken, om je te kunnen ontwikkelen. Dat haalt veel spanning weg, zegt Van Dam. 'Iemand die zich wil ontwikkelen, heeft behoefte aan positieve en negatieve kritiek omdat hij daarvan kan leren. Faalangstigen zien elke prestatie als het uur van de waarheid.'

Faalangst heeft vaak zijn oorsprong in de jeugd, zegt Van Dam. Ouders of opvoeders hebben je bewust of onbewust het idee gegeven dat het erg is om fouten te maken, waardoor je je niet veilig voelt wanneer je een fout maakt. 'Vaak gebeurt dat heel subtiel, bijvoorbeeld door het terugtrekken van liefde. Wanneer een kind ongewenst gedrag vertoont, fronst de ouder of kijkt boos. Dit terugtrekken van liefde is vaak tijdelijk, maar uit onderzoek blijkt dat wanneer een moeder haar liefde vaker terugtrekt bij ongewenst gedrag, de kans groter is dat haar kind later faalangstig wordt. Als er vaak liefde wordt teruggetrokken, voelt een kind zich onveilig.'

Angstig zijn, dus ook faalangstig zijn, is vaak genetisch bepaald. Daarnaast dragen ouders die zelf faalangstig zijn deze angst vaak over op hun kinderen, ook al is het ongemerkt en zonder opzet. Uit recent onderzoek door Andrew Elliot blijkt dat ouders van faalangstige kinderen meer negatieve nadruk leggen op prestaties. 'Nul fout,' zeggen ze dan, in plaats van: 'Mooi, alles goed.' Nog voordat een kind oud genoeg is om het verband te zien tussen zijn eigen verantwoordelijkheid en wat er misgaat, krijgt het van de ouders een subtiele afwijzing. Het kind laat iets uit zijn handen vallen en de ouder fronst, kijkt weg of stuurt het kind naar de gang. Faalangstigen hebben vaak ouders die hoge eisen stellen zonder hun kind het gevoel te geven dat het beschikt over de benodigde capaciteiten. School- en sportprestaties kunnen volgens zulke ouders altijd beter, waarmee ze aangeven dat de prestatie belangrijker is dan het plezier van de weg ernaartoe.

Doordat de bron van faalangst vaak in iemands jeugd zit, is het moeilijk om de knop in je hoofd om te zetten. Het overwinnen van faalangst kost tijd en inspanning, geeft Van Dam toe, maar het is niet onmogelijk. 'Elke therapeut kan je vertellen dat je je eigen vader en moeder kunt worden. Je kunt je eigen veiligheid creëren: door jezelf te blijven vertellen dat het niet erg is om fouten te maken, en dat je van je fouten leert.’

Heeft hij nog tips voor onze EUR-studenten met faalangst? Zeker.

Faalangst

Je hebt hard gestudeerd  voor je examen, maar als het eenmaal zo ver is weet je de helft niet meer. Of je ziet er als een berg tegenop om een presentatie te geven, je slaapt daardoor slecht en inderdaad de presentatie gaat niet lekker. Examens en presentaties zijn typische boosdoeners als het om faalangst gaat. Momenten waarop je beoordeeld wordt zijn in meerdere opzichten belangrijk. Wordt het ploeteren beloond of toch niet? En wat betekent het als je beoordeling ongunstig is? Alles nog een keer overdoen? Spottende blikken? Toch niet genoeg studiepunten? 

De faalangst zorgt ervoor dat je minder goede resultaten haalt dan je eigenlijk zou kunnen. Prestaties lijden inderdaad onder een te hoge spanning, maar te weinig spanning is ook niet goed. Je kunt prestaties en spanning vergelijken met een berg, de helling op helpt de spanning om betere (hogere) prestaties te leveren. Als je op de top van de berg bent is de spanning optimaal en lever je de beste prestatie. Als je dan nog meer spanning krijgt ga je over je top heen en nemen je prestaties af. 

Wat kun je hier aan doen? Je kan proberen jezelf zoveel mogelijk te richten op het ontwikkelen van jezelf en alles, ook tegenslagen, als een leermoment te zien. Als je op leren richt bestaat falen niet meer en is het veranderd in een belangrijke leerervaring. Als je je richt op leren kun je meer spanning aan omdat je minder bang als het mis gaat. 

Maar je kan ook een ontspanningsoefening doen voorafgaand aan de belangrijke gebeurtenis. Wat ook belangrijk is: veel oefenen. Bij taken die je moeilijk vindt ben je veel eerder over je optimale punt. Als je veel oefent wordt de taak ook makkelijker voor je en nemen je prestaties toe, maar blijft de spanning ook langer een positief effect hebben op je prestaties. Je kan door veel oefenen steeds beter met spanning omgaan. 

Maar de belangrijkste vraag is: waarom ben je zo bang om het niet goed te doen? Als je hier dieper ingaat zal je vaak veel irrationele gedachten tegenkomen. Bijvoorbeeld dat je minder waardevol bent als je gefaald hebt of dat je dan minder recht hebt op de waardering van anderen. Dit is natuurlijk niet realistisch. Vergelijk het maar met je eigen houding naar het falen van anderen. Deze zal waarschijnlijk milder zijn dan naar jezelf toe. Ga dan ook om bij jezelf wat je onderliggende overtuigingen/gedachten zijn over wat het betekent als je faalt. En buig deze om naar overtuigingen/gedachten die je helpen. Mijn advies luidt dus: stop met jezelf willen bewijzen en ontwikkel jezelf (en ja, daar hoort falen zeker bij…)'

Tekst: Manon Sikkel Daelmans