Hoe lang kan het kabinet nog doorgaan met zijn onvoorwaardelijke steun?

Buitenhof

Geblinddoekt maakte het kabinet miljarden euro’s aan steun over voor bedrijven. Maar nu de crisis aanhoudt en de toerisme, de horeca en de evenementenbranche blijvend lijken te veranderen dringt de vraag zich op: hoe lang kan het kabinet met deze onvoorwaardelijke steun doorgaan? Sandra Phlippen, hoogleraar toegepaste economie aan Erasmus School of Economics and Chief Economist bij ABN Amro, spreekt over de kwestie in het discussieprogramma Buitenhof.

Hogere belasting voor de rijken

Martin Wolf, eerder te gast bij het programma, stelde dat er een hogere belasting moet komen voor de rijken om de opgelopen staatsschuld mee af te betalen. Sandra Phlippen kan zich hier in vinden. Het ligt volgens haar voor de hand dat degenen die het het beste kunnen dragen en het minst geleden hebben deze rekening voor zich nemen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de consequentie dat extra belasting heffen harder werken ontmoedigt, wat juist nodig is voor economische groei en om uit de schulden te komen. Het gaat hierbij om het vinden van de optimale belasting vraag, stelt Phlippen. De schuld terug brengen is volgens haar echter een probleem van de derde orde, er zijn belangrijkere zaken die eerst komen.

Goede uitgangspositie

Phlippen stelt dat Nederland een goede uitgangspositie heeft, met een sterke verzorgingsstaat. Daarnaast is er dankzij de hoge internet penetratie in ons land een verplaatsing te zien van het aankoopgedrag. In plaats van fysiek, kopen we voor een relatief groot deel online, waarmee Nederland koploper is in Europa. Tot slot hadden we voor de crisis uitbrak een hele krappe arbeidsmarkt, wat zorgt voor een minder hoge werkeloosheid in tijden van crisis.

Fase 1

Volgens Phlippen is dit echter pas fase 1 en is de schade ernstig na twee maanden crisis. Vooral de vrijetijdsector en horeca hebben het zwaar te verduren na langere tijd de deuren gesloten te moeten hebben. Volgens Phlippen houdt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) alle cijfers goed bij om onder andere NWO-subsidieregelingen aan te vragen. Ondernemers moeten hiervoor hun verliezen in de maanden maart, april en mei doorgeven. Uit de cijfers blijkt dat het gemiddelde verlies 70% bedraagt. Op dit moment maken 110.000 bedrijven gebuikt van de regeling, waarbij 1,8 miljoen werknemers hun loon ontvangen uit het staatsinfuus, omdat de eigen werknemer het niet meer kan betalen. Dit is, net als in de Verenigde Staten, 1/5 deel van alle werknemers die zonder overheidssteun werkeloos zouden zijn. Dit beseffen we ons niet, stelt Phlippen. Nederlanders hebben een ongekend hoog vertrouwen in het bedrijf waar ze werken en de steun van de staat. Hierbij realiseren ze zich dat ze afhankelijk zijn, maar ze beseffen zich niet dat de steun niet voor eeuwig door kan gaan.

Fase 2

Een tweede fase in de crisis met hoge werkeloosheid is volgens Phlippen onvermijdelijk. Als voorbeeld geeft ze de restaurants en cafés, vaak gerund door kleine ondernemers. Als zij op dezelfde locatie de helft van de klanten kunnen ontvangen, draaien ze ook maar de helft van de omzet. Prijzen verhogen of lonen verlagen is in de meeste gevallen geen optie. Volgens haar zullen weinig het overleven. De volgende stap in deze 1.5 meter economie, waarin het verdienvermogen van sommige sectoren onhoudbaar wordt, is het nadenken over hoe grote hoeveelheden mensen kunnen worden omgeschoold naar ander werk. Phlippen verwacht dat er grote verschuivingen zullen plaatsvinden op de arbeidsmarkt en dat we samen deze reset aan moeten gaan. Ook het tweede steunpakket van de overheid bevat voorwaarden voor omscholing, waarmee ze proberen mee te helpen, en vooruit te denken. Mensen op zo’n grote schaal helpen aan een ander beroep, wat ze niet kennen, is volgens Sandra Phlippen heel erg lastig. Een grote uitdaging voor Nederland, concludeert ze.

Professor
Meer informatie

Kijk hier naar het hele item van discussieprogramma Buitenhof, 10 mei 2020.