Het biljet van 100 euro is terug. Maar hebben we het eigenlijk nodig?

Door: Philip Hans Franses

Na twintig jaar afwezigheid kunnen sommige geldautomaten sinds kort op verzoek weer een biljet van 100 euro uitgeven. Geldmaat is een proef gestart bij een aantal automaten om te onderzoeken hoe groot de behoefte aan deze coupure is en welke klanten ervan gebruikmaken. De pilot duurt ongeveer zes maanden. Geldmaat en De Nederlandsche Bank verwachten dat de vraag naar grotere biljetten toeneemt door de inflatie.

Opmerkelijk genoeg hebben we het biljet van 100 euro in Nederland al bijna twintig jaar nauwelijks meer gezien. Op 12 september 2007 kopte de Volkskrant: ‘Winkeliers doen biljet van 100 euro in de ban’. In dat artikel werd ik geciteerd met de opmerking dat biljetten van 100 euro niet uit de geldautomaat kwamen omdat mensen er niet mee konden en wilden betalen. Bovendien was 100 euro toen nog een aanzienlijk bedrag.

Waarom het verdwijnen van het biljet nauwelijks een probleem was

De euro kent een zogenoemde coupurereeks: 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Die reeks is vrijwel optimaal samengesteld. Met zo weinig mogelijk biljetten en munten kunnen consumenten en winkeliers zo efficiënt mogelijk transacties uitvoeren. Een efficiënte betaling is een betaling waarbij zo weinig mogelijk geld heen en weer gaat.

Neem een aankoop van 15 euro. Dat bedrag kan efficiënt worden betaald met een biljet van 20 euro en 5 euro wisselgeld terug, of met een biljet van 10 euro en een biljet van 5 euro. In beide gevallen zijn slechts twee handelingen nodig. Andere betaalwijzen vereisen meer transacties en zijn dus minder efficiënt.

Voor alle bedragen kan worden berekend hoe efficiënt betalingen verlopen wanneer een bepaalde coupure ontbreekt. In een studie uit 2007 liet ik zien dat het ontbreken van de biljetten van 10 en 100 euro nauwelijks leidt tot extra inefficiëntie. Anders ligt dat voor de coupures van 20, 50 en 200 euro; die blijken veel belangrijker voor een soepel betalingsverkeer.

Om te onderzoeken of die theoretische uitkomsten ook in de praktijk standhouden, speelden studenten en collega's in een experiment het Monopoly-spel met verschillende sets bankbiljetten. Ook daaruit bleek dat het ontbreken van de biljetten van 10 en 100 euro nauwelijks problemen oplevert, terwijl de coupures van 20, 50 en 200 euro veel moeilijker te missen zijn.

Komt het biljet terug door inflatie?

Na al die jaren maakt het biljet van 100 euro dus een bescheiden comeback. De verklaring lijkt eenvoudig: inflatie heeft ervoor gezorgd dat 100 euro tegenwoordig minder koopkracht vertegenwoordigt dan twintig jaar geleden.

Soms wordt echter gevreesd dat grotere coupures inflatie juist kunnen aanwakkeren. Die zorg lijkt ongegrond. Uit mijn onderzoek naar de Granger-causaliteit tussen grotere bankbiljetten en inflatie, gebaseerd op veertig jaar gegevens uit 59 landen, blijkt dat de richting precies andersom loopt. Niet grotere biljetten veroorzaken inflatie; inflatie creëert de behoefte aan grotere biljetten. De terugkeer van het 100-eurobiljet is daarmee vooral een symptoom van veranderde economische omstandigheden, niet de oorzaak ervan.

Philip Hans Franses

Over de auteur

Philip Hans Franses is hoogleraar toegepaste econometrie aan Erasmus School of Economics. Zijn wetenschappelijke werk betreft de ontwikkeling en toepassing van econometrische methoden voor relevante, betekenisvolle en interessante problemen in marketing, financiën en macro-economie.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen