Een kind van 12 zit tegenover een politieverhoorder. De verdenking wordt voorgelezen: ‘En je wordt verdacht van voorbereidingshandelingen voor het plegen van een overval, diefstal door middel van geweld met twee personen, dan althans poging hiertoe. Is dat duidelijk?’ De jongen reageert niet. De woorden glijden langs hem heen. Zijn stilzwijgen wordt niet opgevat als onbegrip, maar dat blijkt het vaak wel te zijn, zo laat het promotieonderzoek van Mai Fleetwood Bird zien.
Fleetwood Bird bestudeerde jongeren die in aanraking komen met het strafrecht en kampen met spraak-, taal- en communicatiebehoeften. Haar onderzoek bevindt zich op het raakvlak van logopedie en jeugdstrafrecht, ook wel de forensische logopedie. Nieuw terrein binnen het Nederlands strafrecht.
STCB verwijst naar problemen met spreken, het begrijpen en gebruiken van taal, en het voeren van effectieve communicatie. Het gaat dus om hoe iemand praat, maar ook of deze taal goed begrijpt en zich begrijpelijk kan uitdrukken in contact met anderen. Logopedie richt zich op al deze aspecten: van spraak en stem tot taalbegrip en communicatieve vaardigheden.
76,7% van de gedetineerde jongeren heeft een ernstige taalstoornis
Fleetwood Bird deed onderzoek in een jeugdgevangenis volgens dezelfde methodiek die zij eerder gebruikte in haar werk als logopedist. De uitkomsten waren alarmerend. Waar in de algemene jeugdpopulatie naar schatting 7 tot 12 procent van de jongeren een taalstoornis heeft, loopt dat aandeel onder gedetineerde jongeren op tot 90 procent. Bij ruim driekwart van hen (76,7 procent) gaat het zelfs om een ernstige taalstoornis.
Een werkelijkheid die in de strafrechtpraktijk nauwelijks wordt onderkend door de professionals. “Niet uit onwil, maar omdat veel mensen denken dat er geen probleem is. Zo sprak ik met begeleiders en psychologen die zeiden: ‘Hij praat juist heel vlot!’ En dat klopt: iemand kan vloeiend praten, maar tóch een kleine woordenschat hebben en beperkt taalbegrip door te spreken in korte zinnen met beperkte complexiteit,” zegt Fleetwood Bird.
Uit het onderzoek blijkt dat jongeren zelf vaak niet doorhebben dat zij moeite hebben met taal. In een vragenlijst over communicatie gaven zij meestal aan geen problemen te ervaren met praten, het vinden van woorden of begrijpen. Die zelfinschatting staat echter haaks op de testresultaten.
Volgens de onderzoeker overschatten jongeren hun taalvaardigheid, juist omdat zij niet altijd herkennen wat zij niet begrijpen. Het perspectief van de jongeren zelf, hoe zij een politieverhoor ervaren en wat zij wel of niet begrijpen, is nog nauwelijks onderzocht.
Jongeren met taalproblemen zijn kwetsbaar in het strafrecht
Strafrechtelijke procedures zijn sterk verbaal van aard en veronderstellen een taalniveau dat veel jeugdigen niet beheersen. Voor haar onderzoek analyseerde Fleetwood Bird dertig opnames van politieverhoren met jeugdige verdachten. In 87 procent van die verhoren deden zich taalproblemen voor. “Vooral wanneer jongeren werd gevraagd om hun verhaal te vertellen, liepen zij vast. De narratieve vaardigheden van deze jongeren schieten dan tekort, terwijl juist op dat moment hun eigen lezing van de gebeurtenissen van doorslaggevend belang is”, zegt Fleetwood Bird.
Het gebrek aan narratieve vaardigheden wordt ook wel ‘de kanarie in de kolenmijn’ van taalontwikkeling genoemd. Jeugdigen met een taalstoornis of taalprobleem zijn veel minder goed in staat om chronologisch een verhaal te vertellen. Opvallend is dat er specifieke details in een verhaal meestal ontbreken. Hun verbale reacties worden gebrekkig in situaties waarin hun verwerkings- en productievaardigheden zwaarder worden belast.
Een voorbeeld uit het onderzoek waarin een verdachte wil uitleggen dat hij die dag niet wist wat hij deed, maar moeite heeft om dit onder woorden te brengen: ‘Ik dach aan mijn oma ik dach dat dat dat zij dat zij mijn oom moeder de oom is dan die dag begraven.’
Ook op andere vlakken in het strafproces ontstaan problemen. “Het vergroot ook de kans dat jongeren hun rechten niet goed begrijpen, zoals de Miranda-waarschuwing of de cautie. Dit gebrek aan inzicht kan het recht op een eerlijk proces ernstig ondermijnen,” zegt Fleetwood Bird.
Nationale, internationale en Europese regels stellen dat kinderen het strafproces moeten kunnen volgen en begrijpen, van aanklacht tot verhoor, in taal die bij hen past. In de praktijk blijkt dat echter lang niet vanzelfsprekend. “In Nederland ontbreekt specifieke scholing over taalstoornissen, spelen deskundigen zoals logopedisten nauwelijks een rol in het proces en wordt taalproblematiek in jeugdstrafzaken zelden benoemd. Daarmee staat ter discussie of jongeren met spraak-, taal- en communicatiebehoeften werkelijk effectief kunnen participeren in het strafrecht, zoals het principe van child-friendly justice vereist,” zegt Fleetwood Bird.
Dragen taalproblemen ook bij aan criminaliteit?
Als 90% van de jongeren in jeugddetentie deze problematiek ervaart, zou je dan ook kunnen stellen dat taal- en spraakproblemen leiden tot criminaliteit? “We moeten daar voorzichtig in zijn,” zegt Fleetwood Bird. “Want het is al snel te kort door de bocht. Maar het klopt: taalproblemen zijn een van de risicofactoren die bijdragen aan crimineel gedrag.”
“Ik gebruik in mijn boek een zogenaamd compounding risk model; het zijn meerdere factoren die zich kunnen opstapelen. Denk aan een lage sociaaleconomische status, schooluitval, drugsgebruik, problematische thuissituatie. Taalproblemen zijn hier onderliggend, zo zijn er onderzoekers die zelfs van een ‘perfect storm’ spreken omdat jongeren door taalproblemen in een vicieuze cirkel terecht komen.”
Verminderde recidive en aanbevelingen voor de praktijk
Op dit moment wordt deze problematiek volgens Fleetwood Bird in het strafrecht niet erkend en niet herkend. “Met verstandelijke beperkingen houdt men rekening. Ook met psychische problemen. Maar taalproblemen zijn vaak onzichtbaar, tenzij iemand weet waar hij op moet letten. Ik noem het daarom ook wel de onzichtbare handicap van het jeugdstrafrecht,” zegt ze.
Ondanks de grootte van het probleem liggen de oplossingen volgens haar dan ook voor de hand. “Als het zichtbaar is, dán kun je er iets mee. Je kunt kortere zinnen gebruiken, jargon vermijden, dingen visualiseren. En je kunt vaker nagaan of iets begrepen is.” Om echte verandering te bewerkstelligen roept Fleetwood Bird op om logopedisten bij het strafproces te betrekken. “Zo zouden jongeren voorafgaand aan het verhoor een taalscreening kunnen ondergaan en is aanpassing van procedures en regelgeving nodig,” zegt ze.
Ook ziet ze kansen om juist deze groep jongeren logopedie aan te bieden tijdens jeugddetentie. “Een opvallende bevinding van buitenlands onderzoek is dat jongeren met een taalstoornis ruim 2 keer zoveel kans hebben om opnieuw met justitie in aanraking te komen. Een taalstoornis blijkt daarmee ook een sterke voorspeller van recidive. Zo kan logopedie ook worden ingezet als middel om hernieuwde aanraking met justitie te voorkomen.”
Logopedie is een paramedisch beroep wat buiten de strafketen al wordt erkend en toegepast. Vaak worden kinderen op jonge leeftijd doorverwezen via scholen of huisartsen.
Logopedie zou kunnen worden ingezet door de hele strafketen heen. Als pre-diagnostiek, tijdens verhoren, in de rechtbank als getuigendeskundigen, tijdens detentie om de kans op recidive te verminderen, maar ook na detentie en bij interventieprogramma’s. “Logopedie is op veel plekken een zeer kosteneffectieve interventie,” zegt Fleetwood Bird.
In andere landen is forensische logopedie een vast onderdeel van de strafrechtspraktijk; in Nederland is dat nog nauwelijks het geval. Terwijl spraak-, taal- en communicatieproblemen bij jongeren in hoge mate bepalen hoe zij het strafproces begrijpen en doorlopen. Logopedie kan daarin het verschil maken. “Wie eerlijke rechtsbescherming serieus neemt, kan taalproblemen niet negeren,” besluit Fleetwood Bird.
- Universitair Docent
- Meer informatie
De forensische logopedie is nieuw terrein voor de meeste strafrechtjuristen, maar was Fleetwood Bird een logische stap. Na het succesvol runnen van 6 logopediepraktijken besloot ze om rechten te gaan studeren. Op vrijdag 31 oktober 2025 verdedigde ze haar proefschrift met de titel: ‘Gevangen in taal. Het belang van logopedie voor het jeugdstrafrecht’, verkrijgbaar als boek. Fleetwood Bird is aan de Erasmus School of Law verbonden als mastercoördinator en universitair docent.
- Gerelateerde content
