Current facets (Pre-Master)

Forse productiviteitsgroei netwerksectoren drinkwater, energie en spoorwegen

De productiviteit van de netwerksectoren drinkwater, energie en spoorwegen is de afgelopen decennia fors toegenomen. Tussen 1980 en 2015 bedraagt de gemiddelde productiviteitsgroei 1,5 à 2 procent per jaar. De belangrijkste aanjager van de groei is de technologische ontwikkeling. De liberalisering van de netwerksectoren heeft mogelijk ook een rol gespeeld maar hard bewijs hiervoor ontbreekt. Wel zijn er aanwijzingen dat de bedrijfsvergelijkingen in de drinkwatersector de productiviteit positief hebben beïnvloed. Hetzelfde geldt voor de liberalisering van de energiesector en bijbehorende doelmatigheidsregulering. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het onderzoek van IPSE Studies (CAOP, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam, prof.dr. Jos Blank) naar het effect van de belangrijkste beleidshervormingen op de productiviteit in de genoemde netwerksectoren in de periode 1980-2015.

Bijna tweemaal zo hoog

Uit de analyses blijkt dat de productiviteit – geleverde diensten per voor inflatie gecorrigeerde euro - van zowel de drinkwatersector als van de spoorwegen in 2015 bijna twee keer zo hoog is als in 1980. In de energiesector is de stijging minder groot, maar met een toename van bijna zestig procent toch ook nog aanzienlijk. Figuur 1 toont de ontwikkelingen door de tijd heen.

Technologische ontwikkeling domineert productiviteitsgroei

De belangrijkste katalysator van de productiviteitsgroei is de technologische ontwikkeling. Dit is inherent aan de technische aard van het productieproces van de netwerksectoren. Hierdoor zijn er grote mogelijkheden voor technologische innovaties. Deze innovaties zijn bij energie en spoorwegen veelal ook gepusht door de toenemende vraag.

Effecten hervormingen netwerksectoren moeilijk vast te stellen

Tussen 1980-2015 zijn diverse hervormingen doorgevoerd om de productiviteit van de netwerksectoren te verbeteren, zoals verzelfstandiging – en (gedeeltelijke) privatisering - introductie van marktwerking en schaalvergroting. Deze hervormingen vinden echter geleidelijk plaats en bovendien is nergens sprake van volledige liberalisering of privatisering. Het publieke belang is daarvoor te groot en moet ook op allerlei manieren geborgd worden via complexe regelgeving. Hierdoor zijn de effecten van de hervormingen lastig te meten.

Enkele hervormingen mogelijk wel positief effect

Hoewel er geen duidelijke relatie tussen beleid en productiviteit is waar te nemen, zijn er wel aanwijzingen dat een deel van het liberaliseringsbeleid positief heeft uitgepakt. Dit geldt met name voor de vrijwillige bedrijfsvergelijking van drinkwaterbedrijven (vanaf 1997) en de liberalisering van de energiesector en bijbehorende doelmatigheidsregulering na de invoering van de Elektriciteits- en Gaswet (1999/2000).

Geen kwaliteitsverlies

Er zijn geen aanwijzingen dat de productiviteitsgroei ten koste is gegaan van de kwaliteit van de producten en diensten van de netwerksectoren. In de drinkwatersector gaat de groei van de productiviteit juist hand in hand met de verbetering van de waterkwaliteit. In de spoorsector is tussen 2001 (spoorcrisis) en 2007 enkele jaren sprake van slechte kwaliteitsprestaties, die ook gepaard gaat met een stagnerende productiviteitsgroei. Na 2007 vindt een belangrijke kwaliteitsverbetering plaats, terwijl de productiviteit tegelijkertijd flink toeneemt. In de energiesector is het verband tussen kwaliteit en productiviteit onduidelijk vanwege een gebrek aan gegevens.

Overgangskosten zijn substantieel

Ook al is er mogelijk sprake van enkele positieve hervormingseffecten, toch rijst de vraag of de prestaties zonder de ingrijpende veranderingen misschien nog beter waren geweest. De transities hebben ook tot hoge extra kosten geleid. Het meest sprekende voorbeeld is ongetwijfeld de spoorwegsector. Tussen 1992 en 1997 is daar geen productiviteitsgroei waar te nemen als gevolg van allerlei perikelen rond de verzelfstandiging.

Over het onderzoek

Het onderzoek maakt deel uit van de onderzoeksreeks Productiviteit van overheidsbeleid. Dit is onderdeel van een door BZK gesubsidieerd onderzoeksprogramma naar de productiviteit en doelmatigheid van de publieke sector. Eerder werden in deze reeks al het Nederlandse onderwijs, de zorg en veiligheid & justitie onderzocht.

Meer informatie

Het boek Productiviteit van overheidsbeleid: deel IV, de Nederlandse netwerksectoren 1980-2015 van Prof. dr. J.L.T. Blank en dr. A.A.S. van Heezik (ISBN: 978-94-6301-170-9) is te bestellen bij uitgeverij Eburon.

 

Bericht overgenomen van www.caop.nl 

Meer informatie

Marjolein Kooistra, mediarelaties Erasmus School of Social and Behavioural Sciences | kooistra@essb.eur.nl | +31 10 408 2135