'Innovatie ontstaat niet alleen in laboratoria in het Westen maar ook in huishoudens in Afrika’

Interview met prof.dr. Peter Knorringa, wetenschappelijk directeur van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Frugal Innovation in Africa

Een nog vrijwel onontgonnen onderzoeksgebied met een benaming die maar weinigen iets zegt: frugal innovation. Drie bevriende wetenschappers, Peter Knorringa, Cees van Beers en André Leliveld, plantten op dit terrein in 2013 de Leiden-Delft-Erasmus vlag en startten het Centre for Frugal Innovation in Africa (CFIA). Inmiddels heeft het centre een gevestigde naam en een internationaal netwerk. Wetenschappelijk directeur van het centre, Prof. Peter Knorringa, vertelt over de plannen voor het centre. 

Met de Leiden-Delft-Erasmus samenwerking gaan we ons op vier maatschappelijke thema’s richten: Sustainable Society, Digital Society, Healthy Society, Inclusive Society. Hoe past jullie centre in dit verhaal?

Peter Knorringa: ‘Het thema Inclusive Society is het meest van toepassing op ons centre. Frugal innovation gaat om het verbeteren van de leefomstandigheden van de armste bevolkingslaag. Innovatie ontstaat niet alleen in de laboratoria van grote bedrijven, maar ook kleinschaliger: bijvoorbeeld binnen huishoudens of kleine ondernemingen. Dat is waardevol, want daar kan iedereen zelf aan meedoen. Dat maakt het dus inclusief.

Ook binnen de andere thema’s past de thematiek van ons centre. Zo past het binnen Sustainable Society omdat het stimuleren van innovatie in zijn meest eenvoudige vorm, met weinig middelen, meestal ook duurzaam is. Daarnaast zijn veel frugal oplossingen gericht op gezondheid, het gaat immers om het verbeteren van de basis-leefomstandigheden. We dragen dus ook bij aan Healthy Society. Het thema Digital Society heeft een meer indirect verband met ons programma. Veel nieuwe frugal oplossingen zijn namelijk mogelijk dankzij digitalisering: mobiel, social media, apps en andere digitale technieken.'

De thema’s van Leiden-Delft-Erasmus sluiten aan op maatschappelijke agenda’s en ontwikkelingen. Welke zijn belangrijk voor jullie centre?

Peter Knorringa: ‘De duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (Sustainable Development Goals - SDG’s) zijn voor het CFIA de meest belangrijke maatschappelijke agenda. Het is onze leidraad voor de onderzoekslijnen Food, Health, Water en Energy - deze zijn rechtstreeks afgeleid van de United Nations Sustainable Development Goals 2, 3, 6 en 7.'


Innovatie in de meeste sobere vorm en vanuit de armste bevolkingslaag
Frugal innovation is het ontwikkelen van slimme en simpele oplossingen in de strijd voor betere levensomstandigheden van de allerarmsten. Het betreft het (her)ontwerpen van producten, diensten en systemen tegen substantieel lagere kosten en met een langere levensduur terwijl er niet wordt ingeboet aan functionaliteit. Voorbeelden zijn mobiele telefoons voor de Afrikaanse markt, betaalbare waterzuiveringsapparatuur en draagbare medische instrumenten met basis-diagnostische functies. 
Lees het Kennisdossier over Frugal Innovation 

Waarop bouwen jullie, vanuit de eerste fase van Leiden-Delft-Erasmus (2012 t/m 2018), verder?

Peter Knorringa: ‘De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in het opbouwen van een internationaal netwerk. Zo hebben we een goede relatie opgebouwd met buitenlandse wetenschappers, die in ons centre onderzoek zijn komen doen. Een volgende stap is dat we drie internationale onderzoekshubs gaan opzetten in Kenia, Zuid-Afrika en India. De onderzoekers waarmee we hebben samengewerkt gaan deze hubs leiden. Dit geeft meer zichtbaarheid aan ons centre, meer mogelijkheden voor lokale onderzoeksprojecten en meer kansen voor het werven van fondsen.

Een mogelijk vierde hub zou in Rotterdam kunnen komen rondom het onderwerp ‘reverse innovation’. We zien dat sobere vormen van innovatie, ontstaan in of ontwikkeld voor bijvoorbeeld de Afrikaanse markt, steeds vaker ook interessant kunnen zijn voor Europa. Een voorbeeld is het Keniaanse M-Pesa, een mobiel betaalsysteem waar geen bankrekening voor nodig is. Dit wordt inmiddels ook in Europa gebruikt, bijvoorbeeld in gebieden met veel migrantengroepen zonder vaste verblijfplaats. Andere voorbeelden zijn draagbare medische apparatuur die, vanwege transport op bijvoorbeeld een fiets, robuust en eenvoudig te repareren moeten zijn. Dat kan ook in ‘leegloopgebieden’ in Europa handig zijn. Een laatste voorbeeld is een betaalbare rolstoel, ontworpen voor rurale gebieden. Vanuit de VS ontstond zo veel interesse in deze rolstoel, dat er ook een variant voor de Westerse markt is ontwikkeld.'

Hoe willen jullie als Leiden-Delft-Erasmus centre verder groeien?  

Peter Knorringa: ‘Voor de tweede fase van Leiden-Delft-Erasmus hebben we gekozen voor een ambitieus groeiscenario. Naast het vergroten van de internationale zichtbaarheid, door het opzetten van de internationale onderzoekshubs, wil het CFIA zich inhoudelijk nog sterker profileren. Daarom zijn er vier onderzoekslijnen geïdentificeerd: gezondheid, voedsel, water en energie. In deze sectoren willen we meer voet aan de grond krijgen. Daarom hebben we voor elke onderzoekslijn inhoudelijke experts, van de drie universiteiten, aan ons centre verbonden. Deze inhoudelijke experts zijn actief in hun vakgebied en de wereld daaromheen, en hebben daar een netwerk: zij kunnen met onze bril op kansen zien voor frugal innovation-projecten, en kunnen ons in contact brengen met interessante samenwerkingspartners. Naast deze onderzoekslijnen hebben we ook drie wetenschapsgebieden gedefinieerd die laten zien waar we goed in zijn als Leiden-Delft-Erasmus Centre for Frugal Innovation: technologie, ontwikkelingssamenwerking en ondernemerschap.

De komende jaren willen we als Centre onze activiteiten op het gebied van onderzoek, onderwijs en beleidsadvies vergroten. Met deze afbakening geven we ook aan dat we geen consultancy doen en geen productontwikkeling, maar wel de academische partner willen zijn die meewerkt aan een wetenschappelijke onderbouwing.

Joint minor Frugal Innovation for Sustainable Global Development

 

Daarnaast is onderwijs belangrijk voor ons. We zijn afgelopen jaar gestart met de gezamenlijke Leiden-Delft-Erasmus minor Frugal Innovation for Sustainable Global Development. We willen vanuit deze minor een internationaal uitwisselingsprogramma opzetten. Daarnaast bekijken we de mogelijkheden voor het aanbieden van post-academisch onderwijs zodat werknemers van bedrijven en overheden leren wat frugal innovation inhoudt en kunnen bijdragen aan het op de kaart zetten van dit thema.'

Op welke manier werken jullie samen met partners in de regio?

Peter Knorringa: ‘Het Centre for Frugal Innovation in Africa richt zich, gezien de focus van ons centre, vooral op oplossingen en initiatieven voor het Zuidelijk halfrond. Binnen dat proces is ook ruimte voor samenwerkingen met maatschappelijke partners in de regio. We werken bijvoorbeeld samen met het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability in het Seed2Feed-programma.  Daarnaast willen we de komende periode meer aandacht besteden aan ‘reverse innovation’; ook hier ligt een mogelijkheid om meer samen te werken met partners in de regio.

Bedrijven zijn belangrijke partners voor ons. Het initiatief voor innovatie of het betreden van een nieuwe markt komt meestal vanuit bedrijven. Om daadwerkelijk een product te ontwikkelen heb je bedrijven nodig. Dus als we vanuit theoretisch onderzoek een stap willen maken naar meer toegepast onderzoek of zelfs prototyping, zijn bedrijven in de regio goede partners. Op dit moment loopt er een project vanuit ons centre samen met Oasen, het drinkwaterbedrijf van Zuid-Holland en met het bedrijf Hatenboer Water.'

Wat is jullie grootste uitdaging?

Peter Knorringa: ‘Het onderwerp frugal innovation vindt veel weerklank, niet alleen in de academische wereld, maar ook bij NGO’s, overheden en bedrijven. Daarbij worden we als Centre for Frugal Innovation ook steeds bekender. Dat betekent dat er veel ideeën voor samenwerking op ons afkomen. Tegelijkertijd willen we onze focus op onderzoek houden. Om daarbij ook het internationale netwerk te laten groeien vraagt veel stuurkracht in deze volgende fase van Leiden-Delft-Erasmus samenwerking.'