Deveney Petrus (22), Erasmus School of Law

'Ik ben de eerste in mijn familie die ging studeren'

Portret Deveney Petrus

'Op de basisschool kreeg ik een VWO-advies. Ik was bang dat het te hoog was voor mij en daarom koos ik voor havo-vwo. Maar al na drie weken waren mijn cijfers daar zo hoog, dat mijn moeder op school moest komen om over mij te praten. Het advies was om mij zo snel mogelijk naar het vwo te doen.'

Deveney Petrus (22): 'Die overgang vond ik lastig, want ik vond het al zo spannend om naar de middelbare school te gaan en toen moest ik alweer naar een nieuwe klas. Ik ben daar wel mijn beste vrienden tegengekomen, trouwens.

Op het vwo was ik een goede leerling en ik blonk uit in Nederlands. Ik hield sowieso van talen en koos een E+M-profiel met Frans en Duits. Achteraf gezien denk ik dat ik beter een breder profiel had kunnen kiezen. Economie en Maatschappij beperkt je toch enigszins in je studiekeuze. Dat ik ging studeren was niet echt een bewuste keuze. Maar op het VWO is alles er op gericht dat je daarna naar de universiteit gaat. Mijn ouders hebben niet gestudeerd. Mijn moeder heeft een kantoorbaan en mijn vader woont op Curacao. Met hem heb ik weinig contact.

Op school waren er voorlichtingsmiddagen en omdat iedereen zich richt op een vervolgstudie, was het eigenlijk vanzelfsprekend dat ik dat ook ging doen. Er was een vak op school, Management en Organisatie, waardoor ik meer interesse kreeg in economie en rechten. Ik heb toen een meeloopdag gedaan en verschillende universiteiten bezocht en uiteindelijk viel mijn keuze op fiscaal recht. Ik heb voor de Eur gekozen omdat de Rotterdamse mentaliteit me heel erg aansprak. De mouwen opstropen en doorgaan, daar hou ik van. En ik vind het geweldig dat er hier mensen van zo veel verschillende nationaliteiten en achtergronden studeren. De Erasmus Universiteit trekt toch een ander soort mensen aan dan bijvoorbeeld die van Leiden.

Voor mijn moeder was het nieuw dat ik ging studeren. Voor mijn hele familie trouwens. Niemand anders had gestudeerd. Ze waren allemaal heel trots, maar ze begrijpen niet altijd wat ik precies doe. Ik studeer fiscaal recht, maar ze onthouden rechten. En dus denken ze vaak dat ik advocaat word. Al wordt het wel steeds duidelijker dat ik iets studeer dat met belastingen te maken heeft. Mijn opa en oma bellen mij nu als ze een brief van de belastingdienst krijgen. Ik help ze ook met het invullen van hun belastingaangifte. Mijn opa en oma zijn heel erg trots op me, maar dat zijn ze sowieso, ongeacht wat ik doe.

Dat ik de eerste ben die is gaan studeren is niet onopgemerkt gebleven. Ik heb twee neefjes van zeven en acht en mijn oom en tante hebben het er nu al over dat zij later misschien ook kunnen gaan studeren.

Van wie ik mijn vermogen om makkelijk te leren heb? Ik denk van mijn moeder. Ik heb het er eigenlijk nooit met haar over gehad, maar ik denk dat ik haar eens ga vragen wat zij had willen studeren als ze de kans had gekregen. Ik woon bij mijn moeder en mijn stiefvader thuis. We wonen in Ridderkerk, dus dat is dichtbij en als ik mag kiezen tussen extra lenen of een paar keer per jaar reizen, dan kies ik voor het laatste.

Ik zit nu in mijn vierde jaar van mijn Bachelor en combineer dat met een student-assistentschap. In 2020 rond ik mijn Master af. Behalve fiscaal recht doe ik een minor civiel recht, zodat ik de optie openhoud om advocaat te kunnen worden. Maar mijn hart ligt bij fiscaal recht. Als ik mijn droombaan mag kiezen, dan is het Minister van Financiën. Daar komt het politieke samen met het fiscale. En ik zet graag hoog in.'

Tekst en foto: Manon Sikkel Daelmans